IJsbereiding

Korte geschiedenis naar boven

Omtrent de oorsprong van ijs heerst discussie. De Romeinen aten al ijs. De Mongolen zouden de lekkernij in China hebben geïntroduceerd. Van ginds werd het door de ontdekkingsreiziger Marco Polo tot in Europa gebracht waar het een grote belangstelling kende bij de Europese koningshuizen. De Italianen hebben het ijsrecept verbeterd en zijn nu nog steeds beroemd voor hun ijsbereidingen. De uitvinding van de ijsmachine wordt toegeschreven aan een Amerikaanse huisvrouw. Ook de eerste ijsfabriek werd er opgestart in de 19e eeuw door een melkveehouder. De grote doorbraak voor consumptie-ijs kwam pas na de tweede wereldoorlog.

Structuur van ijs naar boven

IJs is een gedeeltelijk bevroren schuim van ijskristallen en luchtcellen. De luchtcellen worden omringd door een netwerk van kleine vetdeeltjes die op hun beurt worden omringd door eiwitten en emulgatoren. In de oplossing tussen dit netwerk zit een geconcentreerde onbevroren oplossing van suikers.

Dat ijs nog steeds schepbaar is bij lage temperaturen zoals -12°C, is te wijten aan de vriespuntsdaling. IJsmix heeft een vriespunt lager dan 0°C door de grote hoeveelheden suiker. Maar door het bevriezen van water tijdens de productie, zal de vloeibare oplossing in het ijs steeds geconcentreerder aan suiker worden. Het bevriezen van water doet het vriespunt dus verder dalen. Een typische vriespuntsdaling voor ijs is bijvoorbeeld -2,5°C.

Productie naar boven

De verschillende stadia in het productieproces zijn:

  • Dosering en menging van de grondstoffen
  • Homogenisatie
  • Pasteurisatie
  • Koelen
  • Rijping
  • Turbineren
  • Afvullen
  • Snelvriezen
  • Opslag
  • Transport
  • Verkoop

Bij kleine producenten van schepijs worden de cursief gedrukte stappen vaak achterwege gelaten. Dit heeft echter als gevolg dat dit ijs een heel beperkte houdbaarheid heeft, maar wel sneller te bereiden is.

Alle grondstoffen die geen nadelige invloed ondergaan van pasteurisatie worden voor pasteurisatie gemengd in een dubbelwandige ketel. De meest vloeibare ingrediënten gaan eerst in de ketel om klontering tegen te gaan. De menging gebeurt vaak bij 50°C. De stabilisator wordt best gemengd in suiker voor toediening door de slechte oplosbaarheid. Het melkpoeder wordt best traag toegevoegd wegens dezelfde reden.

De mix wordt opgewarmd en tijdens de pasteurisatie gehomogeniseerd. Homogenisatie verkleint de melkvetdeeltjes met grotere smeuïgheid en vollere smaak als gevolgen. Andere resultaten van homogenisatie zijn: een betere stabilisatie en structuur, betere opklopeigenschappen, betere smelteigenschappen, een betere verdeling van de ingrediënten en een kortere rijpingstijd. De homogenisatie breekt ook het vetmembraan af. Een emulsie met eiwitten stabiliseert de kleinere vetdeeltjes.

Pasteurisatie doodt niet alleen schadelijke organismen, in de ijsproductie voorkomt het ook ranzigheid van het melkvet en bevordert het de opklopbaarheid wegens de afbraak van enzymen. Maar boven 85°C kunnen eiwitten denatureren met smaakafwijkingen als resultaat. Na pasteurisatie wordt de premix zo snel mogelijk afgekoeld om de uitgroei van bacteriën tijdens de rijping te voorkomen. De rijping is geen fermentatieproces zoals bij de kaasbereiding. Bij de rijpingstemperatuur (3 à 4 °C) vervangen de emulgatoren een gedeelte van de eiwitten aan het oppervlak van de vetdeeltjes. Hierdoor binden de eiwitten het ongebonden water en wordt de vetemulsie minder stabiel. Dit verbetert de inslag van lucht in het ijs in de turbine. Ook kristalliseren de vetten uit en zwellen de stabilisatoren tijdens de rijping. De viscositeit zal dus stijgen. Het rijpen gebeurt vaak overnacht in een dubbelwandige tank die met ijswater wordt gekoeld. De mix wordt af en toe voorzichtig geroerd. Door het gebruik van stabilisatoren wordt de rijpingstijd ingekort. Het doel van het rijpingsproces is de verbetering van het luchtinslagproces en de textuur, een beter mondgevoel zonder ijskristallen. In de rijpingstank worden stoffen die gevoelig zijn voor hoge temperaturen; maar die goed ingemengd moeten worden, zoals aroma’s, toegevoegd.

Het turbineren gebeurt in een ijsturbine: de mix wordt opgeklopt en tegelijkertijd snel ingevroren. De belangrijkste processen die plaatsvinden zijn de vorming van ijskristallen, de inslag van lucht, de vorming van luchtcellen en de destabilisatie van de vetemulsie. Door de luchtinslag vormen de kleine vetbolletjes namelijk een netwerk dat de luchtbellen insluit. Een soortgelijk proces vindt ook plaats bij het kloppen van slagroom. Bij een goede ijsbereiding zijn de kristallen zo klein mogelijk doordat zoveel mogelijk vrij water bindt aan eiwitten en stabilisatoren. Dit veroorzaakt een romige en gladde structuur van het ijs. Grote kristallen laten daarentegen een ijzige en korrelige indruk na.

Het viskeuze, maar nog vloeibare ijs kan nadien gemakkelijk worden afgevuld bij een temperatuur van - 5°C. Handhygiëne is hierbij heel belangrijk om nabesmetting met ziekteverwekkende bacteriën te voorkomen.
Tijdens het invriezen, vaak in een shockvriezer van - 30°C à - 40°C, zal het water nog verder uitkristalliseren zodat het ijs harder en stabieler wordt. De temperatuur en snelheid van het invriezen zijn van belang voor de structuur en het smeltgedrag.
Een figuur die de ijsstructuur voorstelt.

Bij opslag en transport moet ijs steeds een maximale temperatuur van – 18°C hebben, maar liever -25°C voor een goede stabiliteit. Bij transport zijn echter korte schommelingen van maximum 3°C wettelijk toegelaten. Bij verkoop in een scheptoog mag de temperatuur van het ijs maximum - 9 °C bedragen. De schepbaarheid van het ijs kan worden gewijzigd door meer lucht in het ijs in te slaan en het vriespunt te veranderen.

Onstabiel ijs zal tijdens de opslag grotere kristallen vormen die een negatieve invloed hebben op de smaak. Ook kan de schuimstructuur van onstabiel ijs krimpen.

IJssoorten naar boven

In tegenstelling tot de ijsindustrie maken de meeste kleine ijsbereiders room- en melkijs. Dit zijn ijssoorten die hoofdzakelijk bestaan uit vetvrije melkdroge stof, melkvet en suikers. Maar ze bevatten alleen melkvetten. Als u gebruikmaakt van een aangekochte mix moet u dus opletten dat hieraan geen plantaardige vetten zijn toegediend. Indien dit het geval is, mag u de namen roomijs of melkijs niet gebruiken.

Roomijs bevat het grootste melkvetgehalte, min. 8 %. Daarenboven moet roomijs ook min. 2,5 % melkeiwitten hebben. Daarom wordt meestal melkpoeder toegevoegd. Voor de benaming melkijs zijn de wettelijk eisen min. 2,5 % melkvet en min. 5 % vetvrije melkdroge stof.

Het gewicht van ijs moet min. 450 g per liter zijn. Het ambachtelijk ijs weegt vaak 700 à 850 g/liter. Ongeveer de helft van het volume van ijsroom is lucht, dit is de overrun. De overrun is het percentage volumestijging na toevoeging van lucht en wordt berekend via onderstaande formule:

overrun = ((volume geproduceerd ijs - volume gebruikte mix) /  volume gebruikte mix) * 100 %

Verder maken sommige producenten sorbets: een waterijs waaraan fruit, wijn of gearomatiseerde wijn of een gedistilleerde drank zijn toegevoegd. Fruitsorbet moet min. 25 % fruit bevatten; met een afwijking voor citrusvruchten of exotische of speciale vruchten met een doordringende smaak (15 %).

Rol van de ingrediënten naar boven

Het melkvet in roomijs is heel belangrijk. Het geeft ijs een romige smaak, maar geeft ook een bijdrage aan de textuur en de “body”. Het melkvet zorgt voor de goede smelteigenschappen en is drager van toegevoegde kleurstoffen. Bovendien smeert het de turbine. Tijdens het invriezen wordt het vet gedeeltelijk gedestabiliseerd of “gekarnd” door toedoen van de emulgatoren, luchtinslag, ijskristalvorming en de krachten van de schraper. Deze destabilisatie is noodzakelijk voor de structuur van ijs. IJs heeft namelijk een structuur gelijkaardig aan slagroom. Emulgatoren spelen een belangrijke rol in deze destabilisatie. De nadelen van melkvet zijn de hogere kostprijs, een vermindering van de luchtinslag, de verminderde consumptie door het sneller bereikt verzadigingsgevoel en de hogere calorische waarde. Bij ambachtelijk roomijs wordt room toegediend om het vetgehalte te verhogen.

De vetvrije melkdroge stof van ijs bevat o.a. melksuiker, melkeiwitten en melkmineralen.

Melksuiker draagt niet sterk bij tot de zoetheid van het ijs. Het heeft slechts 1/5 à 1/6 van de zoetkracht van sucrose. Meer dan 6 % kan door kristallisatie zanderigheid veroorzaken. Maar ook een te laag vriespunt waardoor het ijs te zacht wordt en dus onderheviger zal zijn aan temperatuursschommelingen bij het in en uit de diepvries halen. Lactosekristallisatie is meer uitgesproken in ijs met fruit, noten of snoep.

Melkzouten dragen bij tot de textuur en smaak. Eiwitten dragen bij tot de structuur door de vorming van een netwerk met ingesloten vet en lucht. Eiwitten spelen ook een rol in de luchtinslag en waterbindende eigenschappen van ijs. Bronnen om de vetvrije melkdroge stof te verhogen, zijn melkpoeder, weipoeder en gecondenseerde melk.

Suikers en zoetstoffen verbeteren de smaak, de totale droge stof en bijgevolg body en textuur. Bovendien zorgen ze voor een vriespuntdaling. Dit heeft een zacht, schepbaar en kauwbaar ijs als resultaat. Bij - 15 à - 18°C blijft namelijk nog een klein deel van het water onbevroren door de grote hoeveelheid suiker.
Normaal wordt zo’n 12 à 16 % als sucrose toegediend. Mengsels met sucrose verhogen de droge stof zonder het ijs te zoet te maken. Andere toegediende suikers zijn bijvoorbeeld fructose, invertsuiker, honing, melasse, fructose/glucose maïssiroop, enz.
De zoetstoffen en de maximumhoeveelheden die mogen worden gebruikt in ijs worden beschreven in een koninklijk besluit betreffende zoetstoffen voor voedingsmiddelen. Sommige zoetstoffen, vb. aspartaam, hebben extra etiketteringseisen, deze kan u vinden in het koninklijk besluit etikettering van voorverpakte voedingsmiddelen.

Het totale droge stofgehalte zal ook een invloed hebben op textuur, body en vermindert het koudegevoel.

Emulgatoren zijn producten die emulsievorming bevorderen. Ze zorgen voor de vorming van een stabiel netwerk van vetdeeltjes en luchtbellen, body, textuur en smelteigenschappen. Op kleine schaal worden eierdooiers als emulgator gebruikt. Op industriële schaal wordt dit geheel of gedeeltelijk vervangen door een mengsel van mono- en diglyceriden en/of esters van sorbinezuur en/of stearinezuur.

Stabilisatoren zijn producten die vrij water in hun structuur opnemen en instaan voor de binding tussen vetten, emulgatoren en eiwitten. Hun voornaamste functie is ervoor zorgen dat het ijsje stabiel blijft: geen vetoproming, weiafscheiding of vochtuittreding. Naast de bijdrage tot de structuur veroorzaken ze ook een snelle viscositeitstijging bij de ijsbereiding. Ze verbeteren de inslag en verdeling van lucht in het ijs. Ze vertragen ook de kristalgroei tijdens temperatuurschommelingen bij opslag. Hun specifieke werking is echter nog niet goed gekend. Te veel stabilisator kan leiden tot ongewenste smelteigenschappen, te viskeus ijs en een zware en taaie body.
Vaak zijn ze van plantaardige oorsprong en zijn het koolhydraten. Voorbeelden zijn agaragar, pectine, arabische gom, carrageen, natriumalginaat, johannesbroodpitmeel. Meestal wordt een mengsel van meerdere stabilisatoren met verschillende eigenschappen gekozen. Een goede keuze is belangrijk.
Bij traditionele ijsbereidingen met een hoog vetgehalte (12 %) en een hoog droge stofgehalte (40 %) zijn ze overbodig. Het eiwit vervult hier de stabiliserende rol. Een hoge hittebehandeling zou bovendien een deel van de wei-eiwitten kapotmaken zodat de mixviscositeit stijgt. Minder stabilisatoren zijn dan dus nodig.

Verder worden om voor de hand liggende redenen ook vruchten, noten, chocolade, smaakstoffen en kleurstoffen aan ijs toegediend.

IJsinnovaties naar boven

In het kader van de strijd tegen de toenemende zwaarlijvigheid wordt onderzoek verricht naar suiker- en vetvervangers voor ijs. Voorbeelden zijn oligofructose en maltitol als suikervervangers en aan inuline als vetvervanger.
Bij suikervervangers is het belangrijk de zoetkracht en de verlaging van het vriespunt in het oog te houden.
Vetvervangers zijn vaak gebaseerd op eiwitten, koolhydraten of aangepaste vetten, maar ze worden niet of slecht opgenomen door de darmen. Ook emulgatoren helpen bij de vetvervanging. Het is de kunst om met lucht en minder vet een romige indruk te creëren. De emulgator houdt de structuur van dit vetarm ijs bijeen.
Ook yoghurtijs duikt opnieuw op in de supermarktrekken.

Een andere rage zijn de smoothies. Dit zijn gepureerde vruchtendrankjes die worden gemaakt van bevroren fruit en waaraan soms yoghurt wordt toegevoegd. Deze worden ook kant-en-klaar verkocht.

Verschillende melkveehouders hebben melk met een verhoogd gehalte aan onverzadigde vetzuren waarvan ze hoeveproducten maken. Uit smaakproeven op het ILVO, tijdens de Vlaanderendag in 2007, bleken de proefpersonen een verschil te proeven tussen vanille-ijs van standaardmelk en vanille-ijs van melk met meer onverzadigde vetzuren. Maar er was geen uitgesproken voorkeur voor de ene of andere soort. Opgelet, als u een voedingsbewering doet, bijvoorbeeld ‘suikerarm ijs’ of ‘rijk aan omega-3 vetzuren’, moet u aan de Europese voorwaarden voor deze claim te voldoen. Ook is bij een bewering een voedingswaardetabel op het etiket verplicht.

Voor de consument is ijs een verwenproduct. Een nieuw product moet dus lekker blijven!

Kwaliteitscontrole naar boven

Naast de bacteriologische controle voor de autocontrole zijn ook de luchtinslag (overrun), de schepbaarheid (hardheid) en het smeltgedrag interessante parameters. Goed schepijs dient overigens bestand te zijn tegen beperkte temperatuursschommelingen: in en uit de vriezer halen, transport. Voor de autocontrole moet u analyses op uw eindproduct halfjaarlijks of jaarlijks als u alleen 6 maanden per jaar produceert, laten uitvoeren.

Belangrijke aandachtspunten in het productieproces van ijs naar boven

Een goed recept zorgt voor een stabieler en langer houdbaar eindproduct. Besteed aandacht aan:

  • Vriespunt en suikers
  • Stabilisatoren

Hygiënisch werken:

  • Werk altijd met gereinigde en ontsmette apparatuur, besteed hieraan extra aandacht bij de heropstart in de lente
  • Besteed ook extra aandacht aan de reiniging en ontsmetting van kranen en darmen, zij zijn vaak de oorzaak van een verhoogd aantal Enterobacteriaceae of coli’s.
  • Persoonlijke hygiëne is uiterst belangrijk: handen wassen en ontsmetten (zeker bij het afvullen en bij het maken van ijstaarten!)
  • Vermijd kruiscontaminatie van verse en gepasteuriseerde melk en eindproducten
  • Houd vliegen en ongedierte buiten het verwerkingslokaal

Kwaliteit van de melk

  • Afwezigheid van bacteriële besmetting (hygiënische melkwinning)
  • Afwezigheid van antibiotica
  • Afwezigheid van reinigings- en desinfectiemiddelen
  • Correcte temp/tijdcombinatie van pasteurisatie en afwezigheid van nabesmetting

Kwaliteit van de andere ingrediënten (vraag garanties aan uw leverancier!)

  • Fruit zonder schimmel of bacteriologisch bederf (fruit kan een bron zijn van Enterobacteriaceae)
  • Noten zonder aflatoxines (giftige stoffen geproduceerd door schimmels)

Koelen

  • Zo snel mogelijk afkoelen
  • Respecteer de koudeketen tijdens de rijping

Afvullen

  • Sla verpakkingsmateriaal proper en droog op
  • Vraag over een verklaring van overeenstemming voor het verpakkingsmateriaal aan. Dit bevestigt dat het materiaal geschikt is voor ijs (invriezen)
  • Vermijd nabesmetting tijdens het verpakken (proper materiaal, handen wassen)
  • Zorg voor voldoende afsluiting van de verpakking

Opslag, transport & verkoop

  • Vermijd het onderbreken van de koudeketen (korte schommelingen van max. 3°C bij transport)
  • Houd de temperatuur van de scheptoog op max. - 9°C
  • Verwissel regelmatig het warme (!) water van de scheplepel
  • Wijs de consumenten erop dat de kwaliteit van ijs daalt als ze het product lang aan kamertemperatuur blootstellen

Bij hoeveproductie moet u voldoen aan de wettige eisen van autocontrole. U moet een gevarenanalyse met kritische controlepunten hebben (eventueel vervangen door een sectorgids). Qua registratie moet u voldoen aan de traceerbaarheid (register IN en UIT). Bij de versoepelingen moet u een lijst met tekortkomingen bijhouden (zie sectorgids hoevezuivel). Iedere verantwoordelijke moet een HACCP-opleiding (vraag een certificaat!) hebben gevolgd. Alle personeelsleden hebben een medisch attest en hebben een hygiëneopleiding gekregen, dit mag u zelf geven. Een eenvoudig stappenplan voor het opstellen van een autocontroleplan.

Enkele kwaliteitsafwijkingen en hun mogelijke oorzaak naar boven

Te koud ijs met een grove textuur: de meest voorkomende afwijking bij roomijs is een textuur met te veel grote kristallen die ook ijzig smaken. De oorzaak zijn meestal te veel temperatuursschommelingen bij de opslag en het transport van het ijs. Andere mogelijkheden zijn: onvoldoende droge stof (vb. eiwit), slecht of te weinig bindmiddel, onvoldoende homogenisatie, onvoldoende rijping, te traag invriezen, te veel vrij water en/of te veel suiker. Water houdt namelijk koude vast, suiker heeft koude nodig.

Brokkelig ijs: te veel luchtinslag (overrun), slechte binding (te weinig stabilisator en/of emulgator), te weinig droge stof

Sponzig ijs: te veel grote luchtcellen, te weinig droge stof, te weinig stabilisator

Glanzend ijs, zwaar en nat: waarschijnlijk te veel suiker, niet voldoende afgedraaid (te lage overrun), slecht of te veel bindmiddel

Zanderig (koud) ijs: te veel droge stof, te veel suiker, eventueel te veel vetvrije melkdroge stof, te hoog lactosegehalte (ook temperatuursschommelingen kunnen een herkristallisatie veroorzaken, zie eerste afwijking)

Krimpend ijs (lucht die uit het ijs is ontsnapt): dit heeft vaak verschillende oorzaken: turbineren en harden bij te lage temperatuur, te lage of te hoge opslagtemperatuur, te veel luchtinslag (overrun)

Snel smeltend ijs: slecht of te weinig bindmiddel, slechte verhouding van de grondstoffen, onvoldoende rijping van de mix, niet goed afgedraaid

IJs dat vlokkerig afsmelt (zichtbare vetdeeltjes): te zuur, te hoge homogenisatiedruk, te lage turbinetemperatuur

IJs dat niet smelt: te veel of foute emulgator, te veel vet, homogenisatie bij te lage temperatuur (of slechts ééntraps), te lage turbinetemperatuur

IJs met kooksmaak: te hoge temperatuur bij pasteuriseren, te veel gecondenseerde melkproducten

IJs met oude ingrediënten smaak (onaangename nasmaak): ijs gemaakt met melkpoeder van slechte kwaliteit of slechte eieren.

Geoxideerde smaak (karton, metaalachtig): door oxidatie van de melk, wordt versterkt door de aanwezigheid van koper of ijzer. Ook stabilisatoren kunnen oxideren.

IJs met ranzige smaak: gebruik van ranzige melkproducten, onvoldoende verhitting voor homogenisatie, eierdooierpoeder van slechte kwaliteit

Andere smaakafwijkingen: ijs kan ook vluchtige componenten opnemen zoals verf, ammoniak, enz. en zo

Etikettering naar boven

  • Verkoopbenaming: hoeveijs, roomijs, melkijs en sorbet zijn wettelijk gedefinieerd
  • Lijst met ingrediënten: in dalende volgorde van gewicht en voorafgegaan door ingrediënten
    Ook de ingrediënten van een gebruikte ijsmix en chocolade moeten worden opgesomd (uitz: ingrediënten van chocolade moeten niet worden opgesomd indien het minder dan 2 % van het eindproduct uitmaakt)
  • Hoeveelheid van ingrediënten die in de kijker worden geplaatst vb. hoeveijs met aardbeien: % aardbeien in het eindproduct moet worden vermeld
  • Datum van minimale houdbaarheid of uiterste “Ten minste houdbaar tot”
  • Bijzondere bewaar- en gebruiksvoorschriften: bewaren bij max. - 18°C
  • Naam of handelsnaam en adres/zetel van fabrikant, verpakker of verdeler, bij voorkeur ook telefoonnummer
  • Nettohoeveelheid (in liter)
  • Productidentificatie: lotnummer, vb. houdbaarheidsdatum
  • Identificatiemerk: ovaaltje met BE, HP-nummer en EG
  • Diersoort indien aangewende melk andere is dan koemelk
  • Informatie in taal van regio waar product wordt verkocht

De term hoeveijs mag enkel worden gebruikt voor ijs dat van de eigen melk op het eigen bedrijf wordt geproduceerd.

Indien voldaan wordt aan de voorwaarden (zie ijssoorten), mogen de termen roomijs of melkijs worden gebruikt.

Bepaalde zoetstoffen hebben extra etikettering nodig, zoals aspartaam. Bij claims zoals “suikerarm ijs” (max. 5 g suiker per 100 g ijs) moet een uitgebreide voedingswaardetabel op de verpakking staan.

Ook “rijk aan onverzadigde vetten of omega-3 vetten” is een voedingsclaim die extra voedingswaarde-etikettering nodig heeft. Momenteel zijn de minimumvoorwaarden voor deze claim nog niet gedefinieerd. Voor een claim “verhoogd gehalte” moet er een stijging van min. 30 % zijn in vergelijking met roomijs gemaakt van melk met een standaard vetzuurpatroon.

Referenties naar boven

  • Koninklijk Besluit van 17 februari 1997 betreffende zoetstoffen die in voedingsmiddelen mogen worden gebruikt (+ eventuele wijzigingen)
  • Koninklijk Besluit van 13 september 1999 betreffende de etikettering van voorverpakte voedingsmiddelen
  • Koninklijk Besluit van 10 januari 2001 tot bepaling van de definitie van hoevezuivelproducten
  • Koninklijk Besluit van 11 juni 2004 betreffende consumptie-ijs
  • Rectificatie van Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen
  • Koninklijk Besluit van 8 januari 1992 betreffende de voedingswaarde-etikettering van voedingsmiddelen
  • Clarke, C. (2004). The science of ice cream. RSC Paperbacks, Cambridge. 187p.
  • Dea, I.C.M. (1991). Ice cream stabilization. IFI 1, p. 9-13
  • Irving, D. (2007). Lekker light-ijs. VMT 22, p. 30-31.
  • Jana, A.H.; Joshi, N.S.S. & Sharma, A.M. (1994). Sweeteners for frozen success - a review. Austr. J. Dairy Technol. 49, p. 98-109.
  • Goff, D. Dairy science and technology – education series: Ice cream
  • Marshall, R.T.; Goff, H. D. & Hartel, R.W. (2003). Ice cream. Sixth edition, Kluwer Academic/Plenum Publishers, New York, 371 p.
  • Ternier, K. (2007). Etikettering voor hoevezuivelproducenten (presentatie studiedag 28/06/2007).
  • Van Gennip, A.H.M. (1985). Moderne ijsbereiding: grondstoffen en technologieën. Voedingsmiddelentechnologie 3 (20), p. 29-33.
  • Verhenne, E. De bereiding van consumptie-ijs. Publicatie van het Rijkszuivelstation.
  • Vlaemynck, G. Roomijs. BCZ-cursus voor bedienden.
© ILVO 2006-2011 - Mail vragen en opmerkingen over de website naar: webmaster@ilvo.vlaanderen.be
Deze website werd door het Vlaams Gewest met de meeste zorg en nauwkeurigheid opgesteld. Er wordt evenwel geen enkele garantie gegeven omtrent de juistheid of de volledigheid van de informatie op deze website. De gebruiker van deze website ziet af van elke klacht tegen het Vlaams Gewest of zijn ambtenaren, van welke aard ook, met betrekking tot het gebruik van de via deze website beschikbaar gestelde informatie. In geen geval zal het Vlaams Gewest of zijn ambtenaren aansprakelijk gesteld kunnen worden voor eventuele nadelige gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de beschikbaar gestelde informatie.
Website Foodgate   Website Vlaamse Overheid