Antibioticatesten: vraag en antwoord

Eén van de doelstellingen van de TAD Hoevezuivel is advies verlenen over de melkkwaliteitszorg. Een sprekend voorbeeld hiervan is de demosessie ‘Testen voor de opsporing van antibiotica op de hoeve’ die vorig jaar in de verschillende Vlaamse provincies werd gehouden. Deze sessie leert de producenten ‘zelf’ deze testen uit te voeren en te interpreteren. Ondanks het feit dat de meeste aanwezigen van de afgelopen demosessies reeds een antibioticatest op hun bedrijf uitvoerden, vonden ze het een verrijking om te weten te komen hoe hun test werkt, wat er allemaal fout kan lopen en welke alternatieven er op de markt zijn. Ook aan het kostenplaatje werd gedacht en een prijsrondvraag bij enkele leveranciers werd in de presentatie opgenomen. De sessie vormt eveneens een uitgesproken gelegenheid om ervaringen uit te wisselen met uw collega’s die ook of reeds antibioticatesten uitvoeren. Bij problemen kunnen alle melkveehouders, alsook de meer ervaren tester, steeds een beroep doen op de expertise van het Laboratorium voor Antibioticatesten van het ILVO via de TAD Zuivel. In dit artikel vindt u een greep uit de vragen die uw collega’s in de winter van 2005-2006 stelden.

Waarom moet ik mijn melk op antibiotica testen, is het niet voldoende de wachttijden van de toegediende antibiotica te respecteren? naar boven

De wachttijd van een antibioticum wordt experimenteel bepaald door het farmaceutisch bedrijf in “ideale” omstandigheden. Als er van deze condities wordt afgeweken, zou de wachttijd kunnen veranderen.

Bijvoorbeeld, als uw koe reeds 2 dagen geleden een geneesmiddel kreeg toegediend en er vandaag een ander geneesmiddel wordt toegediend, dan kunnen deze 2 geneesmiddelen een invloed op elkaar uitoefenen waardoor hun wachttijden kunnen veranderen en verlengen. Als je deze koe dan niet test, lever je onbewust positieve melk aangezien de experimenteel bepaalde wachttijd niet meer opgaat. Een ander voorbeeld waarbij op het einde van de voorgeschreven wachttijd nog een lichte overschrijding van de norm kan optreden, is een traag uitscheidende koe.

Om technologische problemen in uw fermentatieprocessen, toxicologische effecten (allergieën) en resistente bacteriën te vermijden, is het gebruik van een antibioticatest zeker aan te raden. Een andere belangrijke factor is ook het imago van de zuivelsector en uw bedrijf bij de consument, dit zou rake klappen krijgen door een nieuwsbericht over antibiotica in uw zuivelproducten.

Als ik melk aankoop, moet ik deze (laten) testen? naar boven

Dit is niet verplicht, maar wordt wel sterk aangeraden. Voor kleine verwerkers (aankoop < 2000.000 L melk/j) staat het Voedselagentschap toe dat u de eindproducten op uw melkinrichting houdt tot de resultaten van de officiële kwaliteitscontrole van de aangekochte melkeenheid bekend zijn. Niets mag dus voordien worden verkocht, wat zeker nadelig is voor producten met een beperkte houdbaarheidsdatum. Als de resultaten positief zijn, bent u bovendien verplicht alle geproduceerde producten en resterende melk van die eenheid te vernietigen en gaat alle energie en tijd die u in uw productie hebt gestoken, verloren.

Meer en meer kopers van melk eisen trouwens van hun melkleveranciers een garantie dat de melk werd getest en geen antibiotica bevat. Indien dit toch blijkt te zijn, is deze melkleverancier bijgevolg verantwoordelijk en draait hij op voor alle kosten.

Wat zijn sneltesten en wat is het verschil met de Delvotest? naar boven

De Delvotest, alsook de Copan Milk Test (die momenteel wordt gebruikt in de officiële kwaliteitscontrole door MCC-Vlaanderen), is een microbiologische test waarbij wordt gebruikgemaakt van een testbacterie. In het geval van de aanwezigheid van antibioticaresiduen boven de detectiegrens zal de groei van deze testbacterie worden geremd door deze antibiotica. Door deze remming produceert de bacterie minder of geen zuur en hierdoor slaat de pH-indicator niet om van paars naar geel. De test neemt 3 uur in beslag aangezien de testbacteriën deze tijd nodig hebben om te groeien en voldoende zuur voor een kleuromslag te produceren in remstofvrije omstandigheden.

Sneltesten daarentegen maken gebruik van een receptor, die specifiek bindt aan het antibioticum en waardoor deze “gebonden” receptor zich dan niet meer kan binden aan de bindingsplaats op de teststrook van de sneltest. Dit uit zich in een zwakkere kleur van de teststreep of -stip in vergelijking met de controlestreep of -stip op de dipstick (zie figuur 1).

Aflezing van de sneltest ß-star

Fig 1. Aflezing van de sneltest ß-star

Er zijn verschillende sneltesten met duur van 3 tot 10 minuten, deze korte tijdsduur is dus ideaal voor thuisverwerkers die nu bijna onmiddellijk na het melken, de testuitslag kennen en kunnen starten met hun productie indien deze uitslag negatief is.

Een ander groot verschil tussen de microbiologische testen en de sneltesten is het aantal remstoffen die ze opsporen. Microbiologische testen zijn breedspectrumtesten aangezien ze gebruikmaken van een testbacterie, terwijl het mechanisme van sneltesten gebruikmaakt van een specifieke binding tussen een receptor en een antibioticum. Hierdoor sporen sneltesten een beperkter gamma aan remstoffen op. De meest courante sneltesten zijn ontwikkeld voor de opsporing van ß-lactam antibiotica (zie vraag 4). Deze antibiotica worden echter heel frequent gebruikt in Vlaanderen. Er zijn ook reeds enkele sneltesten op de markt die tetracyclines of ß-lactam antibiotica én tetracyclines opsporen (zie ook vraag 5). Indien u gebruikmaakt van een sneltest, vraagt u dus uw bedrijfsveearts best wat hij heeft toegediend zodat u geen gevaar loopt melk negatief te beoordelen terwijl er toch residuen van antibiotica aanwezig zijn, maar van een soort die uw sneltest niet opspoort.

Wat zijn beta-lactam of ß-lactam substanties? naar boven

Dit is de meest toegediende groep van antibiotica in Vlaanderen. De naam is afgeleid van een ß-lactamring die voorkomt in de scheikundige formule van alle beta-lactamsubstanties. De groep bevat de penicillines en de cefalosporines (zie tabel 1). Ze worden opgespoord door zowel de microbiologische testen als de meest courante sneltesten.

Groep

Substantie

Penicillines benzylpenicilline
ampicilline
amoxicilline
oxacilline
cloxacilline
dicloxacilline
penethamaat
nafcilline
Cefalosporines ceftiofur
cefquinome
cefazoline
cefapirin
cefacetril
cefoperazone
cefalexine
cefalonium

Tabel 1. Beta-lactam substanties

Wanneer mag ik geen sneltest gebruiken? naar boven

Indien uw koe werd behandeld met antibiotica die niet behoort tot het “spectrum” (lees: opsporingsgebied) van de sneltest, heeft de uitvoering van deze sneltest geen nut. De meeste sneltesten sporen namelijk enkel ß-lactam antibiotica (penicillines of cefalosporines, zie vorige vraag) op. Er bestaan echter ook sneltesten die tetracyclines opsporen, zoals de Tetra Sensor Milk of die beide groepen tegelijkertijd (ß-lactam en tetracyclines) opsporen zoals de Twin Sensor Milk. Lees de bijsluiter of raadpleeg uw veearts om te weten welke substantie er werd toegediend.

Is de microbiologische test achterhaald met de ontwikkeling van de sneltesten? naar boven

De microbiologische testen zijn zeker niet achterhaald aangezien ze een breder gamma aan remstoffen opsporen dan de sneltesten (zie ook vraag 3). Het voordeel van de microbiologische test is overigens dat het principe gebaseerd is op de detectie van een groeiremming van een testbacterie, wat dus ook in de realiteit gebeurt met uw starterculturen bij de aanwezigheid van bacteriegroeiremmende stoffen. Ook de aanwezigheid van bijvoorbeeld ontsmettingsmiddelen die uw zuursel afremmen, kunnen worden aangetoond.

Wat is het verschil tussen de Copan Milk Test en de Delvotest? naar boven

Beiden zijn microbiologische testen geproduceerd door verschillende producenten, zijnde Copan Italia S.P.A. en DSM Food Specialties bv. Beide producenten maken gebruik van dezelfde testbacterie en brengen kits zowel in ampulvorm als in microtiterplaatvorm op de markt. Van de Delvotesten bestaan er echter verschillende types. Elk van deze testkitformuleringen vertoont een specifiek gevoeligheidspatroon ten opzichte van verschillende antibiotica en sulfonamiden. Bij een correct gebruik en mits het testen van individuele koemelk garandeert evenwel elke test dat de melkveehouder gespaard zal blijven van penalisaties op basis van remstoffen. Bekomt u een negatief resultaat met een van deze testen voor de melk van het behandelde dier, dan mag deze melk in de melkkoeltank zonder dat u risico loopt op penalisatie voor remstoffen. Gezien op de hoeve wordt gewerkt met testen in ampulvorm met visuele aflezing en bij de interprofessionele organismen met testen in microtiterplaatvorm en instrumentele aflezing, wordt afgeraden om op de hoeve zelf de tankmelk te testen.

Wegens kleine verschillen dient elke testkit volgens de voorschriften van de producent bewaard, ingezet en afgelezen worden.

Hoe bewaar ik mijn antibioticatest? naar boven

Op de verpakking en/of bijsluiter van de testen staan steeds instructies vermeld. Wat de microbiologische testen betreft, dienen bijvoorbeeld de Delvotest tussen de 6 en 15°C en de Copan Milk Test tussen de 5 en 16°C te worden bewaard. Temperatuursschommelingen dienen te worden vermeden door deze testen in de bijgeleverde piepschuimen doos te bewaren. U plaatst de doos best niet in de deur van uw koelkast, maar in het groentenbakje want daar is de temperatuur constanter! Eenmaal geopend worden de voedingstabletten van de Delvotest SP bij kamertemperatuur bewaard.

Testampullen of –strips die zijn bedekt met of verpakt in folie, worden best in deze folie gehouden om uitdroging te voorkomen. Als er bijvoorbeeld een gaatje zit in de folie van een Delvoampul kan dit de testbacterie vernietigen door uitdroging waardoor de test steeds een positief resultaat zal geven, ook bij melk van onbehandelde koeien. In deze optiek is het dus interessant om een Delvotest die een tijdje niet werd gebruikt te controleren op zijn werkzaamheid met behulp van “negatieve” melk van een onbehandelde koe of eventueel melk (zonder bewaarmiddel) uit de supermarkt.

Hoe weet ik of mijn test nog goed werkt? naar boven

Eerst en vooral dient u zeker en vast de leveranciersinstructies nauwkeurig te volgen voor de bewaring en de uitvoering van de test. Indien u nu gedurende enkele maanden uw test niet meer heeft gebruikt kan u deze het best testen met behulp van “negatieve” melk van een onbehandelde koe (of melk zonder bewaarmiddelen uit de supermarkt) en “positieve” melk van een heel recent behandelde of drooggezette koe binnen de wachttijd.

Indien de testbacteriën van de microbiologische testen niet meer actief zijn, zullen ze niet groeien en geen zuur aanmaken en zal dus ook de “negatieve” melk geen kleuromslag vertonen en “positief” worden beoordeeld. Bij sneltesten zal eerder het omgekeerde gebeuren bij een test die niet meer goed is. Het is dus interessant om een sneltest regelmatig te controleren met gegarandeerd positieve melk om na te gaan of deze niet negatief wordt beoordeeld.

Mag ik een Delvotest of Copantest laten “overnachten”? naar boven

Neen zeker niet, de aangeraden afleestijd van een Delvotest is na een incubatie van 3 uur bij 64°C. Indien u melk met remstoffen, in een hoeveelheid die niet voldoende is om de groei van de testbacteriën volledig te hinderen, langer incubeert bij 64°C; kan deze toch als “negatief” worden beoordeeld aangezien de testbacteriën langer de tijd hebben gehad om te groeien en alsnog voldoende zuur voor een kleuromslag kunnen hebben geproduceerd. Let in dit kader ook op dat de temperatuur van de incubator 64 + 0,5 °C is, een andere incubatietemperatuur zou de afleestijd kunnen veranderen en zelfs de testbacteriën afdoden. Het valt dus aan te raden de temperatuur van uw incubator af en toe te controleren met een externe, goede thermometer.

Is het voldoende enkele stralen melk te melken en deze melk te testen? naar boven

Aangezien de eerste en laatste melk en ook de melk uit de verschillende spenen verschilt en er soms ook plaatselijk wordt behandeld, dient de volledige uier van de koe te worden leeggemolken in een proper recipiënt en wordt er, na roeren, een mengstaal genomen van alle melk van de koe voor de uitvoering van een antibioticatest.

Blijft de controle op remstoffen enkel beperkt tot de analyse in het kader van de uitbetaling? naar boven

Neen, de zuivelsector heeft in het kader van de autocontrole het monitoringsprogramma MONIMILK opgestart waar niet enkel hoevemelk, maar ook steekproefsgewijs RMO-melk, melkpoeder en consumptiemelk worden gecontroleerd. Eveneens worden er controles uitgevoerd door het Voedselagentschap op hoeve-, RMO- en consumptieniveau op melk, kaas, yoghurt en ijsroom.

Wordt melk enkel gecontroleerd op antibioticaresiduen? naar boven

Neen, er wordt o.a. ook gecontroleerd op antiparasitaire stoffen (antischurft- en ontwormingsmiddelen) en op anti-inflammatoire stoffen.

Kan ik ook geiten-, schapen- en paardenmelk testen met dezelfde antibioticatesten als koemelk? naar boven

Wegens de andere samenstelling (vet- en eiwitgehalte en celgetal) van deze melksoorten is er veel kans op een verstoring bij het gebruik van antibioticatesten die werden ontwikkeld voor het testen van koemelk. Indien u hierbij problemen ondervindt, hierover vragen heeft of een infosessie omtrent dit onderwerp zou willen organiseren voor uw vereniging, mag u steeds contact opnemen met de TAD Zuivel.

Meer vragen of problemen of demosessies in verband met antibioticatesten? naar boven

Indien u een vraag heeft, meer informatie wenst, problemen heeft of een demosessie zou willen volgen omtrent de uitvoering van antibioticatesten, kan u steeds contact opnemen met de Technologische Adviseerdienst voor Melkveehouders en Hoevezuivelproducenten, kortweg TAD Zuivel, van de Eenheid Technologie en Voeding van het ILVO.

U kan op het ILVO ook technologisch proefwerk en analyses ter bepaling van hygiëneindicatorkiemen, pathogene kiemen, antibioticaresiduen en andere parameters laten uitvoeren als aanvulling op technologische, bacteriologische en/of chemische adviesverlening.