Rassenselectie - Introductie van sojateelt in Vlaanderen

Project partners

ILVO

inagro - onderzoek & advies in land- & tuinbouw

KULeuven

Colruyt Group

Agentschap innoveren en ondernemen

Co-financiering

Agrifirm

Alpro

AVEVE zaden

BFA

Boerenbond - trouw aan land- en tuinbouw

BORLIX

Jorion

Lidl

rikolto

Anné mechanisatie

CNH

M@M

Maschio

Steeno

Vanhoucke

VDD Agri

Rassenselectie

Soja is een korte dag plant wat inhoudt dat de generatieve ontwikkeling (bloei, zaadzetting en afrijping) pas op gang komt als de daglengte beneden een bepaalde limiet komt. Dit is rasspecifiek en beperkt de verspreiding van een bepaald ras tot een beperkte breedtegordel. Op basis van hun vroegheid, en dus geschiktheid voor bepaalde regio’s, worden sojarassen onderverdeeld in 13 rijpheidsgroepen, gaande van de vroegste groep MG000, MG00, 0, I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, tot de laatst afrijpende groep MGX. Op dit ogenblik zijn de meest noordelijke productieregio’s van de vroege MG000 sojarassen gelegen aan de grens tussen de VS en Canada (breedtegraad 48-50°). In Europa situeert de sojateelt zich voornamelijk in het zuiden en zuidoosten (breedtegraad 40-45°). Recent worden goede resultaten geboekt in meer noordelijke regio’s waaronder de Elzas in Frankrijk en de Duitse deelstaat Beieren (breedtegraad 48°). In België (breedtegraad 50°) is de sojateelt op dit ogenblik onbestaande. Een eerste cruciale stap is de screening van mogelijks geschikte rassen voor onze regio.

Doordat het groeipunt van soja zich al vanaf het beginstadium boven het grondniveau bevindt, is de jonge kiemplant gevoelig voor koude en vorst tijdens het voorjaar. Later in het groeiseizoen, nl. tijdens de bloeiperiode, is de sojaplant opnieuw gevoelig voor koude. Onder een bepaalde temperatuur wordt de bloei geremd of sterven de bloemen in een jong stadium af, wat kan resulteren in grote opbrengstverliezen. De minimale temperatuur is sterk rasafhankelijk. Met een gemiddelde minimum temperatuur in de maand juli van 14°C zal het in België belangrijk zijn om koudetolerante rassen te selecteren zodat een voldoende hoog opbrengstpotentieel kan gerealiseerd worden.

Rassen verschillen ook in hun eiwit- en oliegehalte, vorm, kleur, enz. waardoor ook de afzetmarkt een rol speelt in de keuze van het ras. Zo zal de diervoedersector andere rassen verkiezen dan de humane voedingssector.

Verschillen in rijpheid naargelang ras – Bassevelde, 2013

Verschillen in rijpheid naargelang ras – Bassevelde, 2013

© .