Bemesting - Introductie van sojateelt in Vlaanderen

Bemesting

Soja heeft, net als andere gewassen, voldoende nutriënten nodig om maximaal te kunnen groeien. Stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K) zijn de drie belangrijkste nutriënten en zijn de zogenaamde ‘essentiële nutriënten’.

Vanwege zijn grote eiwitconcentratie heeft soja een grote N-behoefte. Microbiële N-fixatie voorziet gemiddeld 50-60% van de N-behoefte van de sojaplant. De overige N wordt door de plant uit de bodem gehaald. De effecten van N-toediening bij de teelt van soja zijn niet altijd eenduidig te bepalen. Enerzijds zorgt N-bemesting ervoor dat de planten meer opneembare N ter beschikking krijgen, wat in bepaalde studies leidt tot hogere opbrengsten. Anderzijds kan een hoge concentratie N in de bovenste bodemlaag de ontwikkeling van de rhizobia en de nodulatie afremmen, waardoor het opbrengstpotentieel afneemt. De optimale bemestingsstrategie lijkt sterk af te hangen van het bodemtype, de beschikbare N door mineralisatie en het opbrengstniveau.

Soja is gevoelig voor ijzerdeficiëntie. Vooral in gronden met een hoge pH is ijzer (Fe) moeilijk opneembaar en kunnen de sojaplanten chlorose vertonen. Een te hoge magnesium (Mg) concentratie bemoeilijkt dan weer de opname van kalium (K).