Nieuwsbrief januari 2018 - Intoductie van sojateelt in Vlaanderen

Project partners

ILVO

inagro - onderzoek & advies in land- & tuinbouw

KULeuven

Colruyt Group

Agentschap innoveren en ondernemen

Co-financiering

Agrifirm

Alpro

AVEVE zaden

BFA

Boerenbond - trouw aan land- en tuinbouw

BORLIX

Jorion

Lidl

rikolto

Anné mechanisatie

CNH

M@M

Maschio

Steeno

Vanhoucke

VDD Agri

Hoe verschillende rijafstanden en plantdichtheden de sojateelt beïnvloeden en wat het effect is van een N-toediening in de sojateelt – nieuwsbrief Januari 2018

Het 4 jaar durende IWT-LA traject ‘Introductie van sojateelt in Vlaanderen’ is voorbij. Het waren vier boeiende jaren waar heel wat kennis is opgedaan over de sojateelt in onze regio. In voorgaande nieuwsbrieven hadden we het reeds over de noodzaak van een goede inoculatie, en hoe de rassenkeuze bepalend is voor een geslaagde teelt. In deze nieuwsbrief wordt er gefocust op het effect van de rijafstand en plantdichtheid en de invloed van stikstof op de teelt.

Rijafstand- en plantdichtheidsproeven

Gedurende 2 jaar (2016-2017) werden op 2 locaties proeven aangelegd met een verschillende zaaidichtheid en een variërende rijafstand. De proefopzet is gelijkaardig aan die van de rassenproef waarbij het proefveld wordt opgedeeld in 4 blokken die telkens elke behandeling bevatten. De proeven werden aangelegd met twee rassen. Rassen die geschikt zijn om hier te telen, gemakkelijk voorhanden zijn en toch uiteenlopende eigenschappen hebben (o.a. qua vroegrijpheid en eiwitgehalte). De startbemesting was gelijkaardig aan die van de rassenproef (zie nieuwsbrief rassenproef - december 2016). De vooropkomst onkruidbestrijding werd uitgevoerd met Centium (0.2 L/ha) en Stomp aqua (2 L/ha), de na-opkomst met Corum (1.25L/ha)+Dash (0.625 L/ha). Corum is niet erkend in de sojateelt maar kan mits een ontheffing uitzonderlijk gebruikt worden voor proefveldomstandigheden. De zaden werden geïnoculeerd met het product Biodoz één dag voor zaai.

De proeven bestonden uit 4 verschillende rijafstanden: 17.5 - 25 – 37.5 – 50 cm; in 2016 waren er 2 verschillende plantdichtheden, nl. 50 en 65pl/m² in 2017 3, nl. 35 – 50 – 65pl/m².

Uit onderstaande grafieken (Figuur 1 en 2) kan geconcludeerd worden dat zowel in 2016 als 2017 een rijafstand van 17.5cm de beste opbrengst geeft en dat de plantdichtheid minder doorslaggevend is. Een kanttekening bij deze smalle rijafstand is dat een eventuele mechanische onkruidbestrijding moeilijk wordt. Wat plantdichtheid betreft, is geen duidelijke meeropbrengst van een hogere plantdichtheid waar te nemen. Lagere plantdichtheden zijn dus mogelijk, al dient er bij het bepalen van de zaaidichtheid zeker ook rekening te worden gehouden met de kiemkracht van de zaden. Een voldoende hoge kiemkracht is noodzakelijk om de gewenste plantdichtheid te realiseren. Vraag steeds recente analyses van de kiemkracht op bij uw zaadleverancier!

de invloed van de rijafstand op de opbrengst seizoen 2016

Figuur 1: de invloed van de rijafstand op de opbrengst seizoen 2016

de invloed van de rijafstand op de opbrengst seizoen 2017

Figuur 2: de invloed van de rijafstand op de opbrengst seizoen 2017

Bemestingsproeven met verschillende N-trappen

Bemestingsproeven werden gedurende 3 jaar aangelegd (2015-2016-2017) op twee locaties. Ook deze proeven werden opgesteld als volledige blokkenproef met 4 herhalingen. De bemestingsproeven zijn steeds gezaaid met hetzelfde ras, behorende tot de vroegheidsgroep 000. De proefvelden kregen telkens 200 kg/ha KCL40% toegediend begin maart. Een deel van het zaad werd niet geïnoculeerd; het andere deel werd geleverd als pre-geïnoculeerd zaaizaad. De stikstofgift gebeurde met ammoniumnitraat 27%, volgens proefplan. De voorbereidende grondbewerking bestond steeds uit een kerende grondbewerking waarna werd klaargelegd met een rotoreg.

Onderstaande tabel geeft de verschillende stikstoftrappen weer.

Behandeling Inoculatie N tijdens zaai (kg/ha) N juist voor bloei (kg/ha)
1 geen
0
0
2 geen
0
35
3 geen 0
70
4 geen
35
0
5 geen
35
35
6 geen
70
0
7 wel geïnoculeerd
0 0
8 wel geïnoculeerd
0
35
9 wel geïnoculeerd
0
70
10 wel geïnoculeerd
35
0
11 wel geïnoculeerd
35
35
12 wel geïnoculeerd
70
0

Wanneer we de resultaten van de bemestingsproef bekijken is het eerste wat opvalt dat een goede inoculatie essentieel is. Dit hadden we bij de inoculatieproeven (2014-2015) ook al gemerkt maar is nu extra bevestigd. De niet geïnoculeerde sojaplanten halen in onze proeven nooit het opbrengstniveau of het eiwitgehalte als de geïnoculeerde sojaplanten (Figuur 3 en 4). Verder hebben we gezien dat geïnoculeerde soja weinig baat heeft bij een N-bemesting. Een stikstofbemesting bij een geslaagde inoculatie is dus niet nodig. Enkel wanneer de inoculatie mislukt is, kan juist voor de bloei nog een extra N-gift gegeven worden. Al moet hier zeer voorzichtig mee worden omgesprongen; een te hoge stikstofgift kan het gewas doen legeren waardoor de afrijping en oogst moeizamer verlopen.

Invloed van N-bemesting op de opbrengst bij niet geïnoculeerde soja (links) en bij geïnoculeerde soja (rechts)

Figuur 3: Invloed van N-bemesting op de opbrengst bij niet geïnoculeerde soja (links) en bij geïnoculeerde soja (rechts).
(Gemiddelde van bemestingsproeven 2015-2016-2017)

invloed van N-bemesting op het eiwitgehalte  van niet geïnoculeerde soja (links) en geïnoculeerde soja (rechts)

Figuur 4: invloed van N-bemesting op het eiwitgehalte van niet geïnoculeerde soja (links) en geïnoculeerde soja (rechts).
(Gemiddelde van bemestingsproeven 2015-2016-2017)

Met het vrijgeven van deze gegevens hopen we de sojateelt op Vlaamse bodem terug wat dichter bij de praktijk te brengen. Door het correct toepassen en interpreteren van de gegevens die afgelopen vier jaar verzameld zijn binnen het IWT-LA traject wordt de sojateelt steeds meer praktijkrijp en geleidelijk concurrentieel met andere akkerbouwgewassen.

Succesvol  geïnoculeerde soja te Merelbeke op 12 juli 2017

Figuur 5:  Succesvol geïnoculeerde soja te Merelbeke op 12 juli 2017

© .