Gele mosterd

Belangrijkste eigenschappen van rassen van Gele mosterd1

Ras Ploïdie
Jaar van
opname
Verse
opbrengst2
DS-
opbrengst2
Snelheid van
bodem-
bedekking
(1-9)3
Laatheid
van bloei
(1-9)3
Vorst-
gevoelig-
heid
(1-9)3
Lengte van de plant
bij de oogst (cm)
Resistentie
voor
bieten-
cystenaaltje4
ABA D 1999 98 96 7,8 8,0 8,1 121 R
AMOG D 1994 93 93 8 6,5 8,0 110 R
CHACHA T 2005 102 100 7,5 7,0 8,0 122 R
MERINGUE D 2000 101 104 7,7 7,0 8,0 125 R
POLKA D 1999 97 98 7,3 7,5 7,8 122 R
SALSA D 2000 103 103 7,9 8,0 8,0 121 R
SOLEA D 2005 105 104 7,8 7,0 7,9 123 R
100 - t/ha - - 31,2 3,9 - - - - -

1 Overname van de volledige tabel uit de Belgische aanbevelende rassenlijst mits bronvermelding is toegestaan, namaak is verboden
2 100 = gemiddelde van alle rassen op de Belgische rassenlijst
3 Hoe hoger het cijfer, hoe beter
4 R = resistent

In vergelijking met bladrammenas heeft gele mosterd het voordeel dat nog later (tot de eerste helft van september) kan gezaaid worden en toch nog een behoorlijke bodembedekking verkregen wordt. De kenmerken voor rassenkeuze zijn dezelfde als bij bladrammenas.

In bovenstaande tabel zijn de resultaten van de gele mosterdrassen ingeschreven in de Belgische rassencatalogus, samengevat. Het betreft gegevens van 1986 tot 2004.

Eén opgenomen ras is tetraploïd (Chacha). Bij vermeerdering van gele mosterd op percelen met opslag van niet-resistente (tegen het bietencystenaaltje) diploïde planten, hetgeen veelvuldig in de praktijk voorkomt, beschermt tetraploïdie het ras tegen ongewenste inkruising want inkruising van slechts 1% kan het totale bestrijdingseffect tegen bietencystenaaltjes geheel teniet doen.

Gebruik bij tetraploïde rassen anderhalf maal meer zaaizaad dan bij het gebruik van diploïde rassen (tetraploïde rassen hebben zwaarder zaad).

©Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) - - Contact
Vermenigvuldiging of overname van gegevens toegestaan mits duidelijke bronvermelding.