Bladrammenas

Belangrijkste eigenschappen van rassen van Bladrammenas1

Ras Ploïdie
2
Jaar van
opname
Verse
opbrengst3
DS-
opbrengst3
Snelheid van
bodem-
bedekking
(1-9)4
Laatheid
van bloei
(1-9)4
Vorst-
gevoelig-
heid
(1-9)4
Lengte van de plant
bij de oogst (cm)
Resistentie
voor
bieten-
cystenaaltje5
CASSIUS D 2001 101 101 7,5 8,5 5,7 69 R
DUX D 1999 95 97 8,0 7,0 6,1 66 R
SIRIUS D 2000 105 107 8,0 7,0 6,6 69 R
SIXTUS T 2001 100 95 8,0 9,0 6,0 64 R
100 - t/ha - - 54,3 4,2 - - - - -

1 Overname van de volledige tabel uit de Belgische aanbevelende rassenlijst mits bronvermelding is toegestaan, namaak is verboden
2 D= diploïd, T= tetraploïd
3 100 = gemiddelde van alle rassen op de Belgische rassenlijst
4 Hoe hoger het cijfer, hoe beter
5 R= resistent

Bladrammenas is geschikt voor uitzaai als groenbedekker in de maand augustus. Bij de rassenkeuze spelen de DS-opbrengst, de snelheid van bodembedekking (om de uitspoeling van nitraten te beperken), de onkruidonderdrukking, de laatheid van bloei (belangrijk naar opslag in het volggewas) en de vorstgevoeligheid (belangrijk om te kunnen onderploegen) een belangrijke rol. Voor vroege zaai (einde juli – begin augustus) is daarenboven het gebruik van bietencystenaaltjesresistente rassen aan te bevelen, zeker in een vruchtwisselingsplan met suikerbieten.

Aangezien het zaad van tetraploïde rassen zwaarder is, dient ongeveer 25% meer zaaizaad gebruikt te worden t.o.v. diploïde rassen. Bladrammenas reageert sterker op een slechte bodemstructuur dan gele mosterd.

Bovenstaande tabel geeft een samenvatting van de belangrijkste kenmerken van de rassen van Bladrammenas, die momenteel op de Belgische rassenlijst staan.

©Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) - - Contact
Vermenigvuldiging of overname van gegevens toegestaan mits duidelijke bronvermelding.