Pers en media

VILT - donderdag 13 december 2012

Mediterraans aaltje duikt op in België

Het schadelijke mediterrane koolwortelknobbelaaltje is voor het eerst gesignaleerd op Belgische bodem. Dat heeft het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) officieel gemeld aan het gewasbeschermingsblad Plant Disease. De ontdekking vond plaats tijdens een routine diagnoseopdracht. Landbouwers die verdachte valplekken opmerken in hun graanvelden, kunnen een grondstaal laten onderzoeken.

Mediterraans aaltje duikt op in BelgiëDe ontdekking vond plaats tijdens een routine diagnoseopdracht, op vraag van het Voedselagentschap (FAVV). Die wilde weten of een bepaalde exportlading aardappelen, afkomstig van zeven Belgische velden, al dan niet het maïswortelknobbelaaltje bevatte. Eén van de velden bleek wel degelijk besmet te zijn, maar niet met het gezochte aaltje. In plaats daarvan trof ILVO het graswortelknobbelaaltje aan, evenals een kleinere en nog onbekende soort in ons land.

“De detectie van die nieuwe soort kwam er pas nadat de vermoedelijke Meloidogyne juvenielen uiterst zorgvuldig werden bekeken met een microscoop”, stelt Nicole Viaene, ILVO-groepsleider nematologie. Daarop voerde ILVO met doorgedreven DNA-gebaseerde methoden een “onbetwistbare identificatie” uit.

Koolwortelknobbelaaltje is volop aanwezig in mediterrane landen zoals Italië, Spanje, Portugal en Griekenland, op akkers waar linzen, graangewassen en kikkererwten worden verbouwd. Het aaltje werd ook al gerapporteerd in meerdere streken van Frankrijk, in graanvelden en koolzaad. In Nederland en Duitsland is de species nog niet opgedoken.

Er zijn voorlopig alleen hypothesen waarom het aaltje in België is opgedoken. ILVO denkt daarbij aan een gevolg van de klimaatopwarming, een besmetting door landbouwmachines vanuit Frankrijk of gewijzigde teeltrotaties die de overlevingskansen groter maken. Graan en koolzaad na elkaar telen zou namelijk kunnen betekenen dat de levenscyclus van de nematode verlengd wordt.

Verdere monitoring en onderzoek moet in een latere fase meer duidelijkheid brengen over de verspreiding, de schadelijkheid en de nodige maatregelen tegen het aaltje. Landbouwers die verdachte of onverklaarbare valplekken opmerken in hun graanvelden, kunnen hun bodem laten analyseren door het Diagnosecentrum voor Planten.

Bron: VILT
Contactpersonen: Nicole Viaene