Pers en media

VILT - maandag 14 februari 2011

Onderzoek | Onderzoek als hefboom voor rendabelere varkenshouderij

Betere bedrijfsbeslissingen met 'Pigs2win'
De varkenscrisis oplossen via wetenschappelijk onderzoek is niet mogelijk. Maar kennis aanreiken die kan leiden tot hogere inkomens in de varkenshouderij, dat kan ILVO (Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek) wel. Op de vraag welke de belangrijkste praktische lessen zijn uit het onderzoek voor de varkenssector, luidt het antwoord van de onderzoekers: hou de prestatiecijfers beter in de gaten. Belangrijke factoren die hierbij een rol spelen zijn voedersamenstelling, genetische achtergrond van de dieren en management.

varkenshouderijAspecten waar ILVO-onderzoekers recent op hebben gefocust, zijn bedrijfsmanagement, voeder, actuele gezondheids- en welzijnsaspecten (kreupelheid, castratie), vleeskwaliteit en alternatieven voor voederantibiotica. De resultaten vinden hun weg naar de mengvoedersector, slachthuizen, vakorganisaties en individuele varkensbedrijven.

Rekenmodel ‘Pigs2win’ kan bedrijfsbeslissingen ondersteunen

“De varkenssector in Vlaanderen wordt al geruime tijd gekenmerkt door kleine marges”, zegt Jef Van Meensel van de eenheid Landbouw & Maatschappij van ILVO. De kosten zijn hoog in verhouding tot de opbrengsten. Het verhaal is gekend: lage varkensprijzen, die steeds meer bepaald worden door de verscherpte internationale concurrentie, fluctuerende grondstofprijzen en de nutriëntenproblematiek die voor extra kosten zorgt. Dat maakt dat de kleinste prijswijziging of verandering in technische prestaties (o.a. voederconversie, sterftecijfer) een duidelijk effect heeft op het uiteindelijke inkomen van de varkenshouder.

Jef Van Meensel merkt op dat er zeer grote inkomensverschillen zijn tussen de varkensbedrijven onderling. Op basis van een steekproef van vleesvarkensbedrijven blijkt dat het arbeidsinkomen enkele jaren geleden varieerde tussen een negatief saldo van 50 euro en een positief saldo van 125 euro gemiddeld per aanwezig vleesvarken. Ook de nutriëntenbalans blijkt sterk te verschillen tussen bedrijven. “Het komt er voor individuele bedrijven dus op aan om de juiste beslissingen te nemen om het inkomen op peil te houden”, leidt Van Meensel daaruit af.

Recent heeft ILVO een rekenmodel – Pigs2win – ontwikkeld dat varkenshouders kan bijstaan in het nemen van beslissingen om hun bedrijfsprestaties te verbeteren. “Met dit instrument trachten we een meerwaarde te bieden aan de traditionele advisering”, verklaart Van Meensel. In de diagnosefase worden de prestaties van een bedrijf vergeleken met de prestaties van bedrijven die een hoger inkomen verwerven. Om de vergelijking realistisch en haalbaar te maken, krijgt de gebruiker inspraak in de selectie van referentiebedrijven. De bedoeling is om een aantal kengetallen (voederconversie, worpindex, sterftecijfer, varkensprijs, enz.) te vinden waarvoor het onderzochte bedrijf minder goed scoort.

In de simulatiefase berekent ILVO de effecten van een verbetering van een of meerdere van deze kengetallen op het inkomen en de nutriëntenbalans. “Het model laat flexibiliteit toe”, zegt Van Meensel. “Zo kan bijvoorbeeld de zeugenstapel als vast of variabel worden beschouwd. Ook kan de bedrijfsleider aangeven of hij bij een toename van het aantal opgefokte biggen de bezetting van zijn vleesvarkensstal zal aanpassen, dan wel of hij het overschot aan biggen zal verkopen.”

Of de tool al beschikbaar is voor iedereen? “Momenteel worden er nog tests uitgevoerd. Uiteindelijk willen we de tool zo gebruiksvriendelijk mogelijk aanbieden aan de gebruiker”, verklaart Van Meensel. “In eerste instantie focussen we op bedrijfsadviseurs, maar ook landbouwers, beleidsmakers, voederfabrikanten en andere actoren in de varkenssector kunnen baat hebben bij Pigs2win.”

Een lage(re) voederconversie is veel geld waard

Volgens het landbouwrapport 2008 maakt de voederkost gemiddeld 89 procent uit van de totale variabele kosten om van een big een slachtrijp vleesvarken te maken. Aan de opbrengstenzijde bepaalt de karkaskwaliteit (onder meer het vleespercentage) de opbrengst per kg varken. Als daarin iets bespaard of verbeterd kan worden, dan weegt dat sterk door. Voederconversie (het aantal kg voeder dat het varken eet per kg dat het groeit) en slachtkwaliteit zijn dus erg belangrijke factoren die de rendabiliteit van een varkensbedrijf bepalen.

Ook hier durven de praktijkcijfers nogal eens uiteen liggen. Waar de gemiddelde voederconversie in Vlaanderen net geen 3 is, scoort het Vlaams varkensstamboek met circa 2,35 een stuk beter. “Het verschil zit hem in de kwaliteit van het voeder (wellicht zal dat ook vertaald worden in het prijskaartje), de genetische achtergrond van de varkens, de huisvesting of de ziektestatus”, zegt Sam Millet van de eenheid Dier van ILVO. “Vergeet niet dat een goede voederconversie ook een betere nutriëntenefficiëntie betekent”, voegt hij nog toe.

Een varkenshouder verschilt van een melkveehouder als het over krachtvoeder gaat. Door de veel meer variabele omstandigheden (ruwvoeder, weer, lactatiestadium) moet de melkveehouder zelf het rantsoen voortdurend bijsturen om de melkproductie op een hoog niveau te houden. Bij veel varkensboeren bepaalt de voederleverancier de samenstelling en de voederwaarde. De knowhow zit daardoor bij de mengvoederbedrijven: zij gebruiken onderzoeksresultaten van bijvoorbeeld ILVO om de voeders te optimaliseren.

Bron en lees meer: VILT
Contactpersonen: Jef Van Meensel en Sam Millet