Pers en media

Nieuwtje - maandag 10 september 2012

Effecten van windmolenparken op zee: rapport 2012

Op dit moment staan er in het Belgische deel van de Noordzee reeds 91 windmolens. De invloed van de bouw en de aanwezigheid van deze windmolens op het milieu wordt nauwlettend opgevolgd door een consortium van wetenschappelijke instellingen. Hun bevindingen worden voorgesteld in een geïntegreerd rapport van de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM, van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen) in samenwerking met Onderzoeksgroep Mariene Biologie (UGent), het INBO en ILVO-Visserij. Ze bevestigen dat windmolenparken hotspots voor mariene biodiversiteit zijn en dat ze een beduidende invloed hebben op zeevogels en zeezoogdieren.

Windmills at Belwind - Bligh BankDe onderzoeksgroep Biologische Milieumonitoring van ILVO-Visserij onderzoekt vooral de effecten op ongewervelde bodemdieren en vissen die op de zandbodem tussen de turbines leven. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de verrijking van de omgeving voelbaar wordt tot op meer dan 50 m afstand van de turbines. Zo worden hogere aantallen zeesterren waargenomen, terwijl de kleine pieterman (vis) blijkbaar de windmolenparken vermijdt. Het blijft echter moeilijk eenduidige trends in de veranderingen in diversiteit en aantallen binnen deze grotere bodemfauna, waaronder ook heel wat soorten vis, te detecteren. Windmolenparken blijken wel grotere individuen van verschillende soorten te huisvesten. Hieronder bevinden zich ook commercieel belangrijke soorten, zoals grijze garnaal, maar ook pladijs en tarbot. Dit effect wordt toegekend aan de afwezigheid van visserij en het veranderende voedselweb binnen de windmolenparken. Al deze effecten, maar vooral het effect van de grotere individuen, worden verwacht meer uitgesproken te worden naarmate de populaties zich langer ontwikkelen binnen de unieke omgeving van de windmolenparken.

Het volledige rapport kan geraadpleegd worden via http://www.mumm.ac.be/NL/News/index.php