Pers en media

ILVO persbericht - vrijdag 15 oktober 2010

De azalea stapsgewijs ontrafeld

Doctoraatsverdeding van ILVO-onderzoeker Ellen De Keyser
op 20 december 2010

Voor haar doctoraat hanteerde Ellen De Keyser vier unieke en veelbelovende genetische kaarten van azalea waarin merkers (stukken DNA) gebruikt kunnen worden als voorspeller van bepaalde kenmerken van de plant. Niet alleen van het kenmerk ‘kleur’, maar ook van andere veredelingstechnisch belangrijke kenmerken zoals ‘groeikracht’ en ‘bladmorfologie’‘ zijn in dit doctoraat vermoedelijke locaties in het genoom van azalea in kaart gebracht. Fundamenteel onderzoek, maar wel van het soort dat op termijn zijn relevantie kan hebben voor een snellere en betere veredeling.


Erkenning

Begin dit jaar werd de Gentse Azalea officieel erkend als Europees streekproduct. Daarmee is deze trots van de Oost-Vlaamse sierteelt het eerste niet-eetbare streekproduct. Concreet betekent dit dat enkel planten die aan welbepaalde kwaliteitseisen voldoen en in Oost-Vlaanderen geteeld én in bloei getrokken zijn als ‘Gentse Azalea’s’ in de handel mogen komen.

Trage veredeling

Voor de consument is de azalea een heel dankbaar product. De plant is onderhoudsvriendelijk en kan een zeer lange bloeiduur hebben. Anderzijds is het voor de veredelaar ook een vrij arbeidsintensieve plant als het op innovatie aankomt. Het duurt gemiddeld vijftien jaar voor een kruising als nieuwigheid op de markt gebracht wordt. De veredeling van azalea’s is dus een bijzonder langzaam en tijdrovend proces. Tussen het maken van de kruisingen en het moment waarop de bloei voor het eerst kan worden beoordeeld zit een tijdsspanne van 3 jaar. Die eerste selectie gebeurt voornamelijk aan de hand van de bloemkarakteristieken, waarna men pas in een later stadium ook andere plantkwaliteitskenmerken grondig kan gaan beoordelen. Op die manier gaan al te vaak planten met enkel aantrekkelijke bloemen te lang mee in de veredelingscyclus, om dan na meerdere jaren toch weggeselecteerd te worden op basis van slechte planteigenschappen.

Bloemkleurbiosynthese als model

Over de overerving van de meeste plantkenmerken is er ook zeer weinig informatie gekend. In haar doctoraat, met als titel Integratie van fenotype, genotype en genexpressie voor de ontrafeling van bloemkleurbiosynthese en complexe plantkwaliteitskenmerken in azalea, vertrekt ILVO-onderzoeker Ellen De Keyser van de reeds uitgebreid bestudeerde bloemkleurbiosynthese. Die gebruikte ze als model voor de toepassing van ’genetical genomics’ in azalea. Daarbij worden fenotypische (waarneembare) en genotypische (DNA-gebonden) gegevens gecombineerd met genexpressie profielen van kandidaat genen op een genetische kaart om zo de regulatie van de bestudeerde kenmerken te ontrafelen. Met andere woorden: als waarneembare eigenschappen blijken samen te vallen met kandidaat-genen op de kaart, betekent dit dat deze genen (of hun transcriptiefactoren) een rol spelen in de creatie van de fenotypische variatie. Dit model kan in de toekomst ook toegepast worden voor andere plantkwaliteitskenmerken.

Fundamenteel onderzoek voor betere azalea’s

Bij de plaatsbepaling van de onderliggende genen voor een fenotypisch kenmerk spreekt men van een QTL (Quantitative Trait Locus). Dat is de plaats waar het betreffende “trekkende “ gen ligt. Via “QTL mapping” valt het proces van bloemkleurbiosynthese in azalea gedeeltelijk op te helderen. Voor meer complexe eigenschappen als bladmorfologie en plantarchitectuur zijn echter nog geen kandidaat-genen beschikbaar. Bladmorfologie en plantarchitectuur werden gescoord in vier populaties (onafhankelijke kruisingen van telkens 2 niet-verwante ouders) en er werd zoveel mogelijk gebruik gemaakt van beeldanalyse om data te genereren voor QTL analyse. De aandacht ging vooral naar de “sterke” QTLS, omdat zich daar de genen bevinden op basis waarvan men kan veredelen. Binnenkort zullen ook kandidaat-genen voor deze plantkenmerken beschikbaar komen voor een grondigere studie ervan. Via dergelijk fundamenteel onderzoek kan het in de toekomst mogelijk worden om via een directe selectie op zaailingen eenvoudiger, intensiever en sneller te gaan veredelen. Zo heeft een teler niet alleen meer kans om in een vroeg stadium kwalitatief betere azalea’s te selecteren en zo uiteindelijk een unieke plant te bekomen, maar kan hij ook efficiënter op tijd, ruimte en energie besparen.

Bloeiregulatie

Bij dit doctoraatsonderzoek werden 1500 planten met ca. 1250 merkers bestudeerd. Deze merkers werden gegenereerd over een periode van twee jaar. De genexpressie-techniek die daarbij werd geoptimaliseerd, zal ook in het project omtrent bloeiregulatie- en kwaliteit (ILVO, PCS, Ugent, 2008-2012) worden gebruikt. In dit project wordt onder andere bestudeerd welke genen aangestuurd worden tijdens het bloeiproces, om zo een idee te krijgen waar het precies fout loopt bij slecht bloeiende planten.

De verdediging zal plaatsvinden op maandag 20 december 2010 om 14u in de Academieraadzaal, lokaal A 0.030 (Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, Coupure links 653, 9000 Gent).

Contactpersoon

Greet Riebbels, ILVO communicatie, 0486 26 00 14