Pers en media

ILVO persbericht - dinsdag 1 oktober 2019

Hardnekkige verdichting onder akker- en graslanden: zoektocht naar haalbare en effectieve oplossingen

Probleempercelen gezocht voor meerjarige veldproeven
Verdichting van de landbouwbodems is niet alleen een toenemend, maar ook een complex probleem. ILVO, Inagro, Bodemkundige Dienst van België (BDB) en Universiteit Gent gaan de komende 4 jaar onderzoeken op welke manier bodemverdichting duurzaam kan worden verholpen en welke maatregelen economisch en ook praktisch haalbaar zijn. De projectpartners focussen op de twee grootste uitdagingen. Enerzijds op de diepere bodemverdichting onder de bouwlaag (>30 cm) waar op vandaag weinig of geen effectieve en blijvende oplossingen voor bestaan. Anderzijds op de brede toepassing van bestaande bodemdrukverlagende technieken, die vooralsnog niet doorbreken omdat landbouwers de reële kosten en baten onvoldoende kennen. Coördinator Tommy D’Hose (ILVO): “Interessant is dat we in dit onderzoeksproject echt samen met landbouwers, loonwerkers, machinefabrikanten en –verdelers via veldexperimenten gaan vaststellen welke strategieën het meest effectief en haalbaar zijn. We mikken meteen op de adoptie van de beproefde technieken. En we zorgen voor een brede waaier van onderzochte situaties, met verschillende teelttechnieken, verschillende mechanische innovaties, in verschillende combinaties. Telkens noteren we de precieze kosten en baten, inclusief het brandstofverbruik.”

Bodemverdichting, een groeiend probleem

Naar schatting 30 tot 50% van de meest productieve en vruchtbare bodems in Europa heeft te kampen met bodemverdichting. Voor Vlaanderen zou dit neerkomen op een areaal van 200.000 tot 300.000 ha. Uit een recente bevraging van Belgische landbouwers blijkt bovendien dat een derde (34%) problemen met bodemverdichting ervaart. Bodemverdichting is het samendrukken van bodempartikels door externe krachten, waardoor het totale poriënvolume in de bodem afneemt. Die poriën zijn belangrijk voor transport van lucht en water doorheen de bodem en laten toe dat plantenwortels er zich een weg door kunnen banen. Elke betreding van een bodem kan potentieel verdichting creëren, maar dat risico neemt aanzienlijk toe wanneer het gebeurt met zware machines en zeker in natte omstandigheden. Verschillende recente evoluties in de Vlaamse landbouw werken net dat in de hand: de trend naar landbouwmachines met grotere wiellasten (vb. zelfrijdende oogstmachines), de groei van de groente- en aardappelverwerkende industrie met de bijbehorende evolutie naar contractteelt en loonwerk afgestemd op de planning in de fabriek eerder dan op de weersomstandigheden, het intensief bemesten en maaien van graslanden, het verlengen van de bietencampagne en het toenemend areaal maïs en aardappelen (tot 35% van het landbouwareaal) – beide teelten die laat geoogst worden.

Met economische en ecologische gevolgen

De relevantie van dit onderzoek is groot: bodemverdichting is naast bodemerosie één van de grootste fysische oorzaken van bodemdegradatie. Ondoordringbare lagen in de ondergrond verhinderen immers een goede beworteling en dus gewasontwikkeling. Gerapporteerde Europese oogstverliezen als gevolg hiervan variëren van 0,5 tot wel 50%. Daarenboven creëert verdichting problemen met de waterhuishouding op landbouwpercelen. In natte periodes kunnen de bodems minder goed draineren, wat het risico op wateroverlast vergroot. In droge periodes kunnen de gewaswortels dan weer niet aan de diepere bodemlagen en kan ook het vocht uit de lagergelegen profielen niet opstijgen. Dat veroorzaakt droogtestress. Gezien klimaatstudies langere droogteperiodes voorspellen gevolgd door perioden van intense neerslag, wordt de zorg voor een goede waterhuishouding belangrijker. Bodemverdichting opheffen is één belangrijke strategie om hieraan tegemoet te komen.

Zowel vanuit het beleid als vanuit de landbouw is de vraag naar oplossingen groot. ILVO, UGent, BDB en Inagro gaan de komende 4 jaar daarom op zoek naar economisch en praktisch haalbare maatregelen die effectief werken. Het project focust op alle teelten met een verhoogd risico, dus niet alleen op maïs, aardappelen en bieten maar ook op bepaalde groentegewassen en intensief beheerd grasland.

Doel 1: preventiemaatregelen evalueren en kostenbaten berekenen

Dit voorjaar werd een eerste reeks veldproeven gestart om preventiemaatregelen te evalueren en de bijbehorende kosten en baten (inclusief branstofverbruik) in kaart te brengen. Tommy D’Hose (ILVO): “Landbouwers beschouwen bodemdrukverlagende technieken doorgaans als duur en vinden het ook moeilijk om de economische impact van bodemverdichting correct in te schatten, omdat het probleem zich onder de grond bevindt. Daarom gaan wij een kostenbatenanalyse maken: welke impact heeft bodemverdichting op de gewasopbrengst? Hoe evolueert dat na de verschillende behandelingen? En wat zijn alle andere kosten en baten van de onderzochte technieken, zoals eventuele besparingen op brandstofverbruik?”

Afdruk onder hoge bandenspanning Afdruk onder lage bandenspanning

Links een afdruk onder hoge en rechts een afdruk onder lage bandenspanning. Onder lage spanning is het contactoppervlak groter, heeft de band meer grip en is er minder diepe insporing. Hierdoor gaat het branstofverbruik omlaag. Met hoeveel exact wordt gemonitord in dit project.

Concreet worden dit jaar op een praktijkperceel met suikerbiet (i.s.m. KBIVB), twee maïspercelen (ILVO) en een biologisch groenteperceel (Inagro) testen uitgevoerd met lagedrukbanden, luchtdrukwisselsystemen, vaste rijpaden en machines met meerdere assen voor een betere gewichtsverdeling. Doorheen het project zullen daar nog technieken aan toegevoegd worden in samenspraak met de betrokkenen. Jasper Vanbesien (Inagro): “Door landbouwers, loonwerkers, fabrikanten en verdelers van machines en banden hierbij te betrekken willen we focussen op haalbare technieken en hopen we bewustwording te creëren. Uiteindelijk moet dit leiden tot een duidelijk overzicht van goede praktijken en de bijbehorende kosten en baten. Dat moet de betrokkenen toelaten beter geïnformeerd beslissingen te nemen.”

Doel 2: oplossingen zoeken voor bestaande, diepe bodemverdichting

In tegenstelling tot verdichting in de bouwlaag (0-30 cm) is verdichting eronder (>30cm) moeilijker op te heffen. Normale bodembewerking werkt zo diep niet. Uit een recente enquête bij Belgische landbouwers blijkt dat 30% bovendien niet weet welke maatregelen ze precies moeten nemen. Daarenboven vindt 15% de bestaande technieken niet effectief.

Toch hopen de projectpartners na 4 jaar antwoorden te hebben. Tom Coussement (BDB): “Wanneer is diepe bewerking succesvol? Welke groenbedekker zaai je best? Werkt woelen ook op grasland, eventueel gecombineerd met doorzaai? En hoe combineer je dat woelen met maatregelen om het bodemleven (vb. regenwormen) te bevorderen, zoals het toedienen van bodemverbeteraar, zodat het zichzelf herstellend vermogen van de bodem opnieuw vergroot. Het zijn maar enkele van de vragen die we ons stellen.” Net als van de preventieve maatregelen wordt van deze remediërende maatregelen een kostenbatenanalyse gemaakt.

Doel 3: Terranimo© tool uitbreiden

Behalve een gids met goede praktijken en een kostenbatenanalyse moet dit project een verbeterde Vlaamse versie van de bestaande Terranimo© tool opleveren. Terranimo© is een webgebaseerd computermodel dat het risico op bodemverdichting door landbouwverkeer voorspelt. Gebruikers kunnen voor verschillende bodemtextuurtypes, bodemvochtgehaltes, bandentypes en machines de grondspanning berekenen en visualiseren. Het kan dus een belangrijke beslissingstool zijn die bodemverdichting helpt te vermijden. Maar daarvoor moet het eerst meer ingang vinden in de Vlaamse landbouw.

Wim Cornelis (UGent): “Om Terranimo© nog nuttiger te maken voor landbouwers, loonwerkers, adviseurs en ook onderzoekers, zullen we data over nieuwe relevante landbouwmachines en bandentypes toevoegen. Bovendien zullen we veldmetingen uitvoeren om de modelparameters nog verder te verfijnen.”
Gezocht: landbouwers met probleempercelen!

Voor de proeven rond diepe verdichting zijn de projectpartners op zoek naar praktijkpercelen. Landbouwers die problemen met bodemverdichting vermoeden op hun akker- of graslanden mogen zich melden bij ILVO (tommy.dhose@ilvo.vlaanderen.be) of de Bodemkundige Dienst van België (tcoussement@bdb.be). Deelnemers worden nauw betrokken bij de aanleg van de proef en de keuze van de onderzochte maatregelen. De onderzoekers willen immers vertrekken van technieken die landbouwers het meest beloftevol en toepasbaar achten. Verder wordt zo weinig mogelijk ingegrepen in het gangbaar perceelsmanagement (vb. bemesting).

Over het project

Dit Vlaamse LA-traject werd eind 2018 afgetrapt en zal vier jaar duren (2018-2022). Op regelmatige basis zal over de resultaten gecommuniceerd worden via demo’s, studiedagen, nieuwsbrieven en de website www.bodemverdichting.be.

Het project wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid (Vlaio), enkele bandenfabrikanten (Bridgestone Europe, Michelin Belux, Alliance Tire Europe), landbouworganisaties (Boerenbond en ABS), machinefabrikanten (Steeno NV), loonwerkers (VDD Agri) en andere sectorafgevaardigden (Bayer Cropscience NV, PRP Technologies - Olmix Group).

Contact

Nele Jacobs, communicatie ILVO: nele.jacobs@ilvo.vlaanderen.be, 0472530696

Tommy D’Hose, expert ILVO: tommy.dhose@ilvo.vlaanderen.be, 092722669