Pers en media

ILVO persbericht - vrijdag 11 maart 2011

Oproep tot vernietiging van de veldproef met Phytophthora-resistente GGO-aardappelen te Wetteren: Het initiatiefnemend consortium reageert

Vandaag vernamen de UGent, VIB, de Hogent en het ILVO (Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek) dat een radicale groep ‘Field Liberation’ aankondigt de wetenschappelijke proef met genetisch gewijzigde, Phytophthora-resistente aardappelen te zullen vernietigen. In een persmededeling kondigen ze de vernietiging aan op 29 mei 2011.

De 4 betrokken wetenschappelijke instellingen betreuren deze actie om verschillende redenen.

  1. De publieke opinie wordt met dergelijke boodschap op een verkeerd been gezet, en bang gemaakt voor een ontwikkeling die veel uitleg, nuance en studie vergt.
  2. De actie geeft blijk van een behoudsgezinde reflex en ongefundeerde vooroordelen. Ze suggereren dat alleen traditionele gewassen zuiver, ‘natuurlijk’, ‘ongewijzigd’, aanvaardbaar zijn. Ze suggereren dat GGO’s (welke dan ook) alleen maar wegens de wijze waarop één van hun eigenschappen werd ingebracht gevaarlijk, ongezond, verwerpelijk zijn. Alle nuance ontbreekt. De wetenschappelijke wereld kan deze aannames ontkrachten en zelfs omdraaien.
  3. Door de vernietiging van de genetisch gewijzigde aardappelen wordt een belangrijke stap in het wetenschappelijk onderzoeksproces onmogelijk gemaakt. De aardappelen in de proef worden niet geteeld voor consumptie. Het gaat om een wetenschappelijke veldproef waarbij de resistentie tegen een almaar moeilijker te bestrijden aardappelplaag wordt gecontroleerd onder reële Vlaamse buitenomstandigheden. Enkel de lijnen (van de 27 die er getest worden) die goed reageren op de Vlaamse teeltomstandigheden worden in het verdere onderzoeksproces weerhouden. Dit verdere proces zal nog vele jaren duren. Het is nog niet te zeggen of en zo ja hoeveel genetisch gewijzigde aardappelen alle verdere proeven en wetenschappelijke tests zullen weerstaan, alvorens ze ‘authorisatie voor teelt’ krijgen.
  4. Onafhankelijk, publiek gecommuniceerd en door de overheid gefinancierd wetenschappelijk onderzoek garandeert correcte en volledige antwoorden op onderzoeksvragen. Via een gecontroleerd en gefaseerd onderzoeksproces zullen wetenschappers betrouwbare uitspraken kunnen doen, OOK over vragen en bezorgdheden die de maatschappij kan hebben rond een nieuwe technologie. Dit onmogelijk maken suggereert dat men expliciet bij zijn eigen niet-geteste doembeelden wenst te blijven.
  5. De vernietigingsactie botst met alle voorzorgsmaatregelen die de onderzoekers zichzelf opleggen om te beletten dat de bewuste aardappellijnen (met op heden niet-geauthoriseerde cultivars) zich zouden verspreiden. De voorzorgsmaatregelen bevatten ondermeer een afsluiting rond het veld, een zeer ruime isolatieafstand en doorgedreven monitoring. De aangekondigde actie bepleit niet alleen huisvredebreuk en het ongeoorloofd betreden en vernietigen van private grond en bezit, maar is vooral een gratuite en misleidende mediastunt.
  6. Pleiten voor vernietiging van GGO gewassen betekent dat men de door de Europese en Vlaamse regelgever voorziene keuzevrijheid van de landbouwer en consument negeert. Men wenst in de plaats te treden van deze (vergunninggevende) overheden om een sterk beperkte, en behoudende keuze op te leggen.
  7. Het consortium nodigt iedereen uit om in dialoog te treden over de problematiek van de aardappelplaag en de mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben om deze op te lossen. Er heeft al een rondetafelgesprek plaatsgehad met een aantal Vlaamse bio- en milieuorganisaties. Dit gesprek was leerzaam voor beide partijen en heeft aangetoond dat er voor dit specifieke geval ruimte is voor nuancering. In plaats van een confrontatie in de vorm van een vernietigingsactie nodigt het consortium ‘Field Liberation’ uit voor een gesprek.

Een vernielingsactie is NIET de aangewezen manier is om met nieuwe technologie om te gaan. Het consortium overweegt sterk om in deze klacht in te dienen tegen onbekenden.

Achtergrondinfo bij het opzet van de proef: Vermijden van de aardappelziekte

De veldproef met genetisch gewijzigde aardappelen in Wetteren past in het breder wetenschappelijk onderzoek naar methodes om de aardappelziekte, veroorzaakt door Phytophthora infestans, op een duurzame wijze de baas te blijven. Phytophthora vormt de grootste bedreiging voor de aardappelteelt in streken met een gematigd klimaat, zoals België. Vandaag wordt de ziekte voornamelijk bestreden met schimmelbestijdingsmiddelen. Zonder bestrijdingsmaatregelen kan het opbrengstverlies voor de landbouwer oplopen tot 100%. Aardappeltelers moeten tegenwoordig 10 tot 15 (!) maal spuiten om hun oogst te verzekeren. Bintje (40 a 50 % van het aardappelareaal) is erg gevoelig voor de ziekte. De bestrijding van de aardappelziekte is over de jaren heen steeds moeilijker geworden omdat gemiddeld genomen gunstiger weersomstandigheden optreden voor de schimmel en binnen de Phytophthora-populatie steeds agressievere vormen voorkomen. De schimmel kan zich sinds een aantal jaren ook geslachtelijk voortplanten. Geslachtelijke sporen zorgen niet alleen voor meer diversiteit, maar zijn ook in staat om 1 tot 3 jaar in de bodem te overleven. Ongeslachtelijke schimmeldraden overleven de winter in aangetaste knollen.

Wetenschapper zijn momenteel zo ver dat ze meervoudige resistentie (afkomstig uit wilde aardappelsoorten uit de Andes) in het DNA van commerciële aardappelen kunnen binnenbrengen.

Bij langdurige en grootschalige teelt van resistente rassen zou de ziektedruk sterk afnemen omdat Phytophthora zich dan veel minder kan vermenigvuldigen. Dat zou gunstig zijn voor landbouwers die geen resistente rassen telen en/of de ziekte niet bestrijden, zoals biologische- en hobbytelers.

Het inkruisen van resistentie tegen Phytophthora vanuit aan de aardappel verwante soorten kan ook. Nadeel is dat dit een langdurig en complex proces is. Het kost decennia om te komen tot een ras dat (enkelvoudig) resistent èn verkoopbaar is. De resistente rassen Bionica en Toluca zijn in Nederland ontstaan na een veredelingsproces dat meer dan 40 jaar in beslag heeft genomen. De raseigenschappen van Bionica en Toluca maken dat ze maar beperkt toepasbaar zijn. Beide rassen bezitten hetzelfde, enkelvoudige resistentiegen afkomstig uit de wilde aardappelsoort Solanum bulbocastanum. Het feit dat ze maar één resistentiegen bezitten, maakt de rassen bijzonder kwetsbaar aangezien Phytophthora gemakkelijk door enkelvoudige resistenties heen breekt. Ook het ras Sarpo Mira bezit een opmerkelijk resistentieniveau. Dit ras is in Hongarije ontstaan na een langdurig proces van klassieke familieselectie.

Genetisch gewijzigde, Phytophthora-resistente aardappelen

Sinds een aantal jaren wordt er gewerkt aan genetisch gewijzigde, Phytophthora-resistente aardappelen. Genetische modificatie laat toe om in één stap, en zonder verlies van raseigenschappen, meerdere resistentiegenen tegelijk in te brengen. Die resistentiegenen zijn net zoals bij Bionica en Toluca, afkomstig uit wilde verwanten van de aardappel uit de Andes. Er is vandaag een twintigtal resistentiegenen beschikbaar en dat aantal is nog altijd groeiende. Zo worden nieuwe aardappelen ontwikkeld met verschillende duurzame combinaties van resistentiegenen.

Wetenschappers zijn ervan overtuigd dat de ultiem duurzame resistentie wordt bereikt wanneer verschillende combinaties van resistentiegenen in tijd en plaats afgewisseld worden in combinatie met een heel klein beetje spuiten.

De aardappeloogst vertegenwoordigt in Europa een waarde van om en nabij de 6 miljard euro. Geschat wordt dat Phytophthora in Europa elk jaar ongeveer 1 miljard euro schade aanricht, bestaande uit kosten voor de bestrijding van de ziekte, en kosten als gevolg van opbrengst- en bewaarverliezen. Voor de Belgische landbouw gaat het omgerekend om een jaarlijkse kostenpost van ongeveer 55 miljoen euro.

Belgische veldproef

In Wetteren wordt in 2011 en 2012 een wetenschappelijke veldproef uitgevoerd met genetisch gewijzigde, Phytophthora-resistente aardappelen. Het grootste deel van de te onderzoeken aardappellijnen is afkomstig van Wageningen Universiteit & Research Center. In deze aardappelen zitten maximaal drie verschillende resistentiegenen (zie www.durph.nl). Daarnaast maakt ook de Fortuna-aardappel van BASF deel uit van de veldproef. Deze aardappel bezit twee natuurlijke resistentiegenen afkomstig van Solanum bulbocastanum.

Het zal nog enkele jaren duren voordat genetisch gewijzigde, meervoudig resistente aardappelen op de markt zullen zijn. BASF is met zijn Fortuna-aardappel het verst gevorderd. De aardappel zit in de laatste ontwikkelingsfasen. Deze aardappelen zouden ten vroegste in 2014 op de markt kunnen komen.

Antibioticumresistentie merkers in 18 van de 27 geteste experimentele aardappellijnen

Om in de proefbuisfase te controleren welke plantjes wel of niet het ingebrachte resistentiegen hebben opgenomen werd in 18 gevallen een verklikker of merker gebruikt: in dit geval het zogenoemde nptII-gen, dat resistentie geeft tegen de antibiotica kanamycine en neomycine. Maar de aardappellijnen die uiteindelijk op de markt zullen belanden zullen die merker niet bevatten. De federale en Vlaamse ministers die deze veldproef autoriseerden hebben het uitgebreid wetenschappelijk advies gevolgd de Adviesraad voor Bioveiligheid (ARB), dat gesteund is op wetenschappelijke feiten en handelt in functie van de Europese regelgeving en de adviezen van EFSA (European Food and Saftety Authority). In de Europese regelgeving betreffende het verlenen van vergunningen voor veldproeven (Richtlijn 2001/18 EG) staat in art 4 (Algemene verplichtingen) “De lidstaten en de Commissie dragen er zorg voor dat bij het verrichten van een milieurisicobeoordeling in het bijzonder wordt gelet op GGO's die genen bevatten welke resistentie tegen bij medische of veterinaire behandelingen gebruikte antibiotica tot expressie brengen, met het oog op het identificeren en geleidelijk elimineren van antibiotica-resistentie-merkers in GGO's die mogelijk negatieve effecten op de volksgezondheid en het milieu hebben.” Europa wenst voor de betreffende groep merkers die een risico inhouden voor de volksgezondheid een uitdoofscenario tegen 31 december 2008.

EFSA (European Food Safety Authority) stelt in zijn opinie van 2 april 2004, en bevestigt in zijn statement van 23 Maart 2007 dat het gebruik van de NPTII antibioticum resistentiemerker GEEN risico inhoudt voor het milieu, de menselijke gezondheid noch de dierengezondheid. (NPTII is precies het resistentiegen dat is gebruikt bij enkele van de betreffende GGO aardappelen). Reden die EFSA aanvoert is dat er een ‘extremely low probablility’ is van gentransfer (bvb. het antibioticum resistentiegen NPTII) van planten naar bacteriën welke zich in het menselijk of dierlijk lichaam of in het milieu kunnen bevinden. Bovendien zegt EFSA ”dat er een ‘extremely low probability’ is dat de geninformatie (van de antibioticumresistentie merker) of een deel ervan functioneel zouden kunnen worden in een bacterie”.

M.a.w. de antibiotica resistentie merker nptII die aanwezig is in 18 van de 27 aardappellijnen die de UGent en BASF wensen te testen in de aangevraagde veldproef in Wetteren behoort NIET tot de groep merkergenen waarvoor een uitdoofscenario door Europa is bedoeld in de regelgeving van 2001/18. De European Food Safety Authorithy EFSA acht het hoogst onwaarschijnlijk dat resistentie aanwezig in planten overgaat naar bacteriën. Het feit dat deze antibiotica resistentiegenen in de natuur zeer wijdverspreid zijn en dat er naast het transfereren van genen tal van andere mechanismen bekend zijn die leiden tot antibiotica resistentie doet EFSA besluiten dat het gebruik van nptII in GGO-planten geen verhoogd risico op antibioticaresistentie met zich meebrengt.

Reeds GGO aardappelen aanwezig op de markt?

De GGO- aardappellijnen die in Wetteren zullen worden getest in een veldproef hebben het proces van autorisatie nog niet volledig doorlopen. Verder onderzoek dient daarvoor nog te gebeuren.
Voor wat aardappelen betreft is op dit moment enkel de zogenaamde “Amflora”-aardappel (met gewijzigde zetmeelsamenstelling) goedgekeurd voor teelt op EU-grondgebied. Deze aardappel kent enkel industriële toepassingen en wordt slechts geteeld onder vastgelegde quota. België bezit hiervoor geen quota. “Amflora” wordt dus ook niet in ons land verbouwd.

De co-existentieregelgeving voor GGO-aardappelteelt in Vlaanderen is momenteel in voorbereiding.

Voor meer informatie

Godelieve Gheysen, UGent godelieve.gheysen@ugent.be, M: 0498.454.890
René Custers, VIB rene.custers@vib.be, M: 0474.521.34
www.Phytophthora.be