Pers en media

ILVO persbericht - maandag 31 januari 2011

Doctoraat Ambroos Stals - Detectie van norovirussen in fruit en kant-en-klaar slaatjes & broodjes

Titel doctoraat: Moleculaire detectie van norovirussen in kant-en-klare levensmiddelen en fruitproducten

De verdediging vindt plaats op donderdag 3 februari om 16.00u in de Academieraadzaal, lokaal A 0.030 Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, Coupure links 653, 9000 Gent.


Ambroos Stals is er met dit doctoraat in geslaagd om

  • een innovatieve DNA-methode te ontwikkelen voor detectie van menselijke norovirussen
  • methoden te evalueren waarmee van een voedingsmiddel (belegd broodje, pastasalade, klein rood fruit.) een extract wordt gemaakt dat analyseerbaar is met de ontwikkelde DNA-methode.
  • via combinatie van beide methoden na te gaan of er al dan niet menselijke norovirussen aanwezig waren in fruit en kant-en-klare consumptieproducten.

Tot nu toe was er geen gestandaardiseerde detectiemethode voor norovirus in verse voedingswaren en zachte fruitproducten voorhanden. De technologie is nu op het punt gekomen dat er bij een uitbraak van een virale besmetting bij mensen kan gezocht worden welk opgegeten voedingsmiddel al dan niet (het genetisch materiaal van) norovirus bevatte. Omgekeerd is de wetenschap nog niet zover dat men loten van voedingswaren of fruit waar het norovirus (genetisch materiaal) op voorkomt kan afkeuren voor consumptie, omdat men nog niet het onderscheid kan maken tussen infectieuze (ziekteverwekkende) en niet-infectieuze (wegens niet meer vitaal) norovirussen.

Waarom norovirus onderzoeken en waarom in fruit en rauwe kant-en-klaar voeding?

ILVO heeft een traditie in onderzoek van voedselgebonden pathogenen en ontwikkelt en verfijnt methodes voor detectie ervan.
Virussen worden wereldwijd gezien als een belangrijke oorzaak van voedselgebonden uitbraken. In Europa blijken virussen na salmonella de tweede belangrijkste oorzaak van gerapporteerde voedselgebonden uitbraken. Hierbij zijn voornamelijk norovirus en hepatitis A van belang. In België wordt norovirus sedert 2007 als hoofdoorzaak van voedselgebonden infecties gerapporteerd. Norovirus en hepatitis A worden voornamelijk geassocieerd met groenten, fruit en schelpdieren die rauw geconsumeerd worden en kant-en-klare levensmiddelen. De besmetting van schelpdieren gebeurt door kweek in verontreinigd water, terwijl besmetting van groenten en fruit kan gebeuren via besmet irrigatiewater, handcontact van (norovirus-dragende) plukkers of tijdens de verwerking. In het geval van kant-en-klare levensmiddelen is een geïnfecteerde voedselbereider/behandelaar vaak de bron van virale contaminatie.

Uitdaging: norovirus niet vermeerderbaar in laboratorium en procedure van extractie en onderzoekspreparaten verschillend van voedingsproduct tot voedingsproduct. Onderzoek naar mogelijke overdracht van het virus naar het menselijk lichaam (transmissieroutes) is niet eenvoudig vanwege de problematiek die gepaard gaat met detectie van virussen in levensmiddelen. In tegenstelling tot bacteriën, gisten en schimmels kunnen virussen niet groeien in afwezigheid van hun gastheercel en dus niet gekweekt worden met behulp van cultuurmedia. Detectie is bijgevolg afhankelijk van moleculaire methoden die gebaseerd zijn op amplificatie van het genetisch materiaal. Tot op heden was er geen officiële gestandaardiseerde detectiemethode voorhanden. Twee problemen: Het is bekend dat lage aantallen norovirus (10-100 infectieuze partikels) al voldoende (zouden) zijn om een infectie te veroorzaken. Eveneens bekend is dat de meeste levensmiddelen componenten bezitten die moleculaire detectie kunnen verstoren. Daarom is een specifieke extractieprocedure noodzakelijk om het viraal materiaal te concentreren en op te zuiveren. Naargelang de samenstelling van het levensmiddel is er een andere extractieprocedure noodzakelijk.

In dit doctoraatswerk werd een moleculaire methode ontwikkeld voor simultane detectie van de belangrijkste humane norovirussen. Vervolgens werden protocollen voor extractie van norovirus uit kant-en-klare levensmiddelen en uit klein rood fruit geëvalueerd. Nieuw hierbij is dat een verwant muis-specifiek norovirus als controle voor de extractieprocedure werd ingesloten. Dit norovirus (waar enkel muizen ziek van worden) was handig bruikbaar omdat het wel kan gekweekt worden in een laboratorium. Het muis-specifiek virus werd in verschillende hoeveelheden aangebracht op de voedingsmiddelen en na de extractieprocedure kon het gehalte aan gedetecteerd norovirus worden bepaald.

Voor beide protocollen werd een duidelijke invloed van het voedseltype op de recuperatie van norovirus aangetoond. In het geval van kant-en-klare levensmiddelen bleek recuperatie uit belegde broodjes het moeilijkst.

Screening

Screening van 75 verse fruitproducten (frambozen, aardbeien, kerstomaten en fruitsalades) resulteerde in een onverwacht hoog aantal (24%) positieve stalen. Belangrijk om weten is dat met de gegeven detectiemethodologie geen onderscheid wordt gemaakt tussen infectieuze en niet-infectieuze viruspartikels. Er moet dan ook met de nodige voorzichtigheid omgesprongen worden met positieve analyseresultaten. Deze wijzen niet altijd direct op een risico voor de volksgezondheid. Het belang van voldoende hygiënische voorzorgen bij het plukken en/of behandelen van vers fruit en kant-en-klare voedingsmiddelen (broodjes/slaatjes) wordt hierdoor wel opnieuw onder de aandacht gebracht.

De belangrijkste bevindingen van dit doctoraat werden verspreid in de wetenschappelijke wereld.

Meer wetenschappelijke details?

Ambroos Stals: Ambroos.Stals@ILVO.vlaanderen.be, tel. 09/2723026
Els Van Coillie: Els.Vancoillie@ILVO.vlaanderen.be, tel. 09/2723028