Pers en media

Eos Tracé - dinsdag 17 juli 2018

Hoe kunnen we onze veedieren weer Europees voer voorschotelen?

We komen eiwitten te kort. En veel ook. Niet op ons bord – daar zit het wel snor – maar vooral in de veeteelt. Al die koeien, varkens, kippen en andere veedieren moeten hun dagelijkse portie eiwitten binnenkrijgen, maar op de Europese velden zijn niet veel eiwitgewassen meer te vinden. Dus voeren we massaal soja in. De EU wil de afhankelijkheid van ingevoerde eiwitten nu terugschroeven. Hoe? Ik zocht het uit.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is er in Europa steeds minder plaats gekomen voor het telen van eiwitgewassen. De invoer van het eiwitrijke soja ging vanaf toen door het dak. Zo'n 30 procent van de eiwitbehoefte voor veedieren in Europa wordt vandaag ingevuld door soja, dat door zijn aminozuursamenstelling uiterst geschikt is al veevoer.

De EU is voor 70 procent afhankelijk van geïmporteerde eiwitten, een cijfer dat voor soja oploopt tot 97 procent. Vorig jaar voerden vrachtschepen maar liefst 36 miljoen ton soja aan, voornamelijk uit de VS, Brazilië en Argentinië. Haast allemaal om Europees vee van eiwitten te voorzien.

Het besef groeit dat die situatie onhoudbaar is. Milieuorganisaties pleiten er al jaren voor om de invoer van soja aan banden te leggen. De desastreuze impact van sojateelt in Zuid-Amerika is alom bekend en de invoer van overzeese eiwitten zorgt ervoor dat nutriënten zich hier in het water en de bodem ophopen. Mede dankzij de import van soja is een grootschalige veeteelt mogelijk die niet beperkt wordt door het beschikbare areaal landbouwgrond. Maar al die dieren produceren een gigantische hoeveelheid mest, te veel om op de akker te verwerken. Vooral nitraten en fosfaten uit dat mest hebben nefaste gevolgen voor het milieu.

Concurrentie uit China

Landbouw is daarnaast ook een politieke kwestie, en dat is een invalshoek die vaak niet wordt belicht. Voedselproductie en voedselzekerheid zijn nochtans essentiële politieke thema's. De veehouderij is een uiterst belangrijke sector die in 2016 39,4 procent van alle opbrengsten van de Europese landbouw vertegenwoordigde – dat komt overeen met een waarde van 160 miljard euro. 

De afhankelijkheid van ingevoerde eiwitten zou weleens een probleem kunnen worden voor de veeteelt. In 1960 voerde de EU slechts 2,45 miljoen ton soja in, vandaag bijna 36 miljoen. Daarmee blijft Europa een belangrijke importeur, maar wel een die intussen met gemak wordt overvleugeld door China. Dat land – tot de jaren negentig een exporteur van soja – verscheepte vorig jaar maar liefst 96 miljoen ton soja voor eigen consumptie, bijna drie keer zoveel als de EU. Verwacht wordt dat China tegen 2020 meer dan 85 procent van soja op de wereldmarkt zal opkopen.

China haalt zijn soja vooral uit Brazilië, en weegt als grootste afnemer zwaarder op de markt dan de EU. Terwijl de EU van de Zuid-Amerikaanse producenten GGO-vrije soja vraagt en maatregelen tegen ontbossing eist, stelt China zich veel soepeler op. Aangezien de vraag vanuit China zal blijven groeien, neemt ook hun invloed toe op de prijszetting van soja op de wereldmarkt. Daardoor dreigt een scenario waarbij de EU helemaal niet meer zeker is of ze nog wel kan rekenen op Zuid-Amerikaanse soja.

De groeiende dominantie van China op de sojamarkt zorgt al langer voor zenuwachtigheid in Brussel. Daarom wil de EU werk maken om de afhankelijkheid van geïmporteerde eiwitten terug te dringen. Momenteel schrijft de Europese Commissie aan een European Protein Strategy, die eind dit jaar klaar zou moeten zijn. Duitsland en Hongarije besloten niet te wachten, en kwamen vorig jaar met de European Soy Declaration, ondertussen ondertekend door veertien andere lidstaten. Zij willen vooral de teelt van soja binnen de EU een duwtje in de rug geven.

Lees meer: EOS Tracé