Pers en media

De Loonwerker - vrijdag 27 juli 2018

Door de ogen van ... Koen Willekens

Compost is niet alleen een bron van organisch materiaal voor onze bodem, maar brengt ook nutriënten en nuttig bodemleven aan. De laatste jaren is er groeiende belangstelling voor compost, onder andere door de aangepaste Europese regels op gebied van mestaanwending. Tijd om eens wat dieper te focussen op deze materie. De Loonwerker sprak met Dr. Ir. Koen Willekens van het ILVO (Instituut voor Landbouw- visserij en voedingsonderzoek) over het composteringsproces zelf, maar ook over de aanwending van compost.

Koen Willekens

De Loonwerker: Koen, even ter herinnering, wat is compost?

Koen Willekens: “Compost is een product afgeleid uit plantaardige reststromen, mogelijk in combinatie met dierlijke mest, die door een biologisch proces zijn omgevormd tot een aarde-achtig product. De kwaliteitsbepaling ervan is vergelijkbaar met die voor bodem, maar compost is zoveel rijker aan organische stof, microbiologie en ook aan nutriënten. In afgewerkte, rijpe compost kan men zonder problemen zaaien en planten. Het is het bemestingsproduct dat het dichtst aanleunt bij teelaarde.”

DL: Maar compost is niet zomaar plantenresten op een hoop gegooid?

KW: “Om tot een goed product te komen moet er gestart worden van een goede samenstelling enerzijds en anderzijds is een goede procesvoering van belang. Een goede samenstelling is gebaseerd op een juiste verhouding tussen “groene” en “bruine” materialen. “Groene” materialen zijn vochtig, rijker aan nutriënten, ”bruine” materialen zijn rijker aan koolstof, droger en brengen meer structuur aan. Als deze materiaalstromen in de juiste verhoudingen gemengd zijn, ca 60 volume % “bruine” materialen tegenover 40 volume % “groene” materialen, kom je tot een goed proces. In dat proces is de juiste hoeveelheid zuurstof cruciaal voor de goede microbiële activiteit om tot afbraak en omvorming te komen. Daarnaast is het ook van belang dat het een continu proces is. Er moet dus voldoende vochtvoorziening en beluchting zijn en blijven.”

DL: Cruciaal in het composteringsproces is de zuurstoftoevoer?

KW: “Dat klopt, composteren is een aeroob proces, het is een levensproces zoals bij plant en dier. Het is dus afhankelijk van ademhaling (opname van O2 en vrijstelling van CO2) vanwege de microbiële activiteit door bacteriën en schimmels.”

DL: Wat is dan het verschil met processen zonder zuurstof, de anaerobe processen?

KW: “Wanneer er gewerkt wordt in zuurstofarme omgevingen dan spreken we van vergisting of fermentatie. Het is een ander proces, dat gevoerd wordt op basis van andere mengverhoudingen van organische (rest-)stromen. Verhoudingsgewijs zijn er meer “groene”, vochtrijke materialen bij betrokken die gemakkelijk afbreken. Vergisting gebeurt met het oog op biogasproductie en er ontwikkelt zich methaan. Het restproduct is ook iets totaal anders dan compost, namelijk digestaat. Digestaat kan dan op zich wel weer meegenomen worden in een composteringsproces als nabehandeling van het digestaat. In een fermentatieproces (bij inkuilen) krijg je een vorm van bewaring, en het product leent zich ook tot bemesting.”

DL: Compost kan ondergebracht worden in 2 categorieën, GFT-compost en groencompost?

KW: “Dat zijn inderdaad de twee meest bekende categorieën, maar de wetgeving omschrijft op basis van het type uitgangsmateriaal ook nog een derde categorie, de compost van organisch bedrijfsafval. Dat is compost die mede bestaat uit reststromen van bedrijven. Compost die op het landbouwbedrijf van eigen materiaal wordt bereid en toegepast wordt op de eigen percelen is per definitie boerderijcompost.”

DL: Wat zijn gekende en eventueel minder gekende voordelen van de aanwending van compost op het veld?

KW: “De meest gekende is de aanbreng van organische stof. Deze is vrij stabiel, zeker bij afgerijpte compost. Daardoor is compost de bemestingsvorm waarmee, zonder negatieve bijwerkingen, het snelst de organische stof in de bodem kan verhoogd worden. We hebben ook andere factoren onderzocht, en ontdekt dat compost, ongeacht de dosering, de bodem pH in dezelfde mate buffert, en dus verzuring van de bodem tegenwerkt. Daarnaast heeft compost ook een positieve invloed op het bodemleven, bijvoorbeeld op aanwezigheid van nuttige schimmels en nematodengemeenschappen.”

DL: Maakt het dan een verschil welk type compost wordt aangewend?

KW: “Er dient daar nog meer onderzoek naar gedaan te worden, maar wat betreft de aanbreng of het behoud van organische stof in de bodem scoort groencompost wellicht beter dan gft-compost. Alles hangt natuurlijk af van de dosering bij de aanwending en ook van het organische stofgehalte van de compost zelf.”

DL: Speelt compost een rol in het aanbrengen of vastleggen van nutriënten in de bodem?

KW: “Compost is zelf zeer rijk aan nutriënten, die gebonden zijn in ofwel de organische stof, of op een absorptiecomplex. Vastlegging van andere nutriënten is er niet meteen, omdat compost zelf al barstensvol zit. Ik zie dus geen extra vastlegging, tenzij een vastlegging van minerale stikstof bij toedienen van onrijpe compost. Dat is dus niet aan te raden bij inzaai of aanplanten van een stikstofbehoeftige teelt. Rijpe compost levert dan weer stikstof, al zij het dan op een zeer trage manier.”

DL: Zijn er richtcijfers op gebied van nutriënteninhoud van compost?

KW: “Er worden analyses gedaan en daaruit worden gemiddelde cijfers gepubliceerd voor de verschillende types compost. Maar er zijn heel grote variaties afhankelijk van het uitgangsmateriaal dat gebruikt is. De aanbreng van nutriënten is belangrijk, maar daarnaast is de aanbreng van organische stof en nuttig bodemleven ook van belang bij de aanwending van compost. Bij de toepassing van compost moeten aan al deze zaken natuurlijk gedacht worden.”

DL: De mechanische kant van de zaak, zijn er richtlijnen op gebied van het verkleinen van de uitgangsproducten?

KW: “Voor een intens proces moet er altijd een stukje structuurmateriaal in de hoop zitten. De hoop hoeft niet compleet gehomogeniseerd te worden en de producten in de hoop mogen ook niet te veel verkleind worden. Voor houtig materiaal is het zo dat bij een gewone versnipperaar het hout kleine blokjes worden, die trager verteren. Bij hakselaars die ook wat vervezelen gaat de houtige component sneller mee in het omzettingsproces. Door de vervezeling is het hout beter toegankelijk voor de schimmels. Bij vervezeld hout gaat de composteringsduur dus sterk ingekort worden.

De tijd nodig om tot een afgewerkte compost te komen kan dus gestuurd worden. Dit kan nuttig zijn afhankelijk van het bedrijfstype en de ruimte die voor handen is. In een composteringsinstallatie is een snelle doorlooptijd gewenst terwijl bij compostering op landbouwbedrijfsniveau er mogelijk meer ruimte en tijd is om de compost te laten uitwerken.

Op die manier kan bijvoorbeeld ook gewerkt worden naar een nutriëntenarmere compost op basis van veel houtig materiaal. Zelfs als dat minder vervezeld is gaat dat, mits de nodige tijd, een mooie verteerde compost opleveren die arm is aan bij voorbeeld fosfor maar ideaal is om gebruikt te worden als bodemverbeteraar door de hoge inhoud aan organische stof. Op gebied van fosfaatproblematiek hebben we kunnen vaststellen dat we veel organische stof kunnen aanbrengen zonder daarmee de fosfaatgift op te drijven, door bijvoorbeeld te composteren met veel houtig materiaal.”

DL: Voor een goede compostering is ook zuurstof nodig. Zijn er daar richtlijnen?

KW: “De eenvoudigste richtlijn is dat er voldoende gasuitwisseling moet zijn. Dit wil zeggen dat de CO2 die ontstaat in het proces moet weg kunnen en dat er voldoende instroom is van zuurstof. Concreet wil dit zeggen dat wanneer er 16% CO2 gemeten wordt in de composthoop het tijd is om deze om te zetten. Behalve de CO2 meting is ook temperatuurmeting een goede indicator voor het tijdstip van omzetten. De temperaturen zullen initieel sterk oplopen, maar meer dan 65°C is niet wenselijk. Dat omzetten kan door middel van specifieke machines, zogenaamde compostkeerders of -omzetters, maar ook eenvoudiger door middel van kraan of wiellader, al dan niet aangevuld met een mestwagen. Hier is zeker een rol weg gelegd voor loonwerkers. Voor een individueel landbouwbedrijf is de investering in een compostkeerder nogal zwaar, maar een loonwerker kan zeker rondgaan bij klanten met zo’n machine. Bij het omzetten is het van belang dat de hele hoop goed gemengd wordt. Het heel actieve deel en het minder actieve deel, de binnen- en buitenkant van de hoop, moeten goed door elkaar gegooid worden. Daarnaast kan tijdens het omzetten ook vocht toegediend worden indien nodig.”

DL: Wanneer is de compost dan rijp? Hoe kunnen we dat merken?

KW: “Een eerste indicator is het wegvallen van de temperatuur. Deze kan tijdens het proces hoog oplopen door de microbiële activiteit in de hoop. Als de vertering ten einde loopt zakt deze activiteit en daarmee ook de temperatuur. Afgerijpte compost is kruimelig van structuur, bijna aarde-achtig en er zijn weinig oorspronkelijke plantedelen meer te herkennen.”

DL: Wanneer is het ideale moment om compost toe te dienen?

KW: “Bij afgerijpte compost speelt het geen rol wanneer deze wordt toegediend. Compost is ook een bemestingsproduct dat weinig last heeft van uitspoeling of vervluchtiging van nutriënten, omdat deze gebonden zijn. Er is dus weinig risico op verliezen bij of na toepassing. Wanneer compost aangewend wordt voor het opvangen van een structureel tekort aan nutriënten, dan is het toepassingstijdstip wel van belang. Dan moet dat voor de teelt gebeuren. Wanneer compost gebruikt wordt om de organische stof in de bodem op pijl te houden dan is het toepassingstijdstip van minder belang.”

Bron: De Loonwerker