Pers en media

VILT - maandag 25 september 2017

Zonnig weer lokt 70.000 bezoekers naar Werktuigendagen

Met ruim 300 demonstrerende machines, meer dan 180 standen en ludieke wedstrijden zoals het BK Bietstoten waren de 33ste Werktuigendagen opnieuw een schot in de roos. Onder een stralende zon kwamen zo’n 70.000 bezoekers afgezakt naar Oudenaarde. Niet alleen de ronkende machines, maar ook de stands van zaadfirma’s en dienstverleners konden de professionele bezoekers bekoren. In het zog van Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege verkende VILT de beurs en hield halt bij een aantal opvallende nieuwigheden in de sector.

werktuigendagen 2017De rondleiding werd gestart aan de vergelijkende demo rond het mechanisch vernietigen of inwerken van groenbemesters. “Het inzaaien van groenbemesters wordt meer en meer een gangbare praktijk in de landbouw. Maar landbouwers ervaren vaak moeilijkheden om die groenbemesters onder te werken. Het chemisch vernietigen van dit gewas staat onder druk, in ecologisch aandachtsgebied is het zelfs verboden”, luidt het. Daarom demonstreerden 11 firma’s hun machines die het kruid mechanisch vernietigen. De proef bleef het hele weekend liggen, samen met de uitvoerende machine erbij, zodat de bezoekers het resultaat konden aanschouwen.

Een uitgebreide stop was ook voorzien op de stand van de Vlaamse overheid. Het landbouwonderzoeksinstituut ILVO herinnerde er aan de festiviteiten rond 85 jaar veredeling op ILVO. Het is best bijzonder dat een publiek onderzoeksinstituut zich inlaat met veredeling, en dat laat zich onder meer verklaren door de focus op kleinere en nieuwe teelten, die niet door de grote zadenhuizen worden aangeboden. Twee van die nieuwigheden werden getoond in Oudenaarde: quinoa en soja, allebei met Zuid-Amerikaanse roots maar bezig aan een experimentele ‘gewenningsperiode’ in ons koudere klimaat. Onderzoekers en ondertussen ook toeleveranciers, afnemers én landbouwers hebben er alle vertrouwen in dat soja en quinoa hier kunnen gedijen.

De Vlaamse landbouwadministratie focuste tijdens de Werktuigendagen op het milieuvriendelijker maken van landbouw door de adequate aanpak van twee hardnekkige problemen: bodemerosie en waterverontreiniging door gewasbeschermingsmiddelen. Maayke Keymeulen, beleidsadviseur bij het Departement Landbouw en Visserij, friste de kennis omtrent het nieuwe erosiebeleid op. Het is belangrijk dat elke landbouwer dat in de vingers heeft want het erosiebeleid wordt afgerekend op de resultaten op het terrein. Keymeulen wees op de drempelvormers die gemonteerd worden achter een aardappelplantmachine, wat actief door de overheid ondersteund wordt met investeringssteun (30%). Die drempeltjes zijn nuttig op elk hellend perceel opdat water niet zou afspoelen naar de laagst gelegen delen, en ze zijn zelfs verplicht op de meest erosiegevoelige percelen.

Praktijkcentra zorgen in de verschillende provincies, van Inagro in West-Vlaanderen tot PIBO Tongeren in Limburg, voor de vertaalslag van het erosiebeleid naar de praktijk. Door het nauw contact tussen onderzoekers, landbouwers en loonwerkers weet men intussen dat drempeltjes in teelten zoals prei moeilijker haalbaar zijn. Met een triltand tussen de preiruggen woelen, wat qua mechanisatie geen grote investering vergt, blijkt een goed alternatief. “Tenminste als het in droge omstandigheden gebeurt”, zo benadrukt Annie Demeyere, voorlichter bij het Departement Landbouw en Visserij.

Haar collega Keymeulen toont vijf plastic buizen die een idee geven van de hoeveelheid aarde die naargelang de toegepaste teelttechniek wegspoelt. Waar drempels of een tandbewerking tussen de ruggen aardappelen of groenten twee derde van het probleem kunnen verhelpen, scoort de bodem bedekt houden door een groenbedekker niet kerend onder te werken zo mogelijk nog beter (-85% bodemerosie). Meer informatie over erosiemaatregelen vind je in de erosiekatern van de Praktijkgids water in de landbouw.

Demeyere toonde aan de hand van een proefopstelling de werking van driftreducerende spuitdoppen. Sinds begin dit jaar moet elk spuittoestel daarmee uitgerust zijn, wat geverifieerd wordt aan de hand van de driejaarlijkse audits voor het Vegaplan-lastenboek. Aangepaste spuitdoppen kunnen tot 50 procent en meer van de vluchtige spuitnevel voorkomen omdat ze iets dikkere druppels voortbrengen. De effectiviteit ervan is aangetoond zodat alleen de geesten van landbouwers nog wat moeten rijpen. Daarvoor is een beurs als de Werktuigendagen ideaal.

In de tent van de Vlaamse overheid promootte VLAM gecertificeerd zaaigraan – “zaad dat kan lezen en schrijven”, dixit Semzabel-voorzitter Marc Ballekens op PlattelandsTV – en lichtte de Vlaamse Landmaatschappij zowel het mestbeleid als de beheerovereenkomsten toe. “In de beheerovereenkomsten tonen landbouwers extra interesse nu ze merken dat bloemenranden langs openbare en wandelwegen positieve commentaren opleveren van omwonenden en recreanten”, zegt Els Seghers, communicatieverantwoordelijke VLM regio West. Ook de vergoeding is met bijna 2.000 euro per hectare niet te versmaden. Wat landbouwers soms nog tegenhoudt, of wat hen nadien stoort, is dat recreanten (ruiters, quadrijders, wandelaars, enz.) de perceelsranden gebruiken als doorgang. Dat is niet zonder financiële gevolgen voor de boer want, zo legt Seghers uit, een platgetreden strook voldoet niet aan de voorwaarden van de overeenkomst.

In de toekomst wil VLM de beheerovereenkomsten nog meer gebiedsgericht inzetten. Op de meeste beheermaatregelen kunnen landbouwers uit alle windstreken intekenen. Van de Werktuigendagen maakte VLM gebruik om een warme oproep te doen want nog niet in alle regio’s is agrarisch natuurbeheer even goed ingeburgerd. Gelet op de interesse in Oudenaarde van landbouwers die (nog) niet vertrouwd zijn met het instrument, zou daar wel eens snel verandering in kunnen komen. De opvallende bloemenstroken kunnen een katalysator zijn voor het succes van de beheerovereenkomst want door zijn grote zichtbaarheid in het landschap spreekt het meer landbouwers aan dan de grasstroken die al langer aangelegd worden.

Bron: VILT