Pers en media

VILT - vrijdag 4 augustus 2017

Voortschrijdend inzicht dankzij veldproeven erosie

Hoe voorkom je erosie op percelen met maïs en groenten? Hoe zorg je ervoor dat water, bodem, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen niet gaan afstromen? Het GOMEROS-project dat gecoördineerd wordt door het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), PCG en Inagro onderzoekt in nauwe samenwerking met landbouwers hoe teelttechnieken aangepast kunnen worden zodat gewasrendement behouden blijft én erosie effectief wordt aangepakt. De eerste veldproeven leverden alvast interessante resultaten op. 

veldproeven erosieMet de invoering van de nieuwe randvoorwaarden erosie wordt aan de landbouwers met erosiegevoelige paarse en rode percelen een uitgebreid maatregelenpakket opgelegd. Het gaat hierbij onder meer om teelttechnieken die erosie aan de bron aanpakken en om remediërende erosiebestrijding. Een aantal teelt- en bodembewerkingstechnieken staan echter nog in hun kinderschoenen of de praktische uitvoerbaarheid ervan wordt sterk in vraag gesteld. Daarom wordt binnen het GOMEROS-project samengewerkt met landbouwers die maïs of groenten telen op paarse en rode percelen. De doelstelling is om erosie effectief aan de bron te bestrijden en tegelijk ook de gewasopbrengst en -kwaliteit te behouden.

Sinds vorig jaar worden een achttal veldproeven met groenten en maïs aangelegd verspreid over de erosiegevoelige gebieden in Vlaanderen, en dat wordt dit jaar en in 2018-2019 herhaald. De proeven van 2016 leerden alvast dat zowel tandbewerkingen als drempels tussen de ruggen van prei en witloofwortelen de erosie sterk kunnen reduceren. Voorwaarde is wel dat de tandbewerking gebeurt in voldoende droge omstandigheden. De resultaten in cijfers: in de tussenruggen met bandensporen spoelde er op het preiperceel 35 ton per hectare sediment af, bij tussenruggen die verruwd waren door tandbewerkingen of drempels was dat minder dan 0,6 ton/ha.

Op maïspercelen gaven strip-till en niet-kerende bodembewerking goede resultaten: in beide gevallen was er een vermindering in erosie van meer dan 80 procent. De gewasopbrengst bij strip-till was echter wisselend, afhankelijk van het proefperceel. Enkel wanneer de bodem in optimale conditie was, kon met strip-till dezelfde gewasopbrengst worden gehaald als bij ploegen. Een andere beloftevolle techniek is vollevelds zaaien van maïs: daar was de erosie ongeveer 66 procent lager.

In 2017 bouwen ILVO, PCG en Inagro, in samenspraak met landbouwers, constructeurs en experten, verder op de resultaten van 2016. In de proefvelden met maïs in Horebeke en Vollezele wordt strip-till verder vergeleken met ploegen en niet-kerende bodembewerking. De drijfmest wordt hierbij tijdens de strip-till bewerking in de rij afgelegd. Omdat de onderzoekers vermoeden dat de voorvrucht een belangrijke rol speelt in het slagen van de strip-till bewerking werd het veld in Maarkedal opgesplitst in een deel waar gele mosterd werd gezaaid en een deel waar Italiaans raaigras werd gezaaid in het najaar.

Ook het vollevelds zaaien van maïs wordt verder onderzocht. In 2016 werd gebruikgemaakt van een gewone zaaicombinatie - rotoreg en mechanische zaaimachine - voor granen. Dat had geen impact op de gewasopbrengst, maar omdat zaden hierbij ondieper worden afgelegd en niet aangedrukt, had dit bij een te droog voorjaar vermoedelijk wel problemen gegeven. Daarom werd dit jaar in Vollezele vollevelds gezaaid met meer aangepaste zaaimachines.

Bij maïs wordt tenslotte ook het erosiebestrijdend potentieel van drempels in de tussenrij onderzocht. Het effect van drempels wordt ook bekeken bij de teelt van knolselder, na aanpassing van de kooirol op de plantmachine. Hiervoor is een proefveld aangelegd in Komen-Waasten. In Riemst (Limburg) ligt dan weer een proefveld met erwt, en in Zwalm (Vlaamse Ardennen) worden testen uitgevoerd met erwt en zaai-ui. In deze teelten staat het effect van niet-kerende bodembewerking ten opzichte van ploegen en van verschillende zaaibedbereidingen op gewasontwikkeling en erosiebestrijding centraal. Net zoals vorig jaar worden ook proeven aangelegd met drempels en tandbewerkingen in de tussenruggen van prei (Heuvelland) en witloofwortelen (Merchtem).

Bron: VILT/ILVO
Beeld: west-vlaanderen.be