Pers en media

Nieuwtje - vrijdag 23 maart 2012

Over Seabobs en Suriname…
ILVO-onderzoek naar de rol van de seabobgarnaal in het ecosyteem

De Atlantische seabobgarnaal (Xiphopenaeus kroyeri) is wijd verspreid in de centrale Atlantische oceaan en komt ook zeer overvloedig voor in de kustzone van Suriname, waar ze van belang is voor de visserij.

In theorie:

seabobgarnalen, copyright Tomas WillemsDe Atlantische seabobgarnaal (Xiphopenaeus kroyeri) is wijd verspreid in de centrale Atlantische oceaan en komt ook zeer overvloedig voor in de kustzone van Suriname, waar ze van belang is voor de visserij. De industriële visserij vangt seabob, bestemd voor export, met kotters uitgerust met plankenkorren, terwijl artisanale vissers fuiknetten gebruiken en hun vangst verkopen via de lokale markt. Wegens het negatieve imago van tropische garnalenvisserij – door hoge mate van bijvangst, met name van zeeschildpadden - heeft de industriële seabobvisserij in Suriname belangrijke stappen gezet in het visserijbeheer. Deze omvatten o.a. het instellen van een beperkte visserijzone, het beperken van licenties, netten voorzien van ‘turtle exclusion devices’ en ‘bycatch reduction devices’, installatie van een overlegorgaan met alle belanghebbenden, stock-assessment, etc. Deze inspanningen werden in november 2011 erkend door het Marine Stewardship Council, die de Surinaamse seabobvisserij als eerst tropische garnalenvisserij ter wereld certificeert met een ecolabel voor duurzame exploitatie.

Hoewel deze visserij vandaag als voorbeeld kan gelden van een goed beheerde visserij, ontbreekt nog belangrijke kennis over de interactie met het mariene ecosysteem. Dit is het onderwerp van het doctoraatsonderzoek uitgevoerd door Tomas Willems (ILVO, Sectie Biologische Milieumonitoring) en dat wordt gefinancierd via een VLIR (Vlaamse Interuniversitaire Raad) – VLADOC doctoraatsbeurs. Binnen dit onderzoek zal de rol van de seabobgarnaal in het ecosysteem onderzocht worden, onder andere met behulp van maaganalyses van vissen waarvoor de seabob een belangrijke voedselbron vormt, en van de seabobs zelf. Ook zal migratie van de seabobgarnaal in de kustzone onderzocht worden, en daarmee ook de link tussen artisanale en industriële visserij. Het derde luik omvat een studie van de ecologische impact van de plankenkorvisserij op het bodemleven aan de hand van een vergelijking van beviste en onbeviste gebieden en/of het uitvoeren van sleepexperimenten.

Het onderzoek zal ecologisch kennis verzamelen over de seabobgarnaal, haar leefomgeving en de impact van visserij. Die kennis kan vertaald worden in beleidsadviezen en dus gebruikt worden om het management van de seabobvisserij bij te sturen.

In actie:

Begin maart werden de eerste monsters voor de studie genomen. Uit Tomas’ blog blijkt dat een campagne in Suriname toch wat verschilt van een Noordzeecampagne:

De eerste zeereis in Surinaamse wateren zit er ondertussen op. Een klein avontuur, maar levend en wel terug aan wal gekomen van een 5-daagse tocht. Het verzamelen van biologische gegevens op zee gebeurt hier noodgedwongen vanop een vissersboot, wat enig aanpassingsvermogen vergt van zowel boot als bemanning. Te beginnen bij die eerste: een garnalenkotter van een goeie 30 jaar oud en 25 meter lang genaamd ‘Neptune- 6’, één van de 20 schepen die in Suriname op seabobgarnaal vist. Op zo’n boot is alles zeer basic, robuust en ook verroest. Maar met veel goeie wil, het nodige gepruts en getalm, werd de Neptune ondertussen aangepast: 110 V stroom aan boord, een werktafeltje, een aangepast bordennet en een nieuwe arm met katrol op het achterdek. Bovendien werd er voor vertrek nog snel een laag verf opgezwierd en balaton gelegd op de betonnen binnenvloer. U merkt het, een volwaardig onderzoekschip!

Voor deze eerste excursie was ook mijn ‘baas’ van op het ILVO Kris Hostens afgezakt naar Suriname. Zijn ervaring was een grote hulp, want wetenschappelijk werk doen op zo’n vissersboot is niet zo evident als het lijkt. Bij het uitvaren op de rustige Surinamerivier begon de bemanning alles wat ook maar kon bewegen met touw vast te leggen. En ja, eens op zee ging ons schuitje stevig aan het rollen. We hebben de gevreesde combinatie met warme diesellucht (en hels lawaai) uit machinekamer echter met glans doorstaan en steeds proper ons bordje zeemanskost binnengewerkt en –gehouden.

Het werk bestond uit het vangen van vis, garnalen en bodemdieren op 15 locaties, waar dan gelijk ook enkele omgevingsparameters werden opgenomen zoals zoutgehalte, temperatuur, fytoplankton concentratie, etc. Best veel werk en ’s avond doken we dan ook met plezier in onze matras voor een nachtje schommelen op de golven. Dat de navigatiemiddelen aan boord misschien toch wat te basic waren, werd bevestigd door het vastvaren op een modderbank midden in de nacht. We werden gewekt door het gebrul van de motor, die nog erger van jetje gaf als gewoonlijk. Toen we na enige manoeuvres toch loskwamen was de kapitein zichtbaar opgelucht, in de eerste plaats omdat er geen piraten waren komen aanzetten. Eeuuuh (verbaasde blik)? Tja, blijkbaar gebeurt dat wel eens…

Contactpersoon: Tomas Willems, blog: http://tomaswillems.wordpress.com/