Pers en media

ILVO persbericht - dinsdag 26 juni 2012

Geurlab op ILVO voor het scoren van “agrarische geuren”

ILVO heeft een gespecialiseerd geurlaboratorium geïnstalleerd om geur uit veestallen te meten. Het gaat om een investering van 100.000 euro. Een dergelijke focus is uniek in België en ook wereldwijd zijn er slechts een handvol vergelijkbare labs.

Het toepassingsgebied van dit geurlab is bewust beperkt gehouden om de expertise inzake stalgeur grondig uit te bouwen als een onderdeel van het kennisveld rond stal-emissies. ILVO streeft via deze specialisatie een hoge nauwkeurigheid van de geurmetingen na.

Het geurlab bestaat uit een ingerichte geconditioneerde kamer, en vooral ook uit een streng geselecteerd en getraind panel. Elk van de (ondertussen 20) panelleden heeft een gevoelige en stabiele neus die op een betrouwbare manier kan waarnemen vanaf welke verdunning van een luchtstaal er wel of geen veestallucht is waar te nemen.

Het olfactometrisch lab is een onmisbare schakel in het emissieonderzoek. Bij de beoordeling van vergunningsaanvragen voor veestallen hebben de bevoegde overheden dringend nood aan objectieve en actuele geuremissiecijfers. Daarnaast zal het geurlab ook data leveren bij de ontwikkeling en de evaluatie van geurreductiesystemen (op stal- of dierniveau).


Europese norm

Het ILVO geurlabo met olfactometrie is gebouwd conform de norm NBN EN 13725. Het is uitsluitend gericht op de Vlaamse veehouderij. Er is ruim een jaar aan gebouwd: de inrichting van een geschikte en geklimatiseerde ruimte kostte 30.000 euro. De apparatuur om geurvrije perslucht te genereren kostte 8.000 euro en de olfactometer zelf (ECOMA, TO8) 60.000 euro.

In het najaar van 2011 startte de selectie van de panelleden conform de Europese norm. Olfactometrie is een meettechniek die een beroep doet op de menselijke neus. Elk luchtstaal (met een bepaalde verdunningsgraad) van de te meten stallucht dient aan minstens vier verschillende personen te worden voorgelegd.

De zoektocht naar geschikte neuzen voor het geurlab is complex en streng: een kandidaat-panellid wordt getest met behulp van een ijkgas (n-butanol) op zijn gevoeligheid en op zijn regelmatigheid. Enkel de ‘neuzen’ die voldoen aan de criteria van de norm worden toegelaten tot het eigenlijke geurpanel. Tot op heden werden er een 50-tal personen getest. 20 van hen werden aanvaard als gekwalificeerde panellid (40% slaagkans).

De ervaringen met de panelselectie worden in september 2012 voorgesteld op het internationale NOSE2012 congres te Palermo (Italië).

Situering en problematiek

De Vlaamse veehouderij toont de jongste jaren een trend tot schaalvergroting, ondermeer door de kansen die het mestdecreet biedt. Nieuwe stallen, verplicht ammoniakemissiearm te bouwen, vragen een zekere schaalgrootte. Dit maakt dat er ook voor luchtemissies (ammoniak, geur, fijn stof en broeikasgassen) meer puntgericht kan gewerkt worden. Vandaag wordt bij de vergunningverlening vooral aandacht besteed aan ammoniak- en geuremissies. Er wordt echter vastgesteld dat er inzake geur- en andere emissies in de veehouderij tal van kennislacunes bestaan. Vaak ontbreekt de basiskennis om deze kennislacunes in te vullen. Er is bijgevolg een grote nood aan onderzoek, ontwikkeling en kennisverspreiding.

Oprichting VEMIS

Eind 2010 besloten vier partijen om VEMIS op te richten, een consortium dat werk zal maken van kennisopbouw inzake luchtemissies in de veehouderij. De initiatiefnemers van VEMIS zijn de provincie West-Vlaanderen en INAGRO, het Instituut voor landbouw- en visserijonderzoek (ILVO) en de UGent (vakgroep Duurzame Organische Chemie en Technologie). VEMIS werd aan de pers voorgesteld in januari 2011 ter gelegenheid van Agriflanders.

Opstart geurONDERZOEK

In januari 2011 werd meteen ook een doctoraatsonderzoek opgestart rond de ‘Actualisering van de methodologie voor de bepaling van geur en geurhinder in de Vlaamse intensieve veehouderij’. Dit onderzoek wordt gezamenlijk gefinancierd door de provincie West-Vlaanderen en ILVO. Nathalie Hove is de betrokken onderzoeker. Haar universitaire promotor is prof. Herman Van Langenhove.

De eerste meetcampagne

In een mestvarkensstal in Diksmuide is ILVO midden vorig jaar begonnen met een eerste intensieve gecombineerde meetcampagne. In het kader van het IWT landbouwonderzoeksproject rond de invloed van stof op de arbeidsveiligheid, de diergezondheid en de omgeving (emissies) worden data verzameld over fijn stof, ammoniak, broeikasgassen én worden de eerste geurpraktijkmetingen uitgevoerd.

De bewuste stal heeft zowel conventionele als ammoniakemissiearme compartimenten. In beide compartimenten werden al luchtstalen genomen. De resultaten van de eerste praktijkmetingen zullen een algemeen beeld geven van de geurconcentratieniveaus gedurende een mestronde bij vleesvarkens. Verder zullen ze ook indicaties geven omtrent de invloed van verschillende reinigingswijzen (nat/droog) en van het gebruik van een conventioneel dan wel ammoniakemissiearm stalsysteem.

Verder gepland onderzoek (2012-2013)

ILVO zal via verdere selecties in de loop van 2012 het gespecialiseerd geurpanel uitbreiden tot 30 personen.

Via het doctoraatsonderzoek wordt de bemonstering- en meetprocedures verder geoptimaliseerd. Zo zal er onderzoek worden gevoerd naar de invloed van de monsternameduur, de precieze monsternameplaats en –hoogte in de stal, het gebruik van voorfilters, de bewaartijd monsters,… Ook tijdens het meten van stalen in het geurlabo zal er gekeken worden naar onder meer de variabiliteit tussen panelleden en tussen duplometingen, de invloed van de volgorde van staalaanbieding, het detecteren van uitschieters, de meetonzekerheid,…

Het specifieke doctoraatsonderzoek rond geuremissies wordt gekoppeld met het andere emissieonderzoek op ILVO (o.a. multipolluentbenadering) en met het onderzoek aan UGent bij prof. Herman Van Langenhove (geurfiltering en detectie van de chemische componenten die aanwezig zijn in een geurmonster).

De realisaties tot op heden zijn de basis voor nieuwe projectvoorstellen (bv. bij IWT of TWOL) en de bijhorende onderzoeksfinanciering. Voor een grootschalige meetcampagne van agrarische stalgeur zijn er voorlopig onvoldoende financiële middelen beschikbaar.

Dienstverlening en ondersteunende activiteiten (vanaf september 2012)

Het nieuwe geurlaboratorium van ILVO zal ingeschakeld worden in de VEMIS dienstverlening. Dat betekent dat het de veehouderijsector zal ondersteunen, vnl. via de adviesdienst van INAGRO en via het INNOVATIESTEUNPUNT in het kader van demonstratieprojecten rond geur (financiering vanuit het Departement Landbouw en Visserij (ADLO) en de provincie Vlaams-Brabant).

Het geurlabo zal ook een beleidsondersteunende functie vervullen via de ILVO referentiewerking ten behoeve van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie. Sinds 2012 vervult ILVO enkele specifieke referentietaken inzake luchtemissies en duurzame productietechnieken, en dit voor de afdeling milieuvergunningen, de dienst Milieu-effectenrapportering en de Vlaamse Landmaatschappij in het kader van ammoniakemissiearme stalsystemen.

Meer informatie

Dr. Peter Demeyer, emissiedeskundige ILVO, Peter.demeyer@ilvo.vlaanderen.be, 0472 93 62 91
Greet Riebbels, communicatie ILVO, Greet.riebbels@ilvo.vlaanderen.be, 0486 26 00 14