Pers en media

ILVO persbericht - dinsdag 13 maart 2012

De slagvaardigheid van drie groenbemesters in de strijd tegen nematoden

Doctoraat Yirina Valdés Vazquez: "The effect of brassicaceous green manures on the potato cyst nematode, Globodera rostochiensis"

De verdediging vindt plaats op donderdag 22 maart 2012 om 17h00
in de Academieraadzaal (kamer A 0.030) Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen Universiteit Gent

Het proefschrift van Yirina Valdés Vazquez behandelt het effect van drie groenbemesters op bepaalde stadia in de levenscyclus van de aardappelcystenematode Globodera rostochiensis. Ze verrichtte dit onderzoek aan de hand van in vitro biotoetsen en veldexperimenten. Het was de bedoeling om na te gaan of en in welke mate deze groenbemesters het aaltje kunnen terugdringen. En dat blijkt hoopgevend te zijn.


Nematoden zijn onooglijk kleine wormpjes. Deze aaltjes leven vrij in de bodem en parasiteren op heel wat plantensoorten. Een paar soorten nematoden hebben een band ontwikkeld met één of meerdere waardplanten (de gastheren waar ze zich bij voorkeur op storten). Globodera rostochiensis is bekend en berucht om zijn voorkeur voor aardappel: de aaltjes parasiteren het wortelstelsel en kunnen de aardappelteelt daardoor zeer ernstig verstoren.

G. rostochiensis is een quarantainesoort – en mag dus de grens niet over omdat bepaalde landen nog vrij zijn van deze plaag – die wereldwijd economische schade veroorzaakt in de aardappelsector. Het is een hardnekkige boosdoener: de synchronisatie tussen de levenscyclus van deze nematode en zijn waardplant garandeert immers een langdurige overleving van de nematode tijdens bepaalde stadia van zijn ontwikkeling. Met name de besmettelijke tweedestadium juvenielen (J2) zitten knus beschermd in de eieren, en kunnen zo zelfs tot twintig jaar overleven. Bestrijding met nematoden-dodende middelen is niet evident en de jongste jaren verdwenen ook een aantal middelen van de markt.

Telers gebruiken ook andere – milieuvriendelijke – manieren om de Globodera populaties onder controle te houden: uiteraard aaltjesresistente aardappelcultivars, maar ook niet-fumigante nematiciden en een meer uitgebreide vruchtwisseling. Ook groenbemesters inzaaien zou een effect hebben. In elk geval verbeteren ze de structuur en het nutriëntengehalte van de bodem. Sommige bezitten een bio-fumigant effect op pathogenen en parasieten: d.w.z. een natuurlijke bodemontsmettende werking die wordt veroorzaakt door een reeks verbindingen die vrijkomen tijdens de afbraak van de bewuste groenbemesters in de grond.

In dit onderzoek werd deze manier van aaltjesbeheersing nauwkeuriger bekeken aan de hand van in vitro biotoetsen en veldexperimenten. De bestudeerde groenbemesters waren gele mosterd, bladrammenas en koolzaad. Er werd gewerkt met worteldiffusaten en extracten van de bovengrondse delen en van de wortels van de groenbemesters.
Na een aantal diverse behandelingen en proeven bleek dat er geen nematoden werden gedood, maar er was integendeel sprake van een verhoogde stimulatie van het uitkomen van de juvenielen bij blootstelling aan aardappelwortels wanneer de cysten een tijdje hadden doorgebracht in extracten van de groenbemesters. Dit massaler uitkomen van juvenielen kan bij aanplant van resistente rassen leiden tot een grotere daling van het besmettingsniveau dan het geval zou zijn wanneer er geen groenbemester in de rotatie zit.

Ook het effect van de groenbemesters op de beweging en de zintuiglijke perceptie van de uitgekomen juvenielen werd bekeken. Die beweging bleek gereduceerd te zijn en ook hadden de juvenielen meer problemen om de wortels van de waardplant te lokaliseren en binnen te dringen.

Naast deze laboratoriumproeven werd de werking van een van de groenbemesters, nl. gele mosterd, op G. rostochiensis bestudeerd in het veld. Daaruit bleek dat het uitkomen en de infectiviteit van juvenielen niet consequent gewijzigd werden door de aanwezigheid van gele mosterd, maar het aandeel van plantenparasitaire nematoden in de totale nematodenpopulatie ging wel omlaag. Er was ook een verbetering van de bodemkwaliteit merkbaar omdat het aandeel “nuttige” aaltjes toenam, wat op lange termijn zou kunnen resulteren in hogere aardappeloogsten.

In het algemeen heeft het onderzoek beschreven in dit proefschrift de verschillende effecten aangetoond van de drie onderzochte groenbemesters op verschillende levensstadia van G. rostochiensis. De diffusaten, wortelextracten en bovengrondse extracten van gele mosterd-, bladrammenas- en koolzaadplanten waren in staat om de preparasitaire fase van G. rostochiensis te beïnvloeden, het uitkomen van juvenielen te stimuleren, hun mobiliteit aan te tasten en het vinden van de waardplant te verstoren. Het inwerken van de 3 groenbemesters verbeterde ook de micro-fauna in de bodem, wat bijdraagt tot hun algemeen nut in een beter beheer van G. rostochiensis.

Contact: yirina80@yahoo.es