Pers en media

- woensdag 6 juni 2012

ILVO studiedag: Beren castreren? De alternatieven onder het mes.

Voor het eerst in Vlaanderen is er een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gevoerd over de haalbaarheid van alternatieven voor biggencastratie. Drie jaar lang voerde ILVO (Instituut voor landbouw- en Visserijonderzoek) experimenten uit op 20 Vlaamse varkensbedrijven.

De bedoeling was om na te gaan hoe haalbaar elk van de alternatieven voor onverdoofde chirurgische castratie is: op vlak van dierenwelzijn en dierengedrag, op vlak van vleeskwaliteit en berengeur, qua kostprijs en opbrengst, en in termen van arbeid en bedrijfsvoering. Onverdoofd chirurgisch castreren bij biggetjes van minder dan 7 dagen oud is wettelijk toegelaten.

De reden waarom varkens tot nu toe worden gecastreerd is dat volwassen beren in bepaalde gevallen berengeur ontwikkelen in hun vlees en vet. De wet laat niet toe om vlees met een afwijkende geur te commercialiseren. De vleessector hanteert een nultolerantie tegenover berengeur. Maar tegelijk is er op Europees niveau omwille van dierenwelzijnsredenen afgesproken om tegen 2018 definitief te stoppen met onverdoofde chirurgische castratie.

Kennis over de alternatieve behandelingen staat dus hoog op de agenda. Op 6 juni 2012 houdt ILVO een studiedag met de resultaten van het 3-jarig CASPRAK onderzoek.


Komt er een duidelijk ‘winnend’ alternatief voor castreren uit het CASPRAK onderzoek naar voren?

Niet echt. ILVO heeft wel een pak meer gegevens om die alternatieven te beoordelen. Uiteindelijk zullen het niet de wetenschappers, en ook niet de politiek of de varkensboeren zijn die in hun eentje ‘hét beste alternatief’ zullen kiezen. De hele keten, die internationaal georganiseerd is, heeft hierover macht, tot en met de warenhuizen en de individuele consument. De Duitse markt zal misschien op een bepaald ogenblik voor een ander alternatief kiezen dan de Nederlandse of de Franse. De boeren zullen zich richten op de markt waar ze voor werken. Bij de alternatieven die ILVO in CASPRAK testte zitten er twee waarbij de testikels van het beertje nog effectief worden weggenomen: dat is ‘castreren met pijnstilling’ (door een spuitje 15 minuten voor de operatie) , en ‘castreren onder verdoving’ (met CO²-gas). Bij de twee andere alternatieven blijven de ballen hangen: dat is zo bij ‘immunologisch castreren’ (een eiwit-injectie zorgt ervoor dat de mannelijke hormonen blokkeren) en ‘helemaal niet castreren’ (zodat de beren intact opgroeien en ten volle ontwikkelen).

Zijn die 4 alternatieven allemaal wettelijk toegelaten?

Neen, daar begint het al. Het gebruik van CO²-verdovingsgas is (nog) niet toegestaan. Je mag als boer ook geen dieren verdoven, daar is verplicht een veearts bij aanwezig. Er zijn in Vlaanderen natuurlijk te weinig actieve dierenartsen als die elk jaar alle 3 miljoen mannelijke biggen die hier geboren worden, zouden moeten komen verdoven en castreren. Pijnstilling mag de boer wel zelf toedienen. Voor immunocastratie (het product Improvac is geregistreerd in 2009) en intacte beren zijn er geen wettelijke belemmeringen, maar daar zet de markt nog een rem op: de afzet voor dat soort van vlees is nog beperkt en je hebt als boer eerst een overeenkomst te maken met je slachthuis.

Waarom alle alternatieven op grote schaal uittesten?

ILVO had op voorhand afspraken gemaakt met de slachthuizen en de keten. De 20 varkenshouders die meestapten in het onderzoeksproject zijn dus niet financieel afgestraft als ze vb. hun intacte beren lieten slachten (normaal trekt het slachthuis bij de slacht van een beer 12,5€ af van de prijs). In totaal liet ILVO elke alternatieve behandeling toegepast op 2400 beren (verspreid over de 20 bedrijven). De bedrijven moesten elk van de berengroepen in proef ook gescheiden afmesten om de metingen te kunnen doen (tot aan de slachtlijn). In de eigen ILVO-varkensstal is er een voorafgaandelijke test gebeurd met telkens groepen van 18 beren. Er is echt wel veel behoefte aan praktijkresultaten. De varkenshouders en de sector vraagt zich vb. af of een nieuwe methodiek voor castratie praktisch en economisch haalbaar is. Is zo’n nieuwe methodiek op het einde van de rit en onder praktijkomstandigheden een verbetering voor het dier? Heeft het dier een andere ontwikkeling, eetgewoonten, een andere agressiviteitsgraad misschien? En hoe zit het met de eindkwaliteit van het varken en van het vlees? Die vragen krijg je alleen beantwoord door observaties op een grote schaal.

Conclusies in verband met de kostprijs?

Pijnstilling toedienen kost, in vergelijking met onverdoofd castreren, 0,22€ per big extra. Verdoven met CO²-gas kost 0,07€ per big, plus de aankoop van de operatiekar (eenmalig). Het vaccin voor de chemische castratie is duurst: voor 2 spuitjes komt het op 3,29€ per varken. De beren ‘intact’ laten opgroeien kost niets, maar de afzetmogelijkheden zijn vandaag nog beperkt. ILVO heeft ook bekeken hoeveel uren extra arbeid elk alternatief vraagt, want ook dat heeft invloed op het eindplaatje. De pijnstillende spuitjes toedienen vonden de boeren nogal meevallen, maar ze moesten elk big wel twee keer vastpakken (eerst inspuiten, dan 15 minuten wachten en dan castreren). Met CO²-verdoving werken vraagt ervaring met het toestel en zal ook iets meer tijd in beslag nemen. Toepassing van immunocastratie levert in de kraamstal tijdswinst, maar die ben je kwijt door (twee keer) vaccin te moeten inspuiten in de afmestfase. Het is ook gemakkelijker om te werken met gescheiden afmest als je immunocastratie toepast. Het afmesten van intacte beren heeft vooral een invloed op je managementssysteem: die beren worden ook beter gescheiden van de gelten (jonge zeugen) afgemest worden. En tenslotte, het economisch beeld is pas volledig als je ook naar de zoötechnische resultaten en de slachthuisresultaten kijkt. Als een alternatieve behandeling ervoor zorgt dat een varken zich beter ontwikkelt of net iets minder eet per kilo vlees, dan is dat een belangrijk argument. Pijnbestrijding of castratie met CO2-verdoving levert op dat vlak helemaal geen verschil op in vergelijking met bargen die volgens de oude onverdoofde procedure werden gecastreerd. Toepassing van immunocastratie gaf een betere voederconversie (gemiddeld -0,21) en een verlaging van de voederkost met ongeveer € 2,2 in vergelijking met de bargen. Per karkas kreeg de boer gemiddeld € 3,8 meer, door de verhoging van het vleespercentage (0,8%) en een iets hoger slachtgewicht. Afmest van intacte beren gaf ook een betere voederconversie (gemiddeld -0,27) en een verlaging van de voederkost met ongeveer € 2,9 in vergelijking met de bargen. Een karkas bracht gemiddeld € 1,9 meer op.

Zijn de effecten op dierenwelzijn en op het gedrag te objectiveren?

We weten al heel lang dat gecastreerde biggen en varkens minder agressief zijn en seksueel rustiger. Bij de start van het project was er een duidelijke vrees bij de Vlaamse varkenshouders dat niet-gecastreerde varkens onrust in de stal zouden veroorzaken, met de kans op gevechten, verwondingen, staartbijten en pootproblemen. De varkenshouders scoorden wekelijks de onrust in de stal en noteerden sterfte van de dieren. De onderzoekers deden elke week ook eigen systematische observaties tijdens de oriënterende proef op het ILVO. Bij de intacte beren was er inderdaad meer onrust in de stal vanaf de leeftijd van 25 weken, als je het vergelijkt met de bargen en de immunocastraten. Door het seksueel en agressief gedrag op het einde van de afmest, hadden de intacte beren meer (matige) verwondingen op of ze werden (licht) kreupel. Dodelijke of zware ongevallen door gevechten hadden we niet. Op één bedrijf werden bijtletsels op de penis van de intacte beren vastgesteld. Het gedrag van de immunocastraten is, vooral na hun tweede spuit op 23 weken leeftijd, te vergelijken met de bargen. Rustig dus. Met andere woorden, afmesten van intacte beren kan een aangepast management vragen bij de varkenshouder, de transporteur en het slachthuis.

Wat met de aanwezigheid van berengeur bij een klein deel van de beren, nog altijd de grote knoop als men in Europa ooit effectief zou kiezen voor de kweek van intacte beren?

Zeer zeker. Het ILVO onderzoek heeft daar meer kennis over opgeleverd, maar nog geen definitieve oplossing. Er zijn twee belangrijke kwesties waarop verder moet gewerkt worden: de waterdichte detectie aan de slachtlijn en de reductie (liefst tot nul) op de productiebedrijven. Zolang die twee zaken niet in orde zijn zal de afzet van karkassen van intacte beren beperkt blijven. Om berengeur in het vlees te detecteren gebruikt men nu de soldeerboutmethode, een methode waarbij het nekvet verhit wordt met een soldeerbout en de vrijgekomen geur door getrainde personen gescoord wordt van niet-afwijkend tot sterk berengeur. Dat geeft een indicatie maar het blijft subjectief. Er wordt gezocht naar een snelle objectieve test om de mate van androstenon en skatol (de twee componenten van de geur, die in verschillende hoeveelheden en verhoudingen aanwezig kunnen zijn) vast te stellen en te linken met een grenswaarde voor waarneembare berengeur. Maar de methode is er nu nog niet.

Het tweede pad is de reductie aan de bron: ILVO heeft ontdekt dat de varkensrassen onderling verschillen qua kans op het optreden van berengeur. Slachtgewicht heeft niet voor alle varkensrassen evenveel effect en is dus niet zinvol als algemene regel. De aard van het voeder kon ILVO niet correleren met berengeurprevalentie.

In elk geval is duidelijk dat gecastreerde beren (bargen) en immunocastraten quasi nooit een berengeurscore opleverden. Die methodieken doen dus waar ze eigenlijk voor bedoeld zijn, de berengeur voorkomen. Bij de intacte beren ontdekten we de hinderlijke geur in gemiddeld 3 % van de karkassen. Veel bedrijven hadden weinig tot geen berengeur, maar er waren wel 3 bedrijven die het zitten hadden met ruim 10% van hun beren. Er zou dus zoiets kunnen bestaan als berengeur-arme varkenshouderijen en andere die een hoger risico op berengeur hebben. Hoe constant in de tijd dat gegeven is, en waar het dan precies mee te maken heeft is vooralsnog onduidelijk.

Is de houding van de deelnemende varkensbedrijven veranderd door aan het onderzoek mee te werken?

Ze vonden het over het algemeen een positieve ervaring. Hun houding tegenover de verschillende alternatieven is verschoven door de praktijkervaring. Vier van de twintig CASPRAK-varkenshouders hebben ondertussen de omschakeling naar intacte beren routinematig gemaakt, 1 CASPRAK-varkenshouder werkt met immunocastratie. Op de andere bedrijven wordt pijnbestrijding tijdens de castratie toegepast.

Verschillende Vlaamse varkenshouders hebben op eigen vraag of op vraag van hun slachthuis de mogelijkheid gekregen van hun slachthuis om eenmalig of routinematig over te schakelen naar intacte beren of immunocastraten.

Uit de bevraging die in het kader van het CASPRAK-project gehouden werd in november 2011 bij 118 varkenshouders bleek dat 21 varkenshouders reeds toen al ervaring hadden met de toepassing van pijnbestrijding tijdens de castratie, 24 van hen met immunocastratie en 3 van hen met het afmesten van intacte beren.

Het bundelen van deze praktijkervaring en terug verspreiden van deze praktische kennis is interessant voor alle varkenshouders die ook de overstap willen maken. Omschakeling naar intacte beren of immunocastraten hoeft geen bedreiging te vormen voor de varkenshouders, maar kan zelfs een kans betekenen op voorwaarde dat voldoende informatie en ondersteuning verleend wordt om deze overstap te maken.

Belangrijkste knelpunt voor de omschakeling naar intacte beren of immunocastraten is het gebrek aan afzetmogelijkheden in binnen- én in buitenland van het vlees van intacte beren of immunocastraten.

Meer informatie

Greet Riebbels, communicatie ILVO, Greet.Riebbels@ilvo.vlaanderen.be, gsm 0486 26 00 14
Marijke Aluwé, Casprak onderzoeker, Marijke.aluwe@ilvo.vlaanderen.be, gsm 0497 75 93 85