Pers en media

VILT - donderdag 24 september 2015

Ammoniakemissie reducerende maatregelen zijn openbaar

Op de website van de Vlaamse Landmaatschappij is de lang verwachte ‘PAS-lijst’ openbaar gemaakt. Herinner je de Europese natuurdoelstellingen die honderden veebedrijven in moeilijkheden brengen omdat de ammoniakemissie uit hun stallen de verwezenlijking van hoogwaardige natuur in Vlaanderen bemoeilijkt. Wel, de nu gepubliceerde lijst met emissie reducerende maatregelen is een aanvulling op de reeds bestaande lijst van emissiearme stalsystemen voor varkens en pluimvee. Behalve innovatieve staltechnieken bevat de PAS-lijst ook ingrepen in het voeder en het management, wat opnieuw toekomstperspectieven schept voor heel wat veehouders met code rood en oranje om mits de nodige investeringen en/of aanpassingen in de bedrijfsvoering voort te boeren op de huidige locatie. Vooral voor rundveehouders is de lijst een grote stap vooruit omdat zij voordien geen door de overheid erkende reductiemaatregelen ter beschikking hadden.

De stikstofdeposities vanuit de industrie, het verkeer, de huishoudens en de landbouw leggen een hypotheek op het bereiken van de gunstige staat van instandhouding van verschillende habitattypes en soorten. Om te vermijden dat de vergunningsverlening hierop vastloopt, heeft de Vlaamse regering in april vorig jaar een programmatische aanpak stikstofdepositie (PAS) goedgekeurd. Opdat de landbouwsector zijn bijdrage kan leveren aan de vereiste ammoniakreductie werden na een verkennende literatuurstudie door ILVO een reeks maatregelen geïdentificeerd die de ammoniakemissie uit stallen kunnen reduceren. Die maatregelen zijn wetenschappelijk en administratief gescreend op hun effectiviteit en haalbaarheid. De lijst is nu openbaar gemaakt.

De PAS-lijst wordt een dynamische lijst die, in functie van lopend onderzoek en nieuwe inzichten, steeds kan worden aangepast. Alleen maatregelen die een ammoniakreductie van minstens tien procent geven, kunnen opgenomen worden. Het gaat niet alleen om innovatieve staltechnieken, maar ook om aanpassingen aan het voeder en het management. De staltechnieken die op de lijst van ammoniakemissiearme stalsystemen staan, voldoen ook aan de voorwaarden van de PAS-lijst, maar worden er niet expliciet in opgenomen. Terwijl het hier gaat om reductietechnieken voor varkens- en pluimveestallen staan er op de PAS-lijst ook maatregelen voor rundvee.

Aangezien de PAS-lijst gebaseerd is op een objectieve wetenschappelijke evaluatie zal ze als gezaghebbende bron aangewend kunnen worden voor de vaststelling van vergunningsvoorwaarden in het kader van de programmatische aanpak stikstofdepositie. Voor veehouders mag het een opluchting heten dat de PAS-lijst een aanvulling is op de lijst met emissiearme stalsystemen. Die laatste bevat immers geen oplossingen voor rundveehouders en de opties van varkens- en pluimveehouders hebben meestal met elkaar gemeen dat ze een zware investering in stalinfrastructuur vergen. Denk aan stalsystemen voor varkens die het contact tussen mest en lucht beperken, stalsystemen die pluimveemest zo snel mogelijk drogen en/of uit de stal verwijderen en de aan de buitenzijde van stallen goed zichtbare luchtwassers die zowel bij pluimvee als varkens toegepast kunnen worden.

In vergelijking daarmee ogen heel wat maatregelen uit de PAS-lijst budgetvriendelijker: weidegang in groep voor melkkoeien, 24u op 24u weidegang voor vleesvee, de loopvloer van melkveestallen reinigen met mestschuif of mestrobot waarbij er al dan niet water gesproeid wordt om dat reinigingsproces te verbeteren, enz. Op melkveebedrijven is de grootste reductie (-33%) te behalen met een roostervloer die de urine versneld afvoert en de roosterspleten afsluit met rubberen flappen om de ammoniakemissie uit de mestkelder te beperken. Dat systeem moet gecombineerd worden met een mestschuif of -robot. Voor vleesvee, zowel zoogkoeien als stieren, is weidegang de best presterende maar meteen ook enige erkende maatregel. Daaraan wordt trouwens de voorwaarde gekoppeld dat de stal leeg blijft en de mest eruit verwijderd is.

Voor de varkens- en pluimveehouderij is er een pakket aan mogelijke maatregelen bijgekomen als aanvulling op de reeds gekende maar dure stalsystemen die verregaande reducties realiseren. Voor luchtwassers telt men bijvoorbeeld met een minimale reductie van 70 procent. Uit de PAS-lijst leiden we af dat er andere maatregelen zijn die het ook niet slecht doen. Een varkenshouder die van zijn mestput een drijvend ‘ballenbad’ maakt, spaart 29 procent ammoniakemissie uit. De eiwitopname via het voeder reduceren is goed voor 5 tot 20 procent ammoniakuitstoot minder. Aan het voeder kan ook een zuur toegevoegd worden, meteen goed voor een 16 procent lagere uitstoot.

Maatregelen kunnen gecombineerd worden als de verplichte emissiereductie hoger uitvalt dan een veehouder met één ingreep in stalinfrastructuur, voeder of management kan bereiken. Het spreekt vanzelf dat de reductiepercentages van de afzonderlijke ingrepen niet gewoon opgeteld mogen worden. Vier combinatietabellen die de PAS-lijst aanvullen, geven de emissiereductie van de verschillende mogelijke combinaties weer. Achter de tabellen gaan berekeningen van ILVO schuil waarbij het effect van elke maatregel op de emissie vanaf de stalvloer en vanuit de mestput becijferd werd. Als de combinatie van twee maatregelen van de PAS-lijst niet wordt vermeld in de combinatietabel, dan geldt het reductiepercentage van de meest reducerende maatregel voor het geheel.

Bij leghennen en vleeskippen zijn de alternatieven voor aangepaste stalsystemen niet wereldschokkend maar daarom niet minder effectief. Bij niet-kooisystemen voor leghennen houdt men rekening met de leegstand van de stal bij vervanging van de dieren (-10%). In vleeskippenstallen moet de oplossing komen van gehakselde maïs als alternatief strooisel (-40%!) en van minder eiwitverstrekking via het voeder (-15 tot -25%). Wie er de lijst met mogelijke maatregelen voor de verschillende diersoorten op naslaat, zal zien dat het reductiepercentage vaak als een vork tussen twee waarden wordt weergegeven. Bij melkvee is bijvoorbeeld het aantal uren weidegang bepalend voor de effectieve reductie en bij vleesvee het aantal dagen op de weide. Het aantal keer per dag dat een mestschuif of een mestrobot zijn werk doet in een ligboxenstal bepaalt dan weer of de reductie 10 dan wel 15 procent bedraagt. En bij varkens en kippen is het logischerwijze de eiwitopname van de dieren waar van afhangt of de maatregel ‘reductie eiwitopname’ voor 15 of 25 procent meetelt.

Meer info: PAS-lijst

Bron: VILT