Pers en media

VILT - maandag 29 april 2013

Co-existentiedoelstellingen ggo-aardappel haalbaar

In het kader van de veldproef met genetisch gemodificeerde aardappelen in Wetteren onderzocht het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) de haalbaarheid van de door Europa opgelegde co-existentiedoelstellingen. Conclusie: tijdens geen enkele teeltfase is vermenging opgetreden, en ook via de imkerij werd geen besmetting vastgesteld.

ILVO evalueerde op eigen initiatief de specifieke teeltvoorwaarden voor de aardappel en kwam tot het besluit dat de kans op accidentele vermenging van de verschillende aardappelcultivars en de kans op verspreiding in de omgevende natuur uiterst miniem tot onbestaand is, zich baserend op de huidige manier waarop aardappelen in Vlaanderen worden geteeld en verwerkt.

De co-existentiedoelstellingen worden opgelegd door Europa en zijn voor Vlaanderen vervat in de zogenaamde co-existentie-BVR’s (Besluiten Vlaamse Regering). Concreet bepaalt deze BVR dat de eventuele vermenging met naburige ggo-gewassen niet meer dan 0,9 procent mag bedragen, en dat de conventionele niet-ggo-aardappel en de biologische aardappel dus voor minstens 99,1 procent “zuiver” moeten zijn.

Ook wat betreft de ongewenste overdracht van genetisch materiaal van ggo-aardappelen via de imkerij zijn de resultaten duidelijk: bijen vliegen niet op in bloei staande aardappelplanten. In geen van de onderzochte pollen- en honingstalen is een spoor van aardappel teruggevonden, noch tijdens het microscopisch onderzoek, noch in de DNA-analyses van de honing en pollen.