Plantenpester van de maand augustus - ‘Candidatus Phytoplasma ulmi’ (olmenvergelingsfytoplasma )

Olmenvergelingsfytoplasma Olmenvergelingsfytoplasma - stam
© J. Boggs

De ziekteverwekker – een fytoplasma

Het olmenvergelingsfytoplasma is een niet op kunstmatige voedingsbodems op te kweken bacterie die typisch in de bastvaten of het floëem van bomen gaat groeien.

De wetenschappelijke naam voor deze ééncellige ziekteverwekker is ‘Candidatus Phytoplasma ulmi’.

Fytoplasma’s veroorzaken een heel brede reeks van symptomen (verkleuringen, misvormingen, fyllodie, rosettevorming, heksenbezems, enz.) die gemakkelijk met virusziekten of fouten in de voedingsbalans kunnen verward worden.

Wat wijst op een fytoplasma infectie in de boom?

(niet) geïnfecteerde olmentakDe naam van de ziekte verwijst duidelijk naar de verkleuring van de bladeren bij een aantasting. Het normaal donkergroene bladerdek gaat typisch vrij algemeen een groengele tot intens gele kleur aannemen. Anders dan bij vergeling door nutriëntenproblemen gaan niet eerst de jonge bladeren verkleuren.

Vroeger heette de ziekte: olmenfloëemnecrose. De bacterie groeit immers in het floëem van de boom, en veroorzaakt er van onder uit (eerst in de lagere gedeelten) van de boom een necrose en verkleuring die kan worden vastgesteld door de bast te verwijderen.

Hoe verspreiden de fytoplasma’s zich?

De belangrijkste manier van verspreiding van het olmenfytoplasma zijn vectoren van het type stekend zuigende insecten. Hiertoe behoren voornamelijk cicade-achtigen.

De witgestreepte olmencicade Scaphoideus luteolus wordt als voornaamste vector aangeduid, maar komt niet voor in Europa. Ook een aantal andere cicade-achtigen en spuugbeestjes (Philaenus spumarius) die hier wel een grote verspreiding kennen, werden intussen als vector bevestigd.

Het verhandelen en op die manier insleep van geïnfecteerde bomen is een belangrijke factor bij lange afstandsverspreiding.

Welke planten zijn vatbaar?

Het fytoplasma dat olmen ziek maakt is uitermate olmenspecifiek. Noord- Amerikaanse olmensoorten (Ulmus americana, U. alata, U. serotina and U. rubra) zijn het meest gevoelig.

Onze gladde (U. minor) en ruwe iep (U. glabra), zijn hybriden (U. x hollandica), alsook de fladderiep (U. laevis) zijn doorgaans toleranter voor de pathogeen.

Sterk verwante fytoplasma’s die ook behoren tot de zgn. “Elm Yellows” groep tasten ook Carpinus, (haagbeuk), Alnus (els), Vitis (druif) en Rubus (braam) aan.

Wat kan u doen om een fytoplasma aantasting te voorkomen?

  • Selecteer soorten en rassen die minder gevoelig zijn voor de ziekte.
  • Voor opkweekbedrijven olmen: monitor en beheers de insectenpopulaties
  • Verwijder onkruiden zo goed mogelijk.
  • Verwijder geïnfecteerde bomen en vervang door andere boomsoorten, of minstens door minder gevoelige olmensoorten.
  • Vraag advies bij teeltbegeleiders of ILVO

Slechts 1 waarneming in België tot nu toe

‘Ca.P.ulmi’ geïnfecteerde boom in MeiseOmdat dit fytoplasma een quarantainestatus had, deden het ILVO en CRA-W in 2017-2019 een uitgebreide survey in olmen in diverse biotopen in België. Dit gebeurde in het kader van GAPHANNEX, een door de FOD VVVL gefinancierd statusbepalingsproject. Er werden bemonsteringen uitgevoerd in laanbomen, parken, bossen, langs waterwegen en in privé tuinen. Daarnaast werd ook in botanische tuinen en arboreta een intensieve survey uitgevoerd op de olmencollecties voor het Belgian Plant Sentinel Netwerk (BEPSN, financiering FOD VVVL) kaderend in een Europees Euphresco project (het International Plant Sentinel Network),. Er werd in België slechts 1 olm, een Ulmus minor subsp. canescens, aangetroffen die geïnfecteerd was met ‘Ca. P. ulmi’. Voorlopig is er in onze regio dus slechts een geïsoleerde waarneming, hoewel uit de buurlanden steeds meer meldingen komen van olmen die geïnfecteerd zijn met het fytoplasma.