Plantengezondheid - International Year of Plant Health: plantenpest(er) in de kijker - februari

De vruchtvlieg Bactrocera dorsalis

vruchtvlieg

Eiafleggende vrouwelijke Bactrocera dorsalis vruchtvlieg - USDA photo by Scott Bauer

Bactrocera dorsalis is een kleine vliegensoort (lengte: 8 mm) uit de familie van de vrucht- of boorvliegen (Tephritidae). Het is een van oorsprong niet-Europese insectensoort waarvan men de aanwezigheid binnen Europa te allen prijze wil vermijden. Deze vruchtvlieg kan vele fruitsoorten aantasten en bijgevolg grote economische schade veroorzaken in de Europese fruitteelt en tuinbouwsector. De opgelegde maatregelen om de introductie van Bactrocera dorsalis in Europa tegen te gaan zijn dan ook streng.
De wijfjes leggen met hun legboor eitjes af net onder de vruchtschil (zie afbeelding). Uit deze eitjes komen larven die zich voeden met het vruchtvlees en zo enorme oogstverliezen veroorzaken. Beschadigde vruchten herken je doordat een bruine vlek ontstaat rond het boorgaatje waarin het eitje werd afgelegd. Uiteindelijk wordt de volledige vrucht rot.
Bactrocera dorsalis, en met uitbreiding ook andere niet-Europese vruchtvliegen, worden in België regelmatig vastgesteld tijdens de invoercontroles op plantaardige producten, zogenaamde ‘fytosanitaire controles’, aan onze grensinspectieposten. De insleep van deze uitheemse vruchtvliegen gebeurt in hoofdzaak via hun larven die tot 10 mm groot worden (zie afbeelding) en verscholen zitten in ingevoerde vruchten van o.a. mango, paprika, zuurzak en sinaasappel. Bacterocera dorsalis is momenteel niet aanwezig in onze contreien, maar werd voor het eerst in grote getale in Europa vastgesteld in 2018, meer bepaald in een veld in Italië. Men vermoedt dat de introductie van deze vliegensoort er via de invoer van besmette vruchten is gebeurd. Het is daarom van groot belang dat men geen vruchten uit niet-Europese landen eigenhandig meebrengt naar Europa.

Om insleep van dit invasieve insect te voorkomen, worden fytosanitaire controles door het federaal voedselagentschap (FAVV) uitgevoerd en verdachte stalen worden dan verder door het ILVO gecontroleerd op aanwezigheid van B. dorsalis of andere niet-Europese vruchtvliegen. Bij vaststelling van dergelijke vruchtvliegen moet de lading worden vernietigd. Dit voorkomt de mogelijke introductie en verspreiding van niet-Europese vruchtvliegen in onze contreien. Recent werd er aan het ILVO een onderzoeksproject gestart om de identificatie van de larven van deze vruchtvliegen sneller te kunnen uitvoeren (FOD-project ‘TEPHRIFAST’).

Bactrocera larve

Bactrocera larve en verrot (bruin) vruchtvlees - foto ILVO