Agenda

04/09/2015

Open veld namiddag

ILVO stelt haar veldproeven 2015 in de kijker tijdens een bijzondere OPEN VELD NAMIDDAG. U bent van harte uitgenodigd. Op 15 verschillende plekken binnen een zone van 4 hectare is er heel wat nieuws te vernemen en te zien. De ILVO onderzoekers vertellen u overal wat ze zochten en vonden. U kiest vrij uw eigen traject, u stelt vrij alle vragen over de gewassen die u het meeste boeien… Op de centrale vertrekplaats is er parkeerplaats, ILVO verstrekt u daar een situeringsplan van de te bezoeken proefvelden. Vanaf 16.00 u bent u op die plaats welkom op lekker en lavend netwerkmoment. Niet te missen dus!

Wanneer: vrijdag 4 september 2015, van 13.30 tot 17.00u

Waar: parking, vertrekpunt, afsluitende receptie: ILVO, Burgemeester Van Gansberghelaan 109, 9820 Merelbeke.

Plan met proefvelden

PROGRAMMA

1. Lucratieve toekomst voor quinoa?

Quinoa is een pseudograan afkomstig uit het Andesgebied. Het is glutenvrij en heeft een hoge nutritionele waarde. Er zijn variëteiten die ook in ons land kunnen geteld worden. ILVO optimaliseert de teelttechniek en doet praktijkervaring op inzake oogst en planttijdstip, plantafstand, bemestingsbehoefte, machinale verwerking….
ILVO coördineert zowel de proefveld- als de demowerking in Vlaanderen.

2.Hoe maak je een nieuw ras van gras?

ILVO veredelt voedergrassen sinds 1932. We selecteren individuele planten en vermeerderen ze vegetatief tot klonen. De beste klonen bestuiven elkaar in isolatieveldjes. Van hun nakomelingen bepalen we de opbrengst en de voederwaarde in de maaiveldjes. Op het proefveld zijn aparte planten, klonen en opbrengstveldjes van Engels en Italiaans raaigras, Timothee en Festulolium te zien.

3. Industrieel gewas cichorei

België is wereldwijd de grootste producent van inuline, een oplosbare voedingsvezel die uit de cichoreiwortel geëxtraheerd wordt. ILVO heeft in samenwerking met Cosucra Groupe Warcoing – division Chicoline een veredelingsprogramma van industriële cichorei dat zich richt op de verbetering van de wortelopbrengst en de inulinekwaliteit. ILVO coördineert ook het Belgische rassenonderzoek van industriële cichorei.

4. Binnenlandse eiwitteelt Soja

Meerdere veldproeven tonen de totaalaanpak van het ILVO-werk rond soja. Er is een veld om verschillende rassen te vergelijken. Er zijn proeven met stikstofbemestingstrappen en met verschillende Rhizobium inoculatiemethodes (bacterieculturen in gunstige symbiose met de plant). Er liggen proeven aan voor veredeling van nieuwe rassen die geschikt zijn voor ons klimaat. De teelt van soja in Noord-West-Europa staat nog in de kinderschoenen. Met de veldproeven bepaalt ILVO het toekomstpotentieel van deze eiwitrijke teelt met vele toepassingen.

5. Kuil- en korrelmaïs op de objectieve weegschaal

Nieuwe rassen van landbouwgewassen krijgen altijd eerst een zwaar examen. Jaarlijks vergelijkt en beoordeelt ILVO een 100-tal nieuwe én de beste reeds-in-de-handel-verkrijgbare rassen maïs, in zogenaamde CGW proeven (Cultuur – en gebruiksWaarde). Gedurende minstens 2 jaar en in 6 verschillende landbouwstreken organiseren wij in opdracht van de Belgische staat deze grondige wetenschappelijke kwaliteitsanalyse. De resultaten komen terecht in de officiële vergelijkende rassenlijst van België, die een onderdeel vormt van de officiële Europese rassenlijst. De belangrijkste beoordeelde kenmerken zijn opbrengst, vroegheid van afrijpen, kwaliteit (verteerbaarheid), legervastheid en ziekteresistentie ( o.a. blad- en voetziekten).

6. Aardappelen en mest

In de zogenaamde BOPACT-veldproef wordt het langere termijn effect van bodemverbeterende maatregelen (compost en niet-kerende bodembewerking) op koolstofopbouw, bodemkwaliteit, verliezen via fosfor- en stikstofuitspoeling, gewasopbrengst en ziektedruk onderzocht. Hierbij worden ook twee organische bemestingen (runderdrijfmest of varkensdrijfmest) vergeleken. Wat zijn de resultaten na 5 jaar onderzoek? Niet-kerende bodembewerking is meer dan alleen de cultivator inzetten en de ploeg achterwege laten. In de proef werken ze o.m. met een teeltrotatie rond aardappel.

7. Composteren met tientallen recepten op een ingerichte site

ILVO valoriseert zelf plantaardige reststromen van de proefvelden via boerderijcompostering op een vergunde composteersite, en sluit op die manier nutriëntenkringlopen op het bedrijf. Het eindproduct gaat als bodemverbeterende meststof op de ILVO-percelen. Tijdens een rondleiding op de composteersite ziet u hoe een modern landbouwbedrijf kan composteren, met welk materiaal en materieel, hoe nutriëntenverliezen beperkt blijven, welke de harde cijfers zijn die horen bij een goede compost.

8. Machinepark als tussendoortje

Een tiental machines gebruikt ILVO om de veldproeven te bewerken. Dat varieert van een zaaimachientje in het formaat van een kruiwagen tot de grote zaaimachine, de rotoreg, de compostkeerder, de ‘Haldrup’ die automatisch stalen neemt en weegt op elke veldproefplot. ILVO toont ook zijn proefveld-pikdorser voor granen en soja, zijn veldhakselaar voor maïs, sorghum en miscanthus, zijn gps-gestuurde trekker…

9. Groenbedekkers in mengsel volgens nieuwe regelgeving

In het kader van de Europees opgelegde vergroening van de landbouw telt de oppervlakte groenbedekkers op een landbouwbedrijf tegenwoordig voor 30 % mee als ecologisch aandachtsgebied. Groenbedekkers moeten voortaan uitgezaaid worden als een mengsel van soorten, en met een minimale zaaidichtheid. Dat staat opgegeven in de toegestane lijst van groenbedekkers. De ILVO veldproef stelt een aantal soorten en mengsels voor met speciale aandacht voor grondbedekking, aaltjesbestrijding en een voedersnede na de aanhoudingsperiode.

10. Voederbieten, het derde gewas?

Voederbieten zijn voor melkveehouders naast gras en maïs een mogelijk interessant derde gewas in het nieuwe Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). ILVO vergelijkt nieuwe rassen met de beste reeds-in-de-handel-verkrijgbare rassen. Naast opbrengst en tarra-gehalte besteden de beoordelaars speciale aandacht aan Rhizotonia resistentie. Deze bodemschimmel kan immers leiden tot mindere opbrengst en na inkuilen tot rotting in de kuil.

11. Opbrengsten en waardes van gras- en klaversoorten

In deze veldexperimenten vergelijken de ILVO-teeltspecialisten Engels raaigras, rietzwenkgras, festulolium en mengsels van deze grassoorten bij 300kg Nwerkzaam/ha en (ii) bij 150kg Nwerkzaam/ha in combinatie met rode en witte klaver in de periode 2012-2015. Vooral interessant voor de melkveehouders die nog denken dat gras gewoon gras is.

12. Bijzonder bodembeheer in biolandbouw

Op de biologische percelen van ILVO gebeurt een lange termijn vergelijking van een kerende bodembewerking met een niet-kerende grondbewerking. Tegelijk wordt gekeken naar het effect van bodemverbeterende middelen. ILVO zoekt naar hét gepaste tijdstip voor vernietiging van de groenbedekkers. Het afgelopen seizoen is specifiek gewerkt op het effect van de toedieningswijze van maaimeststoffen op hun stikstofwerking voor een aardappelteelt. Het vanggewas dat er op volgt, een mengteelt van graan en erwt, wordt in het voorjaar van 2016 gebroken met een roller-crimper. Een techniek die beweert dat je zonder verdere bodembewerking en zonder opschietend onkruid kan zaaien of planten doorheen een deklaag van de gebroken groenbedekker.

13. Rain-out shelter

We weten inmiddels dat de opwarming van de aarde leidt tot meer extreme klimaatomstandigheden zoals droogte. Om onafhankelijk-van-de-weersomstandigheden onderzoek te kunnen doen op open veld, met name naar droogtegevoeligheid van gewassen heeft ILVO verplaatsbare kappen gebouwd. Op dit ogenblik loopt een proef om het effect van droogte op diverse grassoorten na te gaan. Daarnaast worden ook meer droogtetolerante individuen van Engels raaigras geselecteerd.

14. Nog meer eiwitrijke vlinderbloemigen: klaver, Lotus, Esparcette

In deze proef wordt de landbouwkundige waarde van rolklaver (Lotus corniculatus) en esparcette (Onobrychis viciifolia) vergeleken met meer courante vlinderbloemige voedergewassen waaronder rode klaver, witte klaver en luzerne. De bedoeling is na te gaan of deze nieuwe vlinderbloemigen een toekomst hebben in Vlaanderen als alternatieve eiwitgewassen.

15. Massa’s biomassa bij energiegewassen

De bio-gebaseerde economie die hernieuwbare plastics en hernieuwbare grond- en brandstoffen wil produceren moet altijd beginnen bij wat er aan biomassa van het (landbouw)veld wordt gehaald. De publieke opinie uit bezwaren tegen de eerste generatie biobrandstoffen op basis van eetbare landbouwproducten. Maar hoe zouden miscanthus, sorghum, en korte omloophout in het plaatje kunnen passen. En wat willen de ILVO-wetenschappers daarover meer te weten komen via de veldproeven?