Nieuwsoverzicht

Huidige artikelen | Categories | Zoek

Nieuwsgolf mei 2020

Zit er minder vis door de puls?

Er zijn duidelijke, vooral lokale veranderingen opgetreden in het tong- en scholbestand in de zuidelijke Noordzee, dat blijkt uit afgelopen ILVO-onderzoek. Dat onderzoek – project PULSVK1 - werd opgezet vanuit de bezorgdheid bij commerciële en recreatieve kustvissers over de intensiteit van de pulsvisserij in het gebied.

pulsnetPulsvisserij werd vanaf 2009 meer en meer toegepast. Vooral de Nederlandse vloot zette hierop in. Hoewel deze 84 licenties werden verkregen onder Europese wetgeving, fronsten heel wat vissers de wenkbrauwen en claimden dat hun vangsten verminderden in de zuidelijke Noordzee. Daarnaast viel het op dat sinds 2016 het tongquotum in de Noordzee niet volledig meer werd benut door de Belgische commerciële vissersvloot. Een onderzoek over de impact van de puls in de zuidelijke Noordzee drong zich op. Op basis van beschikbare gegevens zochten ILVO-onderzoekers een antwoord op de vragen: Wordt er intensiever gevist? Is er minder vis? Is de algemene conditie van de vis veranderd? Zijn de leefgebieden van de vissen verschoven?

Uit het onderzoek blijkt dat de visserij-inspanning, dat is de intensiteit van de visserij uitgedrukt in visuren en geregistreerd via satelliet en logboeken, afnam in de periode 2006-2018. De Belgische inspanning in de zuidelijke Noordzee nam echter veel sterker af dan de Nederlandse (-72% versus -30%). Bovendien werd bij de Nederlandse vloot de traditionele boomkor met wekkerkettingen grotendeels vervangen door de pulskor. Ook de ruimtelijke verspreiding van beide vloten is sterk gewijzigd. Belgische vaartuigen trokken grotendeels weg uit de zuidelijke Noordzee, terwijl de inspanning van kleine Nederlandse vaartuigen toenam in dit gebied en meer specifiek voor de Belgische kust. Vooral dichter bij de kust, in de zone binnen de 12 zeemijl, bleef de totale visserij-inspanning hoog.

Trends in de biomassa van tong en schol werden aangetoond door analyse van data over aanvoer, gestandaardiseerd t.o.v. de geleverde visserij-inspanning. Die toont voor tong aan dat er binnen de Belgische 12 mijlszone over de periode 2006-2018 veel sterkere schommelingen te zien zijn dan verwacht op basis van gegevens uit de volledige Noordzee. Dit doet besluiten dat het bestand op lokale schaal wel degelijk veranderingen ondergaat en de laatste 5 jaar in een neerwaartse beweging zit. Voor schol stellen we een afname vast in zowel de zuidelijke Noordzee als binnen de Belgische 12 mijlszone sinds 2016, terwijl er voor het volledig scholbestand uit de Noordzee en het Skagerrak sinds 2008 een bijna exponentiële groei wordt vastgesteld. Onze bevindingen wijzen – net zoals bij tong – op een verschillende lokale dynamiek.

Veranderingen in de algemene conditie van de vis, uitgedrukt in het gemiddeld gewicht en de gemiddelde lengte per leeftijd, werden eveneens onderzocht. Een slechte conditie kan namelijk wijzen op weinig voedselbeschikbaarheid of verhoogde visserijdruk. Voor zowel tong als schol stelden we vast dat jonge vissen (leeftijd 1-4 jaar) kleiner en lichter werden over de periode 2006-2018. Omdat de hoeveelheid data waarop deze analyses zijn gebaseerd variëren per jaar, interpreteren we deze resultaten met enige voorzichtigheid.

Om ruimtelijke verschuivingen in visbestanden vast te stellen werden de data afkomstig van wetenschappelijke surveys geanalyseerd. Voor tong bleek dat er een ruimtelijke verschuiving is opgetreden over de periode 1987-2018. Grote, marktwaardige tong komt nu eerder voor langs de zuidoostelijke kusten van Engeland. Voor de kleinere tong zien we een duidelijke verschuiving naar het zuiden (Belgische en Engelse kust) en een sterke reductie ter hoogte van de Waddeneilanden. Ook voor schol zijn er ruimtelijke verschuivingen opgetreden over de periode 1987-2018. Grote, marktwaardige schol is in de periode 2012-2016 sterk toegenomen en in hoge hoeveelheden aanwezig in de centrale en zuidelijke Noordzee, met opnieuw een afname in de laatste jaren. Kleinere schol blijft het over de hele tijdsreeks goed doen en beslaat een groter gebied dan in het begin van de tijdsreeks. Dat doet vermoeden dat de condities voor larven en jonge schol beter zijn dan deze voor volwassen exemplaren.

Elke deelvraag van dit project biedt nieuwe inzichten en verklaringen over de dynamiek in de zuidelijke Noordzee en binnen de Belgische 12 mijlszone. Tijdens de periode 2006-2018 zijn er duidelijke veranderingen opgetreden in het tong- en scholbestand in de zuidelijke Noordzee, die zich vooral op lokale schaal manifesteren. Dit heeft onmiddellijke gevolgen voor commerciële en recreatieve kustvissers. Of deze veranderingen rechtstreeks gekoppeld zijn aan de aanwezigheid van pulsvisserij in de zuidelijke Noordzee, daarover kan dit project geen formeel uitsluitsel geven. Het sluiten van de 12-mijlszone voor pulsvisserij (in voege sinds augustus 2019, tijdens de loop van dit project) kan de visserijdruk in deze zone echter wel aanzienlijk verlagen met mogelijks positieve gevolgen voor recreatieve en kustvisserij. Factoren zoals migratie, verschuiving van de visserij-inspanning naar de rand van de 12-mijlszone, en de terugkeer naar de traditionele boomkor zouden het succes van de maatregel wel sterk kunnen beïnvloeden.

Lees het volledige rapport

Project: PULSVK1
Looptijd: 2019
Financiering: EFMZV fonds van de Europese Commissie en de Vlaamse Overheid (FIVA).
Contact: lies.vansteenbrugge@ilvo.vlaanderen.be, hans.polet@ilvo.vlaanderen.be, els.torreele@ilvo.vlaanderen.be