Nieuwsoverzicht

Huidige artikelen | Categories | Zoek

Nieuwsgolf zomer 2019

Verwantschap tussen larvale, juveniele en volwassen zeetong populaties blootgelegd op kleine en grote ruimtelijke schaal

Jonge tong aan de Belgische kust blijkt nauw verwant met tong uit het Oost-Engels Kanaal, zo blijkt uit het doctoraatsonderzoek van ILVO-KU Leuven onderzoekster Sophie Delerue-Ricard. De nieuwe kennis over verwantschappen binnen en tussen vispopulaties draagt bij tot een nog duurzamer visserijbeheer.

zeetongOm vispopulaties duurzaam te kunnen beheren, moeten we weten hoe groot een populatie precies is, en hoe die (deel)populaties begrensd zijn. Klassieke landsgrenzen of afgebakende kwadranten zijn ecologisch en economisch niet erg zinvol: de larvale populatie leeft meestal in andere gebieden dan de jonge en volwassen exemplaren en de grenzen van de juveniele populaties kunnen veranderen door wisselende weersomstandigheden en interacties met andere populaties. Het onderzoek naar de échte grenzen is echter niet eenvoudig, vooral omdat larven en juvenielen te klein zijn om hen te voorzien van tags of merkers. Het succes van de larvale verspreiding tussen de ‘paaigronden’, waar de viseitjes worden afgezet, en de ‘kinderkamers’, waar jonge vissen opgroeien en volwassen worden, vormt nochtans de sleutel tot ‘connectiviteit’.

Voor Noordzeetong, één van de meest economisch waardevolle vissoorten in de Noordzee, is nog weinig bekend over die connectiviteit. Daarom bepaalde ILVO-KU Leuven wetenschapster Sophie Delerue-Ricard tijdens haar doctoraat de geografische oorsprong van de jonge visjes die op de Belgische kinderkamers arriveren. Ze deed dat o.a. aan de hand van genetische merkers (DNA). Het genotype van 400 jonge tongen werd onderzocht via ddRAD (double digest Restriction Site-Associated sequencing) en SNP’s (Single Nucleotide Polymorphic locations). Op basis daarvan werd de populatiestructuur gedefinieerd zowel op fijne ruimtelijke en temporele schaal (<50 km; 2013-2014), als op de ruimere Noord-Atlantische schaal over meerdere jaren (2006-2016). Er werden traceerbaarheidsmerkers geïdentificeerd die mogelijks signalen van lokale aanpassing vertonen. Naast de genomische benadering, werden de vorm en microchemische samenstelling van de gehoorsteentjes of otolieten van diezelfde vissen bepaald om de populatiestructuur op kleine schaal verder te onthullen. Door de combinatie van deze drie verschillende traceermethoden verhoogde de precisie van toewijzing aan een bepaalde (deel)populatie.

Uit de resultaten blijkt dat de tongpopulaties in de zuidelijke Noordzee sterk verbonden zijn en dat degenen die voor de Belgische kust zijn gevangen nauw verwant zijn met de populaties in het Oost-Engelse Kanaal. Een beter onderscheid tussen de deelpopulaties kan in de toekomst bijdragen aan een betere traceerbaarheid van visproducten en aan een nog duurzamer beheer van geëxploiteerde vispopulaties.

Project: Understanding and predicting the impact of the interaction between oceanographic and biological factors on larval recruitment and population connectivity in flatfish
Looptijd: 2015 -2019
Financiering: FWO Vlaanderen
Samenwerking: KU Leuven, RBINS
Contact: kris.hostens@ilvo.vlaanderen.be