Nieuwsoverzicht

Huidige artikelen | Categories | Zoek

Nieuwsgolf oktober 2015

Klein maar fijn? Troeven en knelpunten voor omschakeling naar een kleinschalige visserij

De recreatieve zeevisserij is een belangrijke sector, maar het blijkt niet zo eenvoudig om als reder of sportvisser in België over te schakelen naar de kleinschalige commerciële visserij. Dat blijkt uit de eerste resultaten van het LIVIS project dat uitgevoerd wordt door ILVO en VLIZ. Nochtans heeft die kleinschalige visserij heel wat troeven, en staat de ontwikkeling ervan hoog op Europese agenda.

sportvisserijDe Belgische (kust)visserij kampt sinds een aantal jaar met complexe uitdagingen. Zo zijn de vaartuigen vaak verouderd en aan modernisatie toe, zijn de exploitatiekosten gestegen, fluctueren de visprijzen en is het moeilijk om nog gedreven en bekwame bemanning te vinden. Een potentiële piste voor het verder verduurzamen van Belgische visserij is het bevorderen van de instroom van kleinschalige commerciële vissersvaartuigen. Deze kleinschalige visserij heeft een aantal troeven zoals een lager verbruik van fossiele brandstoffen, én er kan een meerprijs voor de producten worden gecreëerd door het uitspelen van het duurzame en lokale karakter van de vangst. Bovendien past de verdere ontwikkeling van de kleinschalige visserij binnen de visie van het Europees en het nationaal beleid. In het Gemeenschappelijk Visserijbeleid wil Europa bijvoorbeeld de kleinschalige visserij bevorderen en worden er extra middelen vrijgemaakt voor de ontwikkeling binnen deze sector.

Daarom onderzoekt ILVO, in samenwerking met VLIZ, de mogelijkheden tot instroom naar een kleinschalige commerciële visserij. Dat kan enerzijds gebeuren vanuit het groot aantal hobby- en sportvissers met eigen boot en anderzijds vanuit de bestaande reders die de transitie naar een kleinschalige vloot willen maken. Daarnaast kan een geschikt nationaal kader leiden tot het aantrekken van Belgische beroepsmatige handlijnvissers onder Nederlandse vlag, zodat zij in de toekomst onder de Belgische vlag kunnen varen. ILVO en VLIZ onderzoeken hoe groot het potentieel is vanuit de recreatieve visserij, wat de rentabiliteit kan zijn van een kleinschalige commerciële visserij, en welke knelpunten vandaag de dag een transitie verhinderen.

De inventarisatie van de recreatieve visserij is een unicum aangezien nooit eerder de omvang van de Belgische recreatieve vloot in kaart werd gebracht. Zo kwam onder meer aan het licht dat de Belgische recreatieve vloot minstens 631 vaartuigen telt, een cijfer wat tot voorkort door menig expert aanzienlijk lager werd ingeschat. Deze scheepjes zijn voornamelijk uitgerust om te hengelen (84%), en in mindere mate om te slepen met bordennetten (8%), boomkor (5%), of een combinatie van verschillende technieken (3%). De transitie vanuit de hobbyvisserij naar de commerciële handlijnvisserij heeft reeds zijn potentieel bewezen: er varen al veel voormalige Belgische sportvissers met een Nederlandse vislicentie. Een aantal obstakels bemoeilijken echter de transitie naar een Belgische licentie, meer bepaald het onoverzichtelijke wettelijk kader en de gestelde veiligheidseisen ten aanzien van het schip en de bemanning. Ten slotte is er ook nog de relatief dure aankoop van een Belgische licentie gekoppeld aan quota die wellicht nooit worden gebruikt door de kleinschalige vloot. Voor de bestaande reders zijn de grootste barrières de grote investering en onzekerheid over de rentabiliteit van die investering,

Binnen het project wordt de regelgeving vanuit de verschillende niveaus in kaart gebracht en wordt duidelijkheid geschapen over het wettelijk kader. Een stochastische rentabiliteitsanalyse voor verschillende scenario’s moet toelaten de kans van slagen in te schatten van een transitie naar een kleinschalige visserij. Daarnaast wordt de invloed van veranderingen in vangsten, visprijzen en brandstofprijzen op de rentabiliteit in kaart gebracht.

Project: LIVIS – Lage Impact VISserij
Samenwerking: VLIZ
Financiering: Europees Visserijfonds, Vlaamse Overheid, Provincie West-Vlaanderen
Looptijd: 2015
Contact: Frankwin van Winsen