Pers en media

ILVO-UGent-KULeuven persbericht - dinsdag 29 september 2020

Haalbare bedrijfsstrategieën om berengeur te reduceren

Een optimaal sensorisch detectieprotocol voor berengeur en aantoonbare reductie-effecten van aangepast voeder en immunocastratie op het voorkomen van berengeur, dat is het resultaat van het doctoraat van Evert Heyrman, onderzoeker aan ILVO, UGent en KU Leuven. Het onderzoek toonde aan dat het risico van berengeur - dat voorkomt wanneer chirurgische castratie achterwege wordt gelaten - niet volledig geëlimineerd wordt door welke reductiestrategie ook. Hierdoor blijft het toepassen van een geschikte detectiemethode in het slachthuis de meest kritische factor voor een succesvolle transitie naar een varkenshouderij zonder (onverdoofde) chirurgische castratie.

Op 28 september verdedigde Evert Heyrman zijn doctoraat: ‘Farm specific strategies for the reduction of boar taint’. Promotoren van het doctoraat zijn Prof. Dr. Nadine Buys en Dr. Steven Janssens van KU Leuven en Dr. Marijke Aluwé van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek.

berengeurWegens de toenemende aandacht voor dierenwelzijn engageerde de Europese varkenssector zich om vanaf 2018 de chirurgische castratie van mannelijke biggen achterwege te laten. Belangrijke randvoorwaarde hierbij was dat een aantal praktische en economische knelpunten voor de alternatieven voor de chirurgische castratie zijn opgelost. De deadline werd niet volledig gehaald, al worden in Vlaanderen, en ook in Denemarken, Duitsland, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk in meer of mindere mate intacte beren gehouden. Als één van de enige regio’s in Europa, maakte Vlaanderen ook al deels de overstap naar immunocastraten. Er blijven echter nog een aantal vragen, die verder onder de loep genomen moeten worden, waaronder berengeur. Deze onaangename geur en/of smaak in varkensvet en/of –vlees is bij een viertal percent van de karkassen waar te nemen. Tijdens zijn doctoraatsonderzoek focuste onderzoeker Evert Heyrman op het detecteren en reduceren van berengeur en de effectiviteit van zowel berengeur-reducerende maatregelen als immunocastratie onder praktijkomstandigheden.

Vijf randvoorwaarden voor een succesvolle chirurgische castratie-vrije varkenshouderij

Om succesvol te kunnen evolueren naar een chirurgische castratie-vrij Europese en Vlaamse varkenssector, m.a.w. het houden van intacte beren en immunocastraten, moet aan volgende randvoorwaarden worden voldaan.

De eerste voorwaarde betreft een universeel aanvaarde detectiemethode voor berengeur. Als tweede, is er nood aan Europese referentie detectiemethodes voor elk van de chemische componenten (androstenon, skatol en indol) die bijdragen aan berengeur (hieraan is recent voldaan). De derde randvoorwaarde is dat een snelle detectiemethode voor berengeur ook vlot toepasbaar moet zijn in het slachthuis. Het ontwikkelen van in de praktijk toepasbare strategieën om de prevalentie van berengeur te verlagen is een vierde voorwaarde. En als vijfde randvoorwaarde is er nood aan managementmaatregelen om het seksueel en agressief gedrag bij de intacte mannelijke beren te verminderen.

Berengeurdetectie en reductie, een noodzaak bij het houden van intacte beren

Doel van het doctoraatsonderzoek was om bij te dragen aan het oplossen van de voorgaande vijf randvoorwaarden. De focus lag hierbij op drie onderzoeksvragen: 1) het optimaliseren van een sensorische detectiemethode voor berengeur die toepasbaar is in een onderzoekscontext en in de slachthuizen; 2) het bepalen van de berengeurprevalentie en het identificeren van de risicofactoren voor berengeur bij intacte beren in Vlaanderen; en 3) het uittesten van strategieën om de prevalentie van berengeur te verminderen en alsook (in mindere mate) het voorkomen van seksueel en agressief gedrag bij de intacte beren.

Trainingsprotocol van berengeurevaluatoren

De soldeerboutmethode is een sensorische methode om berengeur te detecteren. Deze methode wordt soms toegepast aan de slachtlijn (online) of achteraf op een andere plaats (offline). Bij deze methode verhitten getrainde personen een stukje nekvet met een soldeerbout, waarna ze eraan ruiken en er een score aan toekennen. De scoringschaal gaat van 0 (geen afwijkende geur) tot 4 (heel sterk afwijkende geur). Om te komen tot consistente betrouwbare resultaten is een goede selectie en training van de evaluatoren essentieel. Binnen dit onderzoek werd steeds gewerkt met de gemiddelde score van 3 evaluatoren om tot een betrouwbaarder resultaat te komen.

De training van berengeurevaluatoren blijkt vooral bij te dragen tot consistente detectie tussen en binnen evaluatoren ook al kunnen de detectielimieten voor de berengeurcomponenten binnen evaluatoren variëren in de tijd. Verder bleek dat 1) het aantal evaluatoren constant houden essentieel is om resultaten te kunnen vergelijken, 2) niet alle componenten (androstenon, skatol en indol) evenveel bijdragen aan sensorische berengeur, 3) het belangrijk is om een berengeur negatief staal te ruiken na het ruiken van een positief staal voor verder te gaan naar een volgend staal, 4) het ruiken aan een geurstrip met berengeurcomponenten niet helpt bij de sensorische detectie.

Meerdere risicofactoren voor berengeur geïdentificeerd

De prevalentie van berengeur op Vlaamse varkensbedrijven met intacte beren was eerder laag: 5,6% in een eerste en 1,8% in een tweede observationele studie. Het vergelijken van de prevalentie uit beide studies is echter niet eenvoudig wegens een verschillende proefopzet (o.a. andere bedrijven, variërend aantal batches per bedrijf). Naast de variatie in berengeurprevalenties tussen bedrijven, was er ook binnen eenzelfde bedrijf een 10-tal% variatie in de prevalentie tussen verschillende batches.

In de eerste observationele studie waren de factoren die gelinkt werden aan een hoger berengeurrisico: meer huidbeschadigingen/krassen op de karkassen (gescoord na slacht), een lager mager vlees percentage, en een hogere buitentemperatuur op de dag van slachten.

In de tweede observationele studie was het risico eerder gelinkt aan het optreden van meer agressie en stress, huidbeschadigingen zowel in de stal als op de karkassen, slachting in de winter (vs. lager in de zomer), een lager ruw eiwitgehalte van het voeder, en een lager mager vlees percentage.
De resultaten over temperatuur lijken tegenstrijdig maar zijn te wijten aan tegengestelde mechanismen, namelijk de puberale ontwikkeling van de varkens doorheen de seizoenen (invloed op androstenon) en de effecten van temperatuur op het levermetabolisme (invloed op skatol).

Voederaanpassingen en immunocastratie zijn het meest beloftevol om berengeur te reduceren

Ten slotte werden een aantal reductiestrategieën geëvalueerd in twee experimentele studies. Het aanpassen van de voederstrategie (toepassen van twee commercieel beschikbare voederadditieven) en het toepassen van immunocastratie waren het meest effectief in het reduceren van berengeur, alhoewel een zeker risico op berengeur aanwezig bleef. Bij immunocastraten kan dit mogelijk te verklaren zijn door zogenaamde ‘non-responders’ of slecht uitgevoerde vaccinaties. Het variëren van de verblijfstijd van de intacte beren in de wachtruimte van het slachthuis en het huisvesten van beren en gelten in een ander compartiment waren niet effectief in het verminderen van berengeur.

Conclusie

De bevindingen uit dit doctoraat dragen bij aan het voldoen aan de vereiste randvoorwaarden voor een Europese chirurgische castratie-vrije varkenssector. Ten eerste helpen de bevindingen rond de optimale sensorische detectiemethode de harmonisering van detectiemethodes in het onderzoek. Ten tweede, toont de ervaring van training in de slachthuizen dat, ten minste voor de korte termijn, sensorische detectie van berengeur een leefbare optie is tot meer performante en objectieve methodes beschikbaar worden. Ten derde, zijn voeder aanpassingen (effect op skatol) en immunocastratie (effect op skatol en androstenon) momenteel de meest belovende reductiestrategieën voor berengeur. Immunocastratie is daarbij ook effectief in het verlagen van seksueel en agressief gedrag bij beren. Voor beiden blijft echter altijd een zeker risico van berengeur en berengeur detectie zal dus altijd een functie blijven hebben als vangnet.

“Het toepassen van een geschikte betaalbare detectiemethode in het slachthuis blijft de meest kritische randvoorwaarde” aldus onderzoeker Evert Heyrman.

Het risico van berengeur dat voorkomt wanneer chirurgische castratie achterwege wordt gelaten, wordt niet volledig geëlimineerd door welke reductiestrategie ook. Hierdoor blijft het toepassen van een geschikte detectiemethode in het slachthuis de meest kritische factor voor een succesvolle transitie naar een varkenshouderij zonder chirurgische castratie in Europa, ten minste voor de nabije toekomst. De kans is groot dat er meerdere alternatieven voor chirurgische castratie naast elkaar zullen geïmplementeerd worden in de Europese varkenssector om aan de vragen binnen de markt te kunnen voldoen.

Contact

Greet Riebbels, ILVO communicatie: greet.riebbels@ilvo.vlaanderen.be, M 0486 26 00 14
Evert Heyrman, doctorandus, evert.heyrman@ilvo.vlaanderen.be, 09 272 25 67
Marijke Aluwé. ILVO promotor, Marijke.Aluwe@ilvo.vlaanderen.be, 09 272 25 87

Lees ook het artikel over COST IPEMA, een Europees netwerk rond alternatieven voor biggencastratie waaraan ILVO, andere kenniscentra en stakeholders uit gans Europa deelnamen.

Het TAINTLESS project werd gesubsidieerd door het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO, IWT/120767) en de sector