Pers en media

ILVO persbericht - woensdag 11 maart 2020

Kusterosie tegenwerken met natuurlijke riffen?

Experimenten in Noordzee focussen nu op slim aangelegde mosselbanken.
Het wetenschappelijk project ‘Coastbusters’ krijgt een vervolgfinanciering om verder te zoeken naar de mogelijkheid om levende, natuurlijke kustbeheerders in te zetten ter bescherming van kustzones.
De voorbije drie jaar werden er interessante tests uitgevoerd met DRIE levende organismen: zeewier- en zeegrasvelden, mosselbanken én schelpkokerwormen als verstevigers van de laagwaterlijn. De bevindingen rond deze drie denkpistes zijn gefilmd en samengevat in dit docufilmpje. (De beelden mogen gebruikt worden in de pers, in overleg met ILVO.)
Coastbusters 2.0 werkt nu voort op één piste: de haalbaarheid van mosselen als bio-bouwer. Hoe kan je mosselbedden optimaal induceren, vertrekkende vanaf de mossellarven? En hoe kan je de beginnende mosselbanken stevig laten vergroeien op de zeebodem?
Dit project is gefinancierd door VLAIO (Vlaams Agentschap voor Innoveren en Ondernemen), in het kader van de innovatie-roadmaps van de speerpuntcluster de Blauwe Cluster. De onderzoekspartners zijn de Vlaamse baggerbedrijven DEME en Jan De Nul, het technisch-textiel-bedrijf Sioen en de publieke onderzoeksinstituten ILVO en VLIZ.

Coastbusters partners

Ambitieus doel

De laatste weken kregen we in Vlaanderen af te rekenen met verschillende stormen. Van Ciara over Dennis tot Ellen, één na één opnieuw een uitdaging om onze kustlijn te vrijwaren.
Vlaams minister van Innovatie Hilde Crevits: ‘Met Coastbusters hebben we de ambitie de zanderosie aan onze kust te verminderen zodat er minder zandopspuitingen nodig zijn na stormen. Deze unieke samenwerking tussen het bedrijfsleven en onze kennisinstellingen zoals VLIZ en ILVO krijgt dan ook terecht opnieuw Vlaamse steun. Met dit project maken we samen werk van innovatieve en natuurlijke kustverdediging.’

De Coastbusters-partners gaan er van uit dat natuurlijke riffen – indien deskundig gesitueerd en beheerd – kunnen helpen om zeezand te fixeren en golven af te zwakken. De kust wordt mogelijks beter en duurzamer beveiligd tijdens grote stormen.
‘In de zeeën en oceanen kunnen er soms spontaan bio-systemen ontstaan die een duidelijk kustverdedigend effect hebben. Vraag is dus of, en zo ja, hoe dergelijke natuurlijke kustverdedigers op de gewenste kwetsbare zones kunnen worden aangebracht en gestimuleerd om zichzelf in stand te houden,’ zegt Jan Seys (VLIZ).
Coastbusters bekijkt tijdens de experimenten ook de impact op de biodiversiteit en het marien ecosysteem. Daan Delbare (ILVO): ‘Wij gaan ervan uit dat een kustverdedigingssysteem dat bio-bouwers incorporeert, meetbare ecologische voordelen oplevert.’

Klimaatverandering als driver

Kustgebieden staan steeds meer onder druk door het veranderend klimaat. De zeespiegel stijgt en extremere weersomstandigheden (stormen en hevige regens) komen frequenter voor. Allerlei menselijke activiteiten (vb. bouwwerken) hebben de natuurlijke veerkracht van kust-ecosystemen ook verlaagd.
Jan Fordeyn (Jan DeNul): ‘In de toekomst zullen traditionele oplossingen met zeeweringen zoals dijken, golfbrekers en strandhoofden in hun eentje ons onvoldoende beschermen tegen stranderosie. Het is niet duurzaam om die zeeweringen eindeloos te blijven verhogen om het overstromingsgevaar in te dijken. Ze zijn ook erg duur, en ze werken verstorend op het kustmilieu.”
Tomas Sterckx (DEME en projectleider Coastbusters 2.0): ‘Natuurlijke kustverdedigingssystemen met zogenaamde bio-bouwers vormen een ecologisch verantwoord en intelligent alternatief voor de klassieke harde structuren.’
Op dit moment staan dergelijke natuurlijke kustverdedigingssystemen echter nog in de kinderschoenen.

Van Coastbusters … 

In het eerste Coastbusters-project werd voor drie levende organismen bestudeerd welk verstevigend gedrag ze zouden kunnen stellen in de Noordzee. De experimenten vonden plaats in De Panne (mosselen en wieren en eerste test met schelpkokerwormen) en in Bredene, Heist en Lombardsijde (schelpkokerwormen).

  • Zeewier. Er werd zeewier voorgezaaid op textielmatten die vervolgens op de zeebodem werden geplaatst. Tijdens de pilootproeven bleken de heftige omstandigheden in de Noordzee de vlotte ontwikkeling van een zeewier-rif te bemoeilijken. Bert Groenendaal (Sioen): ‘Sioen zoekt naar mogelijkheden om deze onderzoekspiste verder te zetten.’
  • Schelpkokerwormen (Lanice conchilega) op de laagwaterstrook (= strand dat droog valt bij eb). Van schelpkokerwormen is bekend dat ze met hun 20-30cm lang lichaam in de ruim 60cm lange verticale kokerbehuizingen - de ene naast de andere -, in staat zijn om los sediment van een nat zandstrand te stabiliseren. De vraag was hoe je de in het water zwevende larven van schelpkokerwormen kan verlokken om zich op een bepaalde zandstrook te vestigen en er de rest van hun leven te verblijven.
    Alexia Semerano (ILVO). ‘De larfjes moeten zich met hun tentakels kunnen vasthouden aan een reeds bestaand kokertje, of aan een schelp of een ander voorwerp. In dit onderzoek zijn er meerdere soorten textielmatten aangeboden aan de larven, zowel in het aquacultuurlab van ILVO als in het experimenteerveld buiten. Sommige matten bleken inderdaad geschikt om geïnduceerde kolonisatie door de schepkokerwormen te bevorderen,’
    Nooit eerder zijn er dergelijke tests in het veld gebeurd. En nooit eerder zijn er Lanice succesvol in gevangenschap gehouden en gekweekt, om het jaar rond tests ivm vestiging van larven te kunnen organiseren in de gecontroleerde omgeving van een nat lab.
    ’Er is wel nog flink wat studiewerk, vooraleer schelpkokerwormen op grote schaal succesvol grote oppervlaktes laagwaterlijn koloniseren. ILVO bekijkt hoe de ontwikkelingen met Lanice kunnen worden voortgezet.
  • Schelpdierriffen met blauwe mossel (Mytilus edulis): Een opmerkelijke gunstige evaluatie kregen de eerste proeven met kunstmatig geïnduceerde mosselbedden. De uitgeteste methode om een mosselbed snel te laten aangroeien met aangepaste aquacultuurtechnieken bleek zeer goed te werken. Bovendien wijzen de eerste observaties erop dat de beginnende mosselbank inderdaad een grotere biodiversiteit meebrengt.

…naar Coastbusters 2.0

Coastbusters 2.0 is op dit ogenblik in opstartfase. Het project zet in op de meest veelbelovende piste, nl. de mosselbanken als levende kustbuffer tegen stormen.

Concreet zoeken de onderzoekers antwoord op deze vragen:

  • Hoe kunnen de mosselen beter gefixeerd worden op de bodem, nadat ze daar belanden vanaf de in het water hangende touwen?
  • In welke mate hebben mosselbedden effecten op de omgevende zeebodem?
  • Wat is de kritische oppervlakte en de moduleerbaarheid van een dergelijk systeem?
  • Welke ingrepen helpen de vorming en overleving van artificiële mosselbanken vooruit?
  • In welke mate kunnen er biodegradeerbare materialen gebruikt worden?
  • Wat is de meerwaarde van de riffen qua biodiversiteit en ecosysteemdiensten?

Coastbuster 2.0 breidt, in vergelijking met vorige experimenten, zijn testgebied uit tot twee zones. Eén proefrif ligt op 2 km uit de kust, achter een zandbank, in minder zware weerscondities. Eén ligt verder in zee, op 5 km, voorbij een zandbank, waar er zwaardere weersomstandigheden zijn. ‘Zo kunnen we de vorming en bestendiging van het mosselrif in de diverse omgevingen vergelijken.’

Samenwerking tussen industrie en wetenschap zwengelt innovatie aan

Biogene riffen die kusterosie op een meer duurzame manier zullen beheren, zijn als concept erg innovatief. Ze zijn een belangrijke toevoeging aan ons arsenaal van duurzame technieken in de waterbouw, zeggen de industriële Coastbusters-partners.
Tomas Sterckx (DEME, projectcoördinator): ‘Wij verwachten dat de inzichten opgedaan in onze piloottests een competitieve valorisatie van duurzame technieken kunnen opleveren voor de betrokken industriële partners, ook internationaal. De partners genereren een uitzonderlijk kennispakket.’

De samenwerking tussen industrie en wetenschap is een win win voor de industriële partners en de publieke onderzoekscentra.
Caroline Ven (Blauwe Cluster): “Kustverdediging is een van de grote uitdagingen voor de blauwe economie in de komende decennia. De klimaatverandering noopt tot maatregelen die ons beter beschermen tegen de gevolgen van de stijgende zeespiegel en van hevigere stormen. De partners van de Blauwe Cluster gaan schouder aan schouder voor innovatieve, duurzame oplossingen.”

Contact

Voor meer informatie contacteer de Coastbusters coördinator:
Tomas Sterckx, sterckx.tomas@deme-group.com,  +32 3 250 52 11
Greet Riebbels, communicatie ILVO, Greet.Riebbels@ILVO.Vlaanderen.be, 0486 26 00 14

Samen sterk voor groei

Samen voor sterke groei door innoveren en internationaliseren

Meer starters, meer blijvers, meer groeiers: daar gaan we voor! Agentschap Innoveren & Ondernemen en de clusters willen samenwerking tussen ondernemingen, kennisinstellingen en overheden faciliteren. De Blauwe Cluster is de speerpuntcluster voor de blauwe economie. Ontdek de andere clusters op www.vlaio.be/clusters. #sterkgroeien