Pers en media

ILVO - UGent persbericht - donderdag 6 februari 2020

Regionale studie over tropische garnalenvisserij toont dat diepgaande biologische kennis kan leiden tot doelgerichte verduurzaming

en zelfs tot een vereenvoudiging van het beheer
Een doorgedreven verduurzaming in de visserij vergt een diepgaande kennis van doelsoorten én bescherming van kustecosystemen, dat wordt nog maar eens bevestigd door een Vlaams-Surinaamse studie over garnalenvisserij in Guyana en Suriname. Die visserij beschikt al over een MSC-certificering maar zet verdere stappen naar verduurzaming van de visserij op seabob. Dat is een garnalensoort die bij ons onder andere beschikbaar is via Nederlandse supermarktketens, bijvoorbeeld in bereide gerechten met zeevruchten.

De genetisch-ecologische studie toont aan dat de populatie van seabob-garnalen – Xiphopenaeus kroyeri - in Suriname dezelfde is als die van buurlanden, Guyana en Frans-Guyana, terwijl deze voorheen als aparte populaties werden beschouwd. Daar kan dus gewerkt worden aan een vereenvoudiging door een gezamenlijke bestandsopname en beheer. Daarnaast werd het belang van mangroves en modderbanken als kraamkamers in Suriname aangetoond voor verschillende garnalensoorten, waaronder de seabob en garnalen van het geslacht Penaeus, waartoe ook scampi behoren. De bescherming van kustecosystemen is dus een must voor een duurzaam beheer van deze garnalensoorten.

Annelies De Backer (co-promotor ILVO): “De seabobvisserij was de eerste tropische garnalenvisserij met een MSC-label, met een certificering in 2011. Ter vergelijking: de Noordzeevisserij op grijze garnaal door Nederlandse, Deense en Duitse vaartuigen verwierf een label in 2017. Het traject van beide visserijen legt verschillende accenten, aangepast aan de regionale noden. Zo is er bij de grijze garnaal bijvoorbeeld al een gezamenlijke bestandsopname en een beheerplan op populatieniveau.”

Op 7 februari 2020 verdedigt Thomas Kerkhove zijn doctoraat “ Ecological and genetic basis for sustainable fishery of the Atlantic seabob shrimp Xiphopenaeus kroyeri in the Guianan Ecoregion, South America”. Promotoren zijn Prof. Dr. Marleen De Troch van UGent (Mariene Biologie), Prof. Dr. Filip Volckaert van KU Leuven, Prof. Dr. Jan Mol van de Anton de Kom University of Suriname en Dr. Annelies De Backer van ILVO.

Een MSC-label voor de seabobvisserij

Manden seabobDe industriële visserij in zowel Guyana als Suriname heeft reeds belangrijke stappen gezet op weg naar duurzaamheid: momenteel zijn in beide landen al verschillende beheersmaatregelen op dezelfde manier geïmplementeerd, zoals het gebruik van technische aanpassingen aan de netten die bijvangst moeten vermijden en die schildpadden moeten toelaten om te ontsnappen. Deze inspanningen werden beloond met een certificering van het Marine Stewardship Council (MSC) ecolabel. Zo’n label is echter geen eindpunt: het label vereist dat belangrijke kennishiaten moeten worden aangepakt, en dat er gestreefd wordt naar een ecosysteemaanpak van het beheer. Dat wil zeggen dat maatregelen zich niet beperken tot de visserij-activiteiten zelf maar dat ook de soorten, hun voedselweb én hun habitats duurzaam moeten worden beheerd. Omdat er nog heel wat kennis ontbrak over de populatiestructuur, de levenscyclus en de ecologie van de seabobgarnaal Xiphopenaeus kroyeri, ging onderzoeker Thomas Kerkhove aan de slag met genetische technieken en met bemonsteringen van mangroves en modderbanken. Zijn resultaten tonen aan dat de seabob-populatie in Suriname dezelfde is als die van buurlanden, Guyana en Frans-Guyana, terwijl deze voorheen als aparte populaties werden beschouwd. Daarnaast werd de kraamkamerfunctie van mangroves en modderbanken in Suriname aangetoond voor verschillende garnalensoorten, waaronder de seabob en garnalen van het geslacht Penaeus, waartoe ook scampi behoren. De bescherming van de kustecosystemen is dus een must voor een duurzaam beheer van deze garnalensoorten.

Garnalen-DNA

Om de genetische populatiestructuur van de seabob in Suriname, Guyana en Frans-Guyana te ontrafelen, ontwikkelde Thomas Kerkhove aan de hand van Next Generation Sequencing een nieuwe set merkers. Uit de resultaten van de analyse met die merkers op garnalen van verschillende locaties bleek dat de drie landen één genetische populatie van de garnalensoort herbergt, die verschilt van de populatie in Trinidad en Tobago, en in Colombia. Dit resultaat strookt eigenlijk niet met het huidige visserijbeheer, dat uitgaat van afzonderlijke populaties voor Guyana, Suriname en Frans-Guyana. In principe kan het beheer dus vereenvoudigen, met een gezamenlijke bestandsopname en gelijklopende maatregelen. Een dergelijk efficiënter beheer kan op termijn leiden tot betere vangsten en dus betere inkomsten voor de vissers. Op korte termijn kan echter van een gezamenlijk beheer nog geen sprake zijn, omdat visserij op seabob-garnalen momenteel verboden is in Frans-Guyana, en er dus ook geen gegevens ter beschikking zijn voor een gezamenlijke bestandsopname. Tot die data beschikbaar zijn, blijft het beheer zoals het is. Waar wél al aan gewerkt kan worden is het afstemmen van beheersmaatregelen, zoals bijvoorbeeld de instelling van een sluiting van de visserij in augustus-oktober om de jonge garnalen te beschermen en ze de kans te geven om te groeien. Een dergelijke sluiting is er al in Guyana, maar zou dus best worden overgenomen door Suriname voor een optimaal effect op de populatie.

Mangroves en modderbanken zijn garnalen-kraamkamers

Mangrove kustlijn SurinameHet voortbestaan van populaties hangt af van een succesvolle voortplanting en van de kwaliteit van de kraamkamers - de plaatsen waar de larven en juvenielen opgroeien. Bij tropische garnalen zijn dat vaak modderbanken en mangroves, die in deze studie een jaar lang werden opgevolgd. Daarbij werd een vergelijking gemaakt tussen een ongerepte locatie en een locatie die verstoord is door menselijke activiteiten. Uit het onderzoek bleek dat juli-augustus een piekperiode is voor de voortplanting, waardoor er heel wat jonge garnalen zijn in de periode augustus-oktober. Jonge seabob-garnalen vertoeven liefst op modderbanken, en ondervinden weinig invloed van verstoring, waarschijnlijk omdat verstoring slechts een beperkt effect heeft op de fysieke kenmerken van de banken. Hun voedselaanbod is er gevarieerd, maar verschillend in regenseizoen en het droge seizoen. Penaeus-garnalen zitten dan weer massaal in mangrovelagunes, maar doen het een pak minder goed bij verstoring en zijn dus kwetsbaarder. Onderzoeker Thomas Kerkhove: “Om te kunnen blijven vissen op tropische garnalen, moeten we hun kraamkamers intact houden. In Suriname kan dat best door de mangrovebossen te beschermen en het bouwen van dijken te vermijden. Die vernietigen het natuurlijke proces van kustaangroei, -erosie en mangrovekolonisatie, met gevolgen voor het ganse kustecosysteem. Aangezien estuaria en kustecosystemen, naast het ondersteunen van de visserij, tal van andere ecosysteemdiensten bieden, is hun bescherming in veel opzichten een win-win situatie voor alle betrokken partijen.”

Contact

Sofie Vandendriessche, ILVO Communicatie, sofie.vandendriessche@ilvo.vlaanderen.be, 09 272 25 28
Thomas Kerkhove, onderzoeker, thomas.kerkhove@ugent.be, 0486/733958
Marleen De Troch, UGent promotor, marleen.detroch@ugent.be
Annelies De Backer, ILVO-promotor, annelies.debacker@ilvo.vlaanderen.be