Pers en media

ILVO-Inagro persbericht - vrijdag 14 september 2018

No-till beheer van groenbedekkers en toepassing van de roller crimper nog geen haalbare kaart in de biologische groenteteelt

Winst voor het milieu maar verlies aan oogst.

Het achterwege laten van bodembewerking en toepassing van de roller crimper kan voordelen leveren op het vlak van nuttige biodiversiteit, klimaatmitigatiepotentieel, toename van organische stof in de bodem, en vermindering van het brandstofverbruik. Helaas resulteert de toepassing tot nu toe nog in ondermaatse opbrengstresultaten, dat blijkt uit proeven van project SOILVEG in 9 Europese landen. In Vlaanderen voerden ILVO en Inagro proeven uit met witte kool. De marktbare opbrengst was teleurstellend. “Meer onderzoek is nodig om te kijken hoe de roller crimper toch zijn plaats zou kunnen krijgen in de bio-groententeelt,” zegt Koen Willekens van ILVO.


Groenbedekkers 2.0

Groenbedekkers zijn agro-ecologisch nuttige gewassen; ze worden dikwijls geïntroduceerd met het oog op bodemkwaliteit en -vruchtbaarheid, het beperken van de emissies van broeikasgassen en het voorkomen van onkruiden, ziektes en plagen. Maar wat is de beste manier om deze gewassen te beheren? Gewoon onderwerken of zijn er alternatieve en misschien meer effectieve behandelingen? Het projectteam van SOILVEG testte de hypothese dat het weglaten van de bodembewerking (no-till) in combinatie met het gebruik van een roller crimper, nutriëntverliezen vanuit het bodem-plantsysteem en broeikasgasemissies reduceert. Zo’n roller crimper roller-crimperis een rol met gebogen profielen die gebruikt kan worden voor de vernietiging van groenbedekkers. Die worden in de bloeifase neergelegd door de rol waarna het hoofdgewas er doorheen gezaaid of geplant wordt. De profielen op de rol knakken de stengels van de groenbedekker die zich niet meer zal rechtzetten. De groenbedekker vormt een dode mulchlaag tussen de gewasrijen. Door de mulchlaag zouden onkruiden geen kans krijgen, en er kan meer koolstof worden opgebouwd door een verlenging van de groeiperiode van de groenbedekker. ILVO en Inagro evalueerden de effecten van toepassing van de roller crimper in proefvelden met witte kool, in een no-till beheer.

Resultaten in Vlaanderen

In de proeven met witte kool bleek de marktbare opbrengst in de roller crimper veldjes ondermaats, met 10 à 15 ton per ha in 2016. In 2017 konden, zowel op Inagro als ILVO, geen marktbare kolen van de roller crimper veldjes geoogst worden. Dat staat tegenover opbrengsten van 40 tot 59 ton per ha op proefvelden bij vroeg vernietigde of ondergewerkte groenbedekkers. De veel minder goede ontwikkeling van de kolen in de roller crimper veldjes heeft verschillende verklaringen. Allereerst werd een geringere stikstofbeschikbaarheid bij aanvang van de teelt vastgesteld. Dat komt enerzijds door het achterwege laten van bodembewerking, en anderzijds door de extra opname door de groenbedekker, aangezien die langer doorleeft. Dat is echter een effect op korte termijn: met de roller crimper techniek wordt, bij herhaalde toepassing ervan, het organische stofgehalte sterk opgebouwd, waardoor de stikstofbeschikbaarheid op termijn minder een probleem zal vormen. De tegenvallende opbrengst houdt wellicht ook verband met een minder goede beworteling in een meer verdichte bodem. Verdichting wordt niet opgeheven bij gebruik van de roller crimper techniek, daar er voor het planten geen diepe bewerking meer plaats vindt. Ook dat is een effect op korte termijn: een meerjarige toepassing van de roller crimper techniek kan de bodemstructuur stabiliseren en daarmee de draagkracht van de bodem verbeteren, wat het risico op verdichting wegneemt of sterk verlaagt. De minderopbrengst van het hoofdgewas kan ook gerelateerd zijn aan het gekozen testgewas: koolsoorten doen over het algemeen goed op (sterk) verstoorde bodems, terwijl dit systeem gebaseerd is op minimale bodembewerking. Naast een stikstoftekort en een meer verdichte bodem kan ook een vochttekort de opbrengst hypothekeren. Een groenbedekker die is blijven doorgroeien tot kort voor planten heeft, zeker in een droge voorjaarsperiode, het merendeel van de voor de plant beschikbare water opgebruikt. Voor succesvol rollercrimpen is ten slotte een goed geslaagde groenbedekker, met minstens 7 ton droge stof per hectare, nodig. Dit werd niet altijd bekomen. De onkruidonderdrukking door de mulchlaag was dan ook onvoldoende.

Hoge milieuwinst

Ondanks de tegenvallende opbrengsten, kwamen ook de voordelen van deze techniek duidelijk naar voren, in Vlaanderen zowel als in de andere Europese proeven. Het no-till systeem met de roller crimper genereert een totale milieuwinst door hoger te scoren op klimaatmitigatiepotentieel, besparing op fossiele brandstoffen, beperking van nutriëntenverliezen en biodiversiteit dan bij een standaard behandeling van groenbedekkers (BAU of Business As Usual).
Volgens simulaties van de Spaanse partner kan het no-till systeem in vergelijking met de gangbare praktijk (BAU) een daling in CO2- én N2O-emissie bewerkstelligen. Over een periode van 30 jaar zou het voor CO2 gaan over 0,70 ton per hectare per jaar onder de huidige klimaatcondities, en 0,86 ton per ha per jaar onder nadelige klimaatwijzigingsscenario’s. Voor N2O wordt een 10 % reductie van N2O emissies uit de bodem voorspeld.
Daarnaast blijkt het no-till systeem met roller crimper een goede strategie om hogere systeembiodiversiteit te bereiken: de roller crimper bewees niet schadelijk te zijn voor insecten en spinnen, en promootte het zelfs de aanwezigheid van belangrijke (ongewervelde) bodempredatoren.

Soilveg

Milieuwinst én een goede opbrengst haalbaar?

Om de roller crimper operationeel én rendabel te kunnen maken voor de Europese biologische groenteelt, moet nog een antwoord worden gezocht op vragen zoals “Welke soorten en variëteiten groenbedekkers lenen zich het best tot deze methode?”, “Welke zaaidichtheid en bemesting is nodig?”, en “Wat is het gedrag van verschillende groenbemesters ten aanzien van het platwalsen?” Ook over de hoofdteelt zijn er nog kennishiaten: “Welke gewassen zijn geschikt om in een gerollercrimpte groenbedekker te zaaien of te planten?”, en “Biedt een aangepaste plantdichtheid een oplossing?”. Het voorkomen of opheffen van verdichting en innovatie op het vlak van plant- of zaaitechniek in systemen met een minimale bodembewerking zijn belangrijke aandachtspunten bij vervolgonderzoek. Tot slot dient verder onderzoek zich ook te richten op de lange termijneffecten van herhaalde toepassingen van de roller-crimper techniek. Het verbeteren van de bodem is immers geen verhaal van vandaag op morgen.

Filmmateriaal:

Contact

Greet Riebbels, Communicatie ILVO – 0486 26 00 14 – greet.riebbels@ilvo.vlaanderen.be
Koen Willekens, onderzoeker SOILVEG - 09 272 26 73 – koen.willekens@ilvo.vlaanderen.be
Pauline Deltour, medewerkster Inagro - pauline.deltour@inagro.be