Pers en media

ILVO persbericht - vrijdag 16 januari 2015

Dodelijke arbeidsongevallen in Vlaamse land- en tuinbouw dalen met 73% op 4 jaar tijd: in 2014 waren 6 dodelijke slachtoffers te betreuren

In 2014 kwamen er 6 mensen om het leven tijdens het uitoefenen van hun werkzaamheden op land- en tuinbouwbedrijven. Dat is bijna drie kwart minder dan 4 jaar geleden. De tellingen gebeuren door het team van PreventAgri in het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), op basis van persberichtgeving en ongevallenmeldingen. De dalende trend van de afgelopen jaren zette zich in 2014 nog sterker door. Sinds de start van de registratie van arbeidsongevallen op land- en tuinbouwbedrijven in 2011 is het aantal dodelijke arbeidsongevallen gedaald van 22 naar 6. (2011: 22 doden/ 2012: 21 doden/2013: 16 doden/ 2014: 6 doden). Het aantal NIET-dodelijke arbeidsongevallen in de landbouwsector in 2014 wordt statistisch geschat (per dodelijk ongeval telt men 30 ernstige arbeidsongevallen en 300 ongevallen met letsels) op ongeveer 1800 arbeidsongevallen. Heel wat minder dan de 6600 in 2011, maar nog steeds een te hoog cijfer.

aantal dodelijke slachtoffers

Figuur 1: Evolutie aantal dodelijke slachtoffers

De forse daling is vermoedelijk mee te verklaren door de aanhoudende inspanningen van Preventagri en van alle sectoren, op vlak van arbeidsveiligheid. In 2012 lanceerde PreventAgri de emotionele preventiecampagne “landbouw zonder kleerscheuren”, met een film, een folder en spreekbeurten en lessenreeksen overal te lande. In opdracht van de Vlaamse overheid werkt de dienst PreventAgri sinds 2001 vanuit ILVO aan de preventie van arbeidsongevallen en beroepsziekten.

Net zoals vorig jaar roept PreventAgri de boeren en tuinders met aandrang op om de nodige maatregelen te blijven nemen om risico’s zoveel mogelijk te beperken. De meeste van de bestudeerde ongevallen hadden namelijk vermeden kunnen worden door enkele gepaste maatregelen of door beperkte aanpassingen aan de manier van werken. Detectie van potentiële gevarenzones en risicotaken op de land- en tuinbouwbedrijven blijft essentieel. Een aanpak van deze zones en taken vermindert de kans op ernstige ongevallen immers aanzienlijk.

Ongevallencijfers van nabij bekeken

  • Ongevallen worden enkel in rekening gebracht wanneer ze betrekking hadden op de feitelijke activiteiten op het bedrijf, d.w.z. ongevallen met de land- of tuinbouwer, met zijn gezin, met bezoekers of met personeel (5 dodelijke slachtoffers), alsook derden die werkzaamheden uitvoeren aan de infrastructuur op het bedrijf (1 dodelijk slachtoffer). Verkeersongevallen die leiden tot dodelijke slachtoffers (landbouwer of derden) werden niet meegenomen in deze cijfers.
  • Alle slachtoffers waren mannen.
  • In de meerderheid van de gevallen (4) was de bedrijfsleider zelf het slachtoffer, terwijl 1 arbeider het leven liet tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Daarnaast stierf ook 1 externe arbeider op een landbouwbedrijf in Vlaanderen.
  • Op basis van een indeling in leeftijdscategorieën kan vastgesteld worden dat 1 slachtoffer een gepensioneerde landbouwer was, die nog een actieve rol speelde in de werkzaamheden op het bedrijf. In tegenstelling tot voorgaande jaren maken gepensioneerde slachtoffers in 2014 slechts een klein deel uit van de dodelijke slachtoffers. De 5 andere dodelijke slachtoffers behoorden tot de actieve beroepsbevolking.
  • In 2014 waren er niet alleen weinig ongevallen, de aard van de ongevallen was ook vrij ongewoon. De helft (3) van alle dodelijke ongevallen was te wijten aan toxische gassen (mestgassen en gassen die vrijkomen bij rottingsprocessen van organisch materiaal). Daarnaast was er telkens 1 dodelijk ongeval te wijten aan verplettering, verdrinking en een valpartij met hoogteverschil (ongeval met derde). Voor het tweede jaar op rij gebeurde er in 2014 geen enkel dodelijk ongeval met dieren.

doodsoorzaak

Figuur 2: Indeling doodsoorzaken slachtoffers 2014

Vergelijkingen maken tussen voorgaande jaren is moeilijk omdat er “slechts” 6 ongevallen waren. Daardoor geven de indelingen in categorieën en procentuele aantallen een volledig ander beeld.

Conclusie

De ongevallencijfers voor de Vlaamse land- en tuinbouw vertonen opnieuw een duidelijke daling ten opzichte van de voorgaande jaren. De sensibilisering van de sector via de campagne “landbouw zonder kleerscheuren” kan dus zeker als geslaagd beschouwd worden. Een nieuwe uitdaging qua preventie is het toenemend aantal ongevallen met toxische gassen. Daarom wordt momenteel extra aandacht besteed aan dit thema. Onder meer op het evenement AgriFlanders 2015 staan “mestgassen” centraal op de gezamenlijke stand van ILVO-PreventAgri en het Varkensloket. Bovendien komt er vanaf half maart 2015 een nieuwe informatief-persuasieve film ter beschikking specifiek over het veilig mixen van mest. Alle sectorverenigingen die met hun leden willen werken rond toxische gassen kunnen de film gratis bekijken en downloaden via www.varkensloket.be en via www.preventagri.vlaanderen.
Ongeacht de inspanningen van land- en tuinbouwbedrijven en diensten zoals PreventAgri, blijft het risico op ongevallen reëel. De cijfers bewijzen dat sensibilisering en preventie meer dan ooit nodig blijven en dat de land- en tuinbouwsector nood heeft aan meer aandacht voor het veiligheidsthema. Daarom werkt ILVO-PreventAgri in opdracht van de Vlaamse overheid aan een veiligere land- en tuinbouw. Voor meer informatie kan u terecht op www.preventagri.vlaanderen.

Contact

Greet Riebbels – (communicatie ILVO) 0486 26 00 14 – Greet.Riebbels@ilvo.vlaanderen.be