Plantenpest(er) van de maand april: de buxusmot

buxusmot

Figuur 1. Bruine (links) en witte variant (rechts) van de buxusmot

Van de buxusmot (Cydalima perspectalis) heeft iedereen ondertussen wel al gehoord. Het is een plaag uit Oost-Azië die in 2006 per toeval in Europa, meer bepaald het zuidwesten van Duitsland, werd binnengebracht. Dit gebeurde hoogstwaarschijnlijk via houten verpakkingsmateriaal dat eitjes of rupsen bevatte. De buxusmot bereikte ons land in 2010 en heeft zich op korte tijd in nagenoeg gans België gevestigd. De snelle verspreiding gebeurt voornamelijk via het transport van aangetaste buxusplanten, maar de mot is ook een goede vlieger, waardoor de populaties jaarlijks 7 tot 10 km kunnen afleggen.

De buxusmot is een nachtvlinder, die soms ook overdag waar te nemen is. Net zoals bij alle andere vlinders verloopt de levenscyclus in de volgende fases: ei, rups en vlinder (mot). Het tijdstip waarop die fases zich voordoen, is vrij goed gekend. Het weer, en dan vooral de temperatuur, zorgt voor kleine variaties.

De vleugels van de buxusmot zijn helderwit van kleur met een bruine rand (Figuur 1). Het lichaam is ook wit met een bruine kop en bruin achterlijf. Er is een zeldzame variant die geheel bruin is. Van tip tot tip is de mot ongeveer 4 cm breed.

Jonge rupsjes zijn vuilgeel van kleur en moeilijk te zien. Oudere rupsen hebben een zwarte kop en een felgroen lichaam met een patroon van zwarte stippen en zwarte en lichte lengtestrepen (Figuur 2). Ze vervellen vijf à zes maal. Een volgroeide rups is 4 cm lang en verschuilt zich binnenin de buxusplant.

Rups buxusmot

Figuur 2. Volgroeide rups van de buxusmot (4 cm), met typisch kleurenpatroon

Enkel de rupsen van de buxusmot kunnen schade aan buxusplanten veroorzaken. De prille schade is haast onzichtbaar. De kleine rupsjes die net uit het ei komen, zitten aan de onderzijde van de buxusbladeren. Ze schrapen er het bladmoes weg. Van bovenaf lijkt het of de blaadjes versierd zijn met grillige lijnpatronen. Doordat de rupsjes klein zijn, is de schade eerder beperkt en niet zo opvallend. De schade wordt steeds duidelijker waar te nemen naargelang de rupsen groeien. Ze vreten steeds grotere happen uit de bladrand zodat enkel nog een skelet van het blaadje overblijft. Na enkele dagen is de hele twijg van de buxus kaal en zie je bundeltjes van dode blaadjes die aan elkaar gesponnen zijn (spinsels). Op de plant vind je ook de grauwgroene uitwerpselen van de rupsen terug, net als de resten van de vervelde rupsen en de poppen. Grote aantallen rupsen kunnen de volledige plant kaal vreten. De buxus verliest tijdelijk zijn sierwaarde maar gaat er niet dood van. Buxus is immers een sterke plant. Toch is het beter schade te vermijden.

Naast de verschillende soorten buxus, lusten de rupsen geen enkele andere plantensoort. De motten kunnen wel op allerlei soorten planten voorkomen, maar voeden zich enkel met de nectar van de bloemen.

Mits een goede plaagopvolging is de beheersing van de buxusmot en het behoud van een fris ogende buxusstruik zeker mogelijk. Pak de plaag aan als je rupsen ziet in april, in juli en in september. Alle info over het herkennen van plaag en schade, en over de beheersing van de buxusmotrupsen is te vinden op SOSbuxusmot. Deze website ondersteunt het onderzoeksproject ‘Sensibilisering rond het monitoren en beheersen van de buxusmot (Cydalima perspectalis) in Vlaanderen’, financieel gesteund door het Fonds voor Landbouw en Visserij (Vlaamse Overheid) en uitgevoerd door ILVO, PCS en Landelijke Gilden.

GA