Pers en media

VILT - woensdag 29 mei 2013

ILVO ziet in rauwe garnaal meer dan lucratieve niche

Alle Belgische garnaalvissers samen visten de voorbije jaren gemiddeld 1.500 ton per jaar. Dat is amper vijf procent van het nationale verbruik. Toch is de prijs die zij voor de garnalen krijgen te laag. De mariene onderzoekers en voedingsexperts van ILVO willen daar wat aan doen. Ze bestuderen alle randvoorwaarden om van additief-vrije rauwe garnalen een commercieel succes te maken.

De Belgen zijn van oudsher grote liefhebbers van garnaal. Aan geen enkel ander visserijproduct geven wij meer geld uit. De Belgische visserij kan de binnenlandse consumptie niet dekken. Maar liefst de helft van de EU-vangsten van grijze garnaal wordt door de Belgen geconsumeerd. De garnaalvangsten onder Belgische vlag zijn slechts goed voor vijf procent van het nationale verbruik.

Volgens het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) staat de Belgische garnaalsector voor uitdagingen. De prijs die de visser krijgt, is (te) laag en het productgamma (te) klein. Er zijn ook bedenkingen te maken qua duurzaamheid: de keten is door transport om de garnalen in het buitenland te laten pellen lang en het gebruik van bewaarmiddelen en additieven is courant en aanzienlijk.

24 Belgische vaartuigen zijn actief in de garnaalvisserij. Zes ervan staan in voor de helft van de Belgische vangst. Er zijn ook maar 6 à 10 professionele garnaalvissers die én onder Belgische vlag varen, én ook aanlanden (garnaal aan land brengen) op Belgisch grondgebied. Alle Belgische garnaalvissers samen visten de vorige jaren gemiddeld 1.500 ton per jaar. Dat is zeer bescheiden in vergelijking met het totale Europese vangstcijfer: 33.000 ton per jaar. In de Belgische havens/vismijnen kwam slechts 35 à 40 procent terecht: circa 450 ton in 2009 en 600 ton in 2010.

De vangst, aanlanding en commercialisering van de Belgische grijze garnaal gebeurt sinds jaren voor een groot deel via Nederlandse havens en visbedrijven. De vangst wordt door de noorderburen opgekocht en gaat vervolgens naar lage loonlanden om gepeld te worden. Wanneer ze in Marokko gepeld worden, gaat er al snel een week voorbij en zijn bewaarmiddelen noodzakelijk om toch nog een behoorlijke houdbaarheidsperiode te verzekeren. Het vaakst gebruikte bewaaradditief is benzoëzuur en afgeleide producten. De garnaal kan daardoor wekenlang bewaren voor hij op ons bord komt.

De Vlaamse garnalenvisserij onderscheidt zich van het buitenland doordat de garnalen binnen de 24 uur worden aangeland en op traditionele wijze worden verwerkt. Om dat in de verf te zetten, bestaat het kwaliteitslabel 'Purus' voor de Vlaamse garnaal. Het bepaalt dat echt verse garnalen - maar wel op het schip gekookt - op de markt worden gebracht zonder conserveringsmiddelen en additieven. Dit kan mede dank zij de korte vaartijd van maximaal 12 uur en de bijgevolg bijzonder snelle aanlanding door de Vlaamse garnalenvissers.

Sinds 2011 bestaat er een Vlaamse schelpdier- en viscoöperatie die via het exclusief label ‘North Sea Life’ levende garnaal en krab kan leveren aan groothandel en restaurants. Momenteel wordt dagelijks reeds 200 kilo of meer levend aangeland. Dat blijft een bescheiden hoeveelheid. De prijzen van de levende garnaal liggen meestal flink hoger dan die van de op het schip gekookte garnaal.

In het buitenland bestaat de traditie om garnaal levend te verhandelen al langer. Om de (gedeeltelijke) transitie naar dit innovatieve product te realiseren, is heel wat nieuwe kennis nodig. Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek vergelijkt momenteel de 'best practices' in het buitenland, die beschadigingen aan de diertjes vermijden en de versheid op die manier verhogen. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de vissers.

Gelijkaardig onderzoek naar verhandelingen aan land en tijdens transport worden ook uitgevoerd. Ook houden de visserijonderzoekers zich bezig met het voorspellen en helpen creëren van deze nichemarkt. De wetenschappers ondersteunen de bredere duurzaamheidsdoelstelling om restauranthouders en consumenten te sensibiliseren voor lokale vissoorten en duurzaam gevangen vis.

Tevens worden de mogelijkheden van dit “nieuwe” product in samenwerking met de culinaire wereld uitgebreid onderzocht en zijn naast de traditionele op de boot gekookte garnaal reeds talrijke nieuwe keukenrecepten ontwikkeld op basis van een rauwe (minder zoute) garnaal. Verse Belgische levende garnaal zonder bewaarmiddelen smaakt nogal verschillend van de klassieke gekookte (en eventueel behandelde) garnaal. ILVO werkt daarom mee aan initiatieven om die nieuwe smaak tot bij de culinaire trendsetters en opiniemakers te brengen.

Wat met de valorisatie van nevenproducten? Bijproducten uit de visverwerking (ook garnaalkoppen bijvoorbeeld) worden nu beschouwd als afval, dat in het buitenland wordt verwerkt tegen een bepaalde kostprijs. Er wordt gestudeerd op nieuwe toepassingen (visolie, omega3,…) die een hogere toegevoegde waarde aan deze nevenproducten kunnen geven.

Samengevat beoogt ILVO de ondersteuning van de kwaliteit van de Vlaamse garnaal door verbeterde technieken van bewaring en verwerking aan boord én aan land. En dit met het oog op een langere houdbaarheid en een bredere waaier aan applicaties.

Bron: VILT