Nieuwsoverzicht

Huidige artikelen | Categories | Zoek

Thema-nieuwsgolf 'Bodem' - oktober 2014

Composteren van reststromen in de Vlaamse land- en tuinbouw

Binnen één van de cases van het ILVO-project GeNeSys wordt onderzocht hoe compostering van reststromen als valorisatiemogelijkheid kan worden benut. Toepassing van compost kan bijdragen tot een betere bodemkwaliteit en meer vruchtbare bodems, die op hun beurt aan de basis liggen van de biomassaproductie. Bovendien worden nutriënten- en materiaalkringlopen lokaal gesloten wanneer op het eigen landbouwbedrijf reststromen worden verwerkt via compostering. Om deze voordelen ten volle te kunnen benutten, moeten eerst nog een aantal knelpunten worden aangepakt.

Keren van een composthoop met preirestenIn een eerste fase van het 4-jarige GeNeSys onderzoek werden de verschillende knelpunten en opportuniteiten van composteren en composttoepassing in de Vlaamse land- en tuinbouw blootgelegd via samenwerking tussen wetenschappers, landbouwers, biomassaverwerkers, leveranciers van uitgangsmateriaal, belangengroepen, onderzoekscentra en beleidsadviseurs. Op een participatieve manier werd bij ca. 70 relevante stakeholders informatie verzameld die gebruikt kon worden om de onderzoeksvragen en -aanpak verder te verfijnen. Ook tijdens het verdere onderzoek blijven de relevante stakeholders nauw betrokken, zodat problemen, uitdagingen en mogelijke oplossingen kunnen belicht worden vanuit zowel wetenschappelijk als praktijkgericht oogpunt. Via de uitwerking van specifieke cases willen we ten slotte bijdragen tot het wegwerken van een aantal geïdentificeerde knelpunten, willen we het draagvlak voor compostering vergroten en stimulerend werken naar het beleid toe.

De resultaten van de eerste onderzoeksfase leren ons dat compost weinig wordt toegepast in de Vlaamse landbouw, hoewel de positieve effecten van compostgebruik op de bodemkwaliteit bij de meeste landbouwers gekend zijn. Dit wijst op een aantal knelpunten die composteren en compostgebruik op landbouwbedrijfsniveau belemmeren. Op technisch vlak liggen de uitdagingen vooral bij het composteren van ‘moeilijke’ inputstromen zoals natte oogstresten en dierlijke mest, die voor nutriëntenverliezen kunnen zorgen indien ze niet goed behandeld worden. Ook het gebrek aan bruine, koolstofrijke stromen en de zoektocht naar alternatieve bruine reststromen is een belangrijk knelpunt. De optimalisatie van het composteerproces, waarbij zo weinig mogelijk nutriënten verloren gaan ten voordele van de compostkwaliteit en het milieu, is tevens een aspect dat nog meer onderzoek vraagt. Ook op het vlak van wetgeving is heel wat werk aan de winkel, want die is vaak niet stimulerend, denk maar aan milieuvergunningsvoorwaarden op vlak van aanvoer van stromen, regelgeving voor opslag op het bedrijf, en voorwaarden voor de inrichting van de composteersite. Op economisch vlak wordt composteren niet als winstgevend beschouwd op korte termijn door de investeringskost van materiaal zoals een compostkeerder en temperatuursensor, en door de tijdsinvestering die nodig is om het proces op te volgen.

Deze knelpunten kunnen wellicht deels weggewerkt worden door toepassing van een organisatievorm van composteren die aangepast is aan specifieke bedrijfssituaties, incl. juridische, economische, logistieke en organisatorische aspecten. Ervaringen betreffende verschillende organisatievormen kunnen bijdragen tot een weloverwogen keuze per bedrijf. In de praktijk zullen we vier verschillende organisatievormen als typevoorbeeld bestuderen, nl. (1) boerderijcompostering met aanvoer van extern materiaal uit natuurbeheer (houtsnippers en maaisel van beheergraslanden), aangevuld met eigen stalmest en hooiresten; (2) boerderijcompostering van eigen snoeiresten, aangevuld met stalmest via burenregeling, waarbij de compostering wordt uitgevoerd door een extern composteerbedrijf dat ter plaatse komt; (3) samenwerking tussen verschillende landbouwbedrijven en/of natuurbeherende instanties (stalmest, oogstresten, beheermaaisel), en (4) het afvoeren van landbouwreststromen (bv. preiresten) naar een industriële composteerinstallatie waar compost op maat van de landbouw kan worden aangekocht. Afhankelijk van specifieke bedrijfssituaties zal de ene organisatievorm wellicht meer haalbaar zijn dan de andere, maar dat is voer voor verder onderzoek.

Meer weten? ILVO-mededeling 171 - Hoofdstuk 15
Financiering: ILVO
Looptijd: 2012-2016
Contact: Jarinda Viaene
www.ilvogenesys.be

Viaene J., Reubens B., Vandecasteele B., Willekens K., 2014. Composteren als valorisatievorm van reststromen in de Vlaamse land- en tuinbouw: knelpunten en opportuniteiten. ILVO mededeling nr. 167, juli 2014. 61p.