Nieuwsoverzicht

Huidige artikelen | Categories | Zoek

Thema-nieuwsgolf 'Bodem' - oktober 2014

Wat betekenen ondergrondse oogstresten voor de stabiele organische stof in de bodem?

Gewasresten van bijvoorbeeld korrelmaïs kunnen gebruikt worden voor de opwekking van alternatieve hernieuwbare energie. Dat betekent echter dat die gewasresten uit de bodemcyclus worden weggehaald. ILVO doet onderzoek in Vlaanderen en Italië om na te gaan wat dat betekent voor de opbouw van stabiele organische stof in de bodem.

maisOm een duurzaam gebruik van biomassa van gewasresten, bijvoorbeeld als biobrandstof, te kunnen nastreven, moeten we eerst een goed zicht hebben op de rol van die gewasresten, en meer specifiek nog, van de wortels. ILVO startte daarom in samenwerking met de faculteit bio-ingenieurswetenschappen van de UGent een doctoraatsonderzoek naar de opbouw van organische stof in de bodem, en naar de bijdrage van gewasresten tot de opbouw van stabiele organische stof in de bodem. Uit eerder onderzoek blijkt dat organisch materiaal afkomstig van afgestorven plantenmateriaal ingekapseld kan worden in zogenaamde bodem-microaggregaten, wat leidt tot een zekere mate van ‘fysische bescherming’ tegen microbiële afbraak. Wortels worden gemakkelijker ingekapseld en dat zorgt voor een langere verblijftijd van koolstof afkomstig van wortels t.o.v. stengels en bladeren. Wat we nog niet weten is in hoeverre aggregaatvorming in verschillende bodemtexturen ook daadwerkelijk de relatieve stabiliteit van C afkomstig van wortels verklaart.

Maïs wordt als modelplant gebruikt voor dit onderzoek omdat er een groot maïsareaal is in Vlaanderen en omdat er steeds meer interesse is in vergisting van oogstresten van maïs. Daarnaast biedt maïs ook interessante onderzoeksmogelijkheden m.b.t. stabilisatie van organische stof. Maïs heeft namelijk een afwijkende C-isotopen verhouding in vergelijking met bodemorganische stof en andere teelten. We zijn dan ook in staat om na te gaan in hoeverre koolstof in de bodem afkomstig is van maïs en in hoeverre dit fysisch beschermd wordt in de bodem. Bovendien kunnen we via experimenten met kuilmaïs (weinig oogstresten) en korrelmaïs (veel oogstresten) nagaan wat de effecten zijn van afvoer van bovengrondse biomassa, om zo een idee te krijgen over het aandeel van de koolstof afkomstig van wortels tot de stabiele bodemkoolstof.

Lange termijnproeven zullen opgevolgd worden op verschillende locaties in Vlaanderen en Noord-Italië om de eventuele gevolgen van het al dan niet toevoegen van oogstresten voor het koolstofgehalte in de bodem gedurende een langere periode na te gaan.

Meer weten? ILVO-mededeling 171 - Hoofdstuk 7
Financiering: ILVO en UGent
Looptijd: 2014-2018
Contact: An Vanderhasselt, Bart Vandecasteele (Promotor)
Samenwerking: UGent: Steven Sleutel