Grassen voor groenvoederdoeleinden

De kleine helft van de totale oppervlakte cultuurgrond in België bestaat uit grasland (568.888 ha). Alleen grasland met een goede botanische samenstelling kan een hoge productie aan energie en eiwit opleveren. Aan de basis van een goede botanische samenstelling ligt in de eerste plaats een juiste keuze van de in te zaaien grassoorten en variëteiten in functie van het toekomstige gebruik. Een verzorgde aanleg en een goede uitbating zijn eveneens noodzakelijk voor een succesvolle teelt.

In tegenstelling tot akkerbouwgewassen en andere groenvoedergewassen worden dikwijls mengsels van verschillende soorten en/of rassen uitgezaaid. Door een beter inzicht te verwerven over de eigenschappen van grassoorten en -rassen kan de landbouwer een juistere keuze maken uit de talloze mengsels die er op de markt zijn.

Het is dan ook aangewezen grasmengsels te gebruiken die gebaseerd zijn op rassen waarvan  de eigenschappen getest zijn onder Belgische omstandigheden en die op de Belgische rassencatalogus zijn opgenomen.

©Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) - - Contact
Vermenigvuldiging of overname van gegevens toegestaan mits duidelijke bronvermelding.