Pers en media

VILT - woensdag 31 januari 2018

Boslandbouwadepten scholen bij in binnen- en buitenland

De tweede bijeenkomst van het ‘Regionale Agroforestry Innovatie Netwerk’ (RAIN) vond afgelopen week bij François Ongenaert in Beveren-Waas plaats. Geheel in lijn met de doelstelling van het Europese AFINET-project werd het een boeiende kennisuitwisseling tussen experten die wetenschappelijk of door de praktijk geschoold zijn en landbouwers die interesse tonen om met het teeltsysteem aan de slag te gaan. “Interesse in boslandbouw is vooral merkbaar bij bioboeren, maar ook bij een aantal gangbare landbouwers. Aangezien de klimaatverandering voor meer weersextremen in onze regio zal zorgen, wordt agroforestry voor alle landbouwers interessant als buffer tegen wateroverlast, hitte, droogte, stormschade, …”, zegt ILVO-onderzoeker Bert Reubens.

In het kader van het Europese AFINET-project werd het nieuwe jaar door de Vlaamse trekkers van agroforestry ingezet met een rondleiding en kennisuitwisseling bij François Ongenaert. Hij legde in 2012 een eerste agroforestryperceel aan op zijn bedrijf en heeft sindsdien bijna ieder jaar een nieuw perceel omgeschakeld. Met vallen en opstaan kreeg Ongenaert het teeltsysteem onder de knie. Net dat maakt het voor andere landbouwers interessant om zijn bedrijf te bezoeken.

“Bij agroforestry komt veel meer kijken dan simpelweg een boom planten in het veld”, weet Bert Reubens (ILVO). “Boslandbouwers moeten zowel land- als bosbouw in de vingers hebben. Ongenaert heeft stapsgewijs het areaal boslandbouw op zijn bedrijf uitgebreid, elke keer iets bijgeleerd en plant inmiddels bomen op een vierde perceel. Interessant is hoe hij de bomenstrook beheert. We merken dat er daaromtrent veel vragen zijn. Ongenaert zaaide een mengeling van gras, klaver en luzerne aan hoge dichtheid zodat onkruid geen kans krijgt. De bioboer had voordien zelf de ervaring opgedaan dat een zaadmengeling zonder gras het onkruid niet kan onderdrukken.”

Voor François Ongenaert is agroforestry een proces van continu bijleren en beter proberen doen. In plaats van genoegen te nemen met een onkruidvrije bodembedekker in de bomenstrook denkt hij na over een productievere invulling. “Tijdens een excursie naar Groot-Brittannië zagen we voor de verkoop bestemde narcissen groeien op die strook”, vertelt Reubens. “Meer voor de hand liggend is het aanplanten van schaduwminnende planten (b.v. rabarber) of vruchtdragende (bessen)struiken.” Dankzij het Europese project kunnen Vlaamse onderzoekers en boslandbouwers (in spe) daarover kennis uitwisselen, niet alleen onderling maar ook met collega’s in het buitenland. Over het beheer van de boomstrook lees je meer in de AFINET-nieuwsbrief.

ILVO en Inagro, de twee Vlaamse projectpartners, hopen veel op te steken van de onderzoeksinstellingen in onder meer Frankrijk, Spanje, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. In die landen is agroforestry als teeltsysteem al langer en beter ingeburgerd. In Vlaanderen komt het pas de laatste jaren van de grond, onder invloed van de stimulerende maatregel (een aanplantsubsidie, nvdr.) uit het plattelandsbeleid. Reubens: “De diversiteit aan agroforestrysystemen is zo groot dat we over het muurtje kijken wanneer het hier aan ervaring ontbreekt, wat bijvoorbeeld het geval is bij de combinatie van buitenloop voor varkens en boslandbouw.”

Binnen Europa staat Frankrijk het verst met agroforestry. Een gerenommeerde onderzoeksinstelling als INRA werkt al sinds begin 2000 rond agroforestry, en door de beleidsmakers wordt agroforestry al even lang gepromoot. De randvoorwaarden zijn in Frankrijk ook beter, geeft Reubens toe. Hij verwijst naar de grotere percelen die zich beter lenen voor de aanplanting van bomenrijen en naar de problematiek van winderosie die in Frankrijk speelt. Toch twijfelt Bert Reubens er niet aan dat het areaal agroforestry in Vlaanderen nog flink wat groeipotentieel heeft. “De schaduw die bomen werpen op de teeltstrook is vandaag nog een nadeel, maar kan in de toekomst een voordeel worden wanneer Belgische zomers drogere en heter worden en de winters natter. Van agroforestry gaat immers een bufferende werking uit.”

Het innovatiewerk rond agroforestry geniet de interesse van een 20-tal Vlaamse landbouwers. Een nog groter aantal landbouwers vergaarde reeds informatie over het teeltsysteem. Dankzij het AFINET-project kan de platformwebsite www.agroforestryvlaanderen.be actueel gehouden worden. Reubens wil het succes van AFINET, dat afloopt eind 2019, niet alleen afmeten aan het aantal aanvragen voor de aanplantsubsidie, maar ook aan de kennisuitwisseling die het teweegbrengt. Hij geeft een voorbeeld: “Tijdens het terreinbezoek merkte iemand van de Nationale Boomgaardenstichting op dat snoeien van fruitbomen een kunst op zich is. Spontaan zijn er afspraken gemaakt zodat geïnteresseerden hun snoeitechniek kunnen bijschaven. Als onderzoeker die kennisuitwisseling wil stimuleren, is dat fijn om mee te maken.”

Meer info: AFINET
Bron: VILT