Pers en media

ILVO persbericht - donderdag 1 februari 2018

Stedelijk beleid rond stadslandbouw maakt het verschil: lessen uit Gent, Philadelphia en Warschau

Initiatieven voor stadslandbouw hebben een grotere slaagkans als er structurele steun is door de stad of gemeente, én als er een balans is tussen het streven naar economische haalbaarheid en het vergroten van de sociale gelijkheid in de stad. Dat concludeerde ILVO-UGent onderzoekster Charlotte Prové na een vergelijkende studie over stadslandbouw in Gent, Philadelphia en Warschau. Het model van voedselraden, talrijk aanwezig in de VS maar nieuw in Europa, kan stadlandbouw een boost geven, mits een doorgedreven participatie en een doordachte visie die past bij de mogelijkheden van de stad in kwestie.

Op 2 februari 2018 verdedigt Charlotte Prové haar doctoraat “The politics of urban agriculture: an international exploration of governance, food systems, and environmental justice”. De publieke verdediging gaat door in zaal E 2.009 op de Campus Coupure (Faculteit. Bio-Ingenieurswetenschappen), Coupure 653, 9000 Gent. Promotoren van het doctoraat zijn Prof. Joost Dessein en dr. Michiel de Krom.

stadsdeeltuin

Stadslandbouw: veel aandacht, veel actoren en formules, beperkt succes en groei

Roof Food in Gent, PAKT in Antwerpen, Abattoir in Anderlecht: innovatieve ondernemingen in de stadslandbouw kunnen steevast op veel media-aandacht rekenen. De gedachte dat steden meer verantwoordelijkheid moeten nemen in het voorzien van gezonde en duurzame voeding kan op veel sympathie rekenen. Dat komt doordat stadslandbouw sterk wordt gelinkt aan sociale, economische en ecologische duurzaamheid: het verbindt mensen, het biedt kansen voor nieuwe verdienmodellen, en het verplaatst het voedselvraagstuk van het globale naar een meer lokaal niveau. Daardoor kan er meer doordacht met natuurlijke bronnen worden omgegaan. De vele initiatieven die in de steden zijn gegroeid vertonen een grote variatie aan praktijken. Bij de actoren ziet de onderzoekster erg diverse profielen: professionele landbouwers, nieuwe ondernemers, onderzoekers, architecten, sociale en culturele instellingen, onderwijsinstellingen, en overheidsinstellingen, maar ook burgers.

Vraag en aanbod zijn dus allebei duidelijk aanwezig, maar toch kent stadslandbouw een trage groeicurve. Charlotte Prové: “Ondanks veel bereidheid zie ik stadslandbouw in de Vlaamse steden en gemeenten nog niet echt op een grotere schaal van de grond komen. De ontwikkeling verloopt traag, veel projecten zijn tijdelijk of experimenteel, vaak plukt enkel de middenklasse de vruchten”. Een cruciale verklaring voor het matige succes ligt volgens de onderzoeker bij de rol die de lokale overheid al dan niet speelt.

Structurele steun door stedelijk beleid maakt een verschil

ILVO-UGent onderzoekster Charlotte Prové trok naar Gent, Warschau en Philadelphia om inzicht te krijgen in de barrières. Daarbij nam ze de rol van de stad in het ondersteunen van stadslandbouw onder de loep. Aan de hand van interviews met burgers, ondernemers, en beleidsmakers, via de analyse van documenten, en via deelname aan activiteiten, debatten, en vergaderingen van onder andere voedselraden kon ze vergelijken welke al dan niet succesvolle rol er kan worden gespeeld door een stedelijk beleid. “Ik ontdekte heel wat manieren waarop stedelijke overheden stadslandbouw kunnen ondersteunen, gaande van zachte maatregelen zoals ruchtbaarheid geven, promotie, en financiering, tot structurele ondersteuning zoals permanent ruimte bieden aan stadslandbouw, en het opzetten van een voedselraad (of in het Engels ‘food policy council’).”

In Warschau wordt stadslandbouw niet gesteund door lokale overheidsinstellingen. Bijgevolg blijven de projecten informeel en tijdelijk, en blijft stadslandbouw onder de radar. In Gent en Philadelphia is er formeel beleid rond duurzame en lokale landbouw en voeding opgesteld, en dat opent deuren voor stadslandbouw. In Philadelphia werd een grondbank opgericht waarbij publieke en braakliggende gronden permanent kunnen worden ingezet voor stadslandbouw. Bij het organiseren van deze grondbank zijn heel wat organisaties en instellingen betrokken, waardoor er brede ondersteuning is voor de grondbank. Het voordeel van permanente ruimte voor stadslandbouw is dat, anders dan in tijdelijke stadslandbouwprojecten, het de moeite loont om te investeren in de grond, dat er langetermijndenken mogelijk is, en dat stadslandbouw ook een vaste waarde in de stad wordt.

Ook de formule van een voedselraad, overgewaaid vanuit Amerika, blijkt veelbelovend. Zo’n voedselraad brengt alle betrokken actoren uit de overheid, markt, en maatschappij rond de tafel om een lokale voedselstrategie te ontwikkelen en promoten. Gezonde, duurzame, en/of lokale voeding staan hierin centraal.

Vier uitdagingen in het voedselbeleid

“Via Voedselraden worden netwerken gevormd, wordt er op lokaal niveau geleerd om naar alle schakels van het voedselsysteem tezelfdertijd te kijken, en vinden actoren die nodig zijn voor systeemveranderingen elkaar.”, zegt Charlotte Prové, “Dat klinkt super, maar voedselraden zijn in veel gevallen beperkt: niet alle stadslandbouwpraktijken, actoren, en doelstellingen worden altijd weerspiegeld. Bijgevolg worden sommige praktijken reeds op voorhand uitgesloten in het beleid of besluitvormingsprocessen. Er zijn dus heel wat uitdagingen rond het opstellen van een integraal stedelijk voedselbeleid.” Charlotte Prové licht er vier kort toe.

  1. Stadslandbouw kan pas werken als het principe groeit vanuit de eigenheid van de stad. In Warschau bijvoorbeeld besteden voortrekkers van stadslandbouw veel energie en tijd aan het aantonen van de relevantie van stadslandbouw door tijdelijke demonstraties en experimenten in publieke ruimtes. Daarbij “vergeten” ze echter het historisch hoge aantal volkstuinen die nauw kunnen aansluiten bij de stadslandbouwbeweging en deze kunnen versterken. In Gent en Philadelphia daarentegen, werden respectievelijk ruimtelijke en socio-economische studies uitgevoerd die eerst de kansen en barrières voor stedelijke landbouw in kaart brengen. Dit zijn belangrijke inzichten om toekomstige ondersteuning constructief op te bouwen.
  2. De doelstellingen die voedselraden voorop stellen hebben een grote invloed op de ontwikkeling van stadslandbouw. In Philadelphia heeft een sterke focus op toegang tot voeding en sociale inclusie er toe geleid dat professionele landbouwers in de bijeenkomsten en in de activiteiten over het hoofd worden gezien. In Gent gebeurt net het omgekeerde. Een lokaal en duurzaam voedselsysteem als hoofddoel in het beleidsplan verschuift de focus naar productie en opschalen van lokale voeding, en leidt de aandacht af van andere problemen zoals toegang tot voeding, armoede, en sociale inclusie.
  3. Bij het uitstippelen van stedelijk beleid rond voedsel is de participatie van verschillende actoren essentieel. “Uit mijn studie blijkt dat stadslandbouw best gedijt waar zowel economische als sociale doelen tezelfdertijd worden nagestreefd. Beide zijn nodig om de identiteit van stadslandbouw vorm te geven.”, zegt Charlotte Prové. Een voorbeeld zijn de boerenmarkten in Philadelphia, waar personen die in financiële moeilijkheden zitten met voedselbonnen worden aangemoedigd om groenten, fruit, en zuivel te kopen.
  4. Zowel in Gent, Warschau als Philadelphia geven promotiefilms, foto’s en verslaggeving de indruk dat stadslandbouw en het beleid errond bijdragen tot een meer sociale en inclusieve stad. In de realiteit worstelen stadslandbouwpraktijken, maar ook voedselraden – vaak onbewust - met brede participatie, diversiteit, besluitvorming, en nieuwe machtsverhoudingen. Het is daarom van groot belang dat voedselraden tijd en energie investeren in hun organisatie en waken over een continue en evenwichtige rekrutering van nieuwe actoren. In Philadelphia zijn er bijvoorbeeld naast de thematische werkgroepen ook twee werkgroepen die zich specifiek richten op participatie en communicatie.

De toekomst van stadslandbouw

Om stadslandbouw te bestendigen is steun aan bestaande stadslandbouwactiviteiten nodig, maar vooral ook kritische aandacht voor hoe het stedelijk beleid stadslandbouwinitiatieven aanpakt en breed kan ondersteunen. Er is nu ruime aandacht en grote bereidheid om tijd, energie, en soms zelfs financiële middelen te investeren in stadslandbouw. Daarom moet er dringend ruimte worden gegeven aan experimenten. Daar is Gent een koploper in, door o.a. ruimte te bieden aan een nieuw professioneel landbouwbedrijf met sociale functies in Afsnee, of het uitschrijven van onderzoeksprojecten rond het opschalen van korte keten.

Aangezien voedselraden een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van stadslandbouw, moeten ook zij hun strategie kritisch(er) gaan uitbouwen. Welke innovatieve manieren zijn er om op een echt participatieve en inclusieve manier een lokale voedselstrategie uit te bouwen? Welk soort voedselsysteem willen we? Hoe zetten we schaarse middelen in de stad in? Aan wie verlenen we toegang tot stadslandbouw? “Stadslandbouw is niet alleen een zaak voor landbouw- en milieudepartementen”, besluit Charlotte Prové. “Om echt de vruchten te kunnen plukken van alle aspecten van stadslandbouw en om dus ook de relevantie van stadslandbouw juist te kunnen inschatten, moet het beleid alle stedelijke functies in rekening brengen en stadslandbouw op een geïntegreerde manier benaderen”.

Contact

Greet Riebbels, ILVO communicatie: greet.riebbels@ilvo.vlaanderen.be, M 0486 26 00 14
Charlotte Prové, doctorandus: charlotte.prove@ilvo.vlaanderen.be, M 0478 78 71 33