Pers en media

VILT - woensdag 22 november 2017

Kippen zitten liever in buitenloop met houtaanplanting

“De combinatie vleeskippen en korte-omloophout is grotendeels een succesverhaal”, zegt ILVO-UGent onderzoekster Lisanne Stadig aan het einde van haar doctoraatsstudie. “De beplanting van de buitenloop, in dit geval met wilgen, zorgt voor een betere beschutting dan bijvoorbeeld afdakjes, waardoor de kippen liever naar buiten gaan. De kippen krijgen dus meer ruimte en beweging, en dat zorgt voor geler, malser en minder vezelig vlees. Bovendien kan de productie van korte-omloophout een extra bron van inkomsten betekenen voor de pluimveehouder.”

Een uitloop voor kippen wordt vaak gezien als dé manier om het welzijn van kippen te verhogen. Bij een uitloop hebben de kippen namelijk meer ruimte en beweging, en kunnen ze hun natuurlijk gedrag uiten. “De realiteit is anders”, verrast landbouwonderzoeksinstituut ILVO: “Vaak bevindt zich slechts een klein deel van de dieren buiten. En de kippen die wél buitengaan blijven dichtbij de stallen. Door de concentratie van kippenmest op die plek kan er puntvervuiling ontstaan.”

Zijn kippen dan niet graag buiten? In feite wel, maar het zijn bange dieren. Een nieuwe omgeving boezemt angst in, ongunstige weersomstandigheden houden hen binnen of er is weinig dat hen motiveert om de buitenloop te verkennen. Om daar verandering in te brengen, plantte onderzoekster Lisanne Stadig (UGent/ILVO) wilgen in de uitloop. Vervolgens onderzocht ze het effect op het gedrag en de pootgezondheid van de kippen, op de bodemparameters, en de vleeskwaliteit na slacht. De keuze voor wilgen als beschutting heeft een duidelijke reden: wilgen groeien snel en vormen dus een bron van korte-omloophout, dat doorgaans wordt geteeld als biomassa voor de energieproductie. Het kan een extra bron van inkomsten zijn voor de pluimveehouder.

Om het uitloopgebruik van de kippen op te volgen, werd een automatisch positiebepalingssysteem ontwikkeld voor de kippen. Alle dieren kregen een zender op de rug. Wanneer kippen de keuze kregen tussen afdakjes en wilgen, dan toonden ze een sterke voorkeur voor de natuurlijke beschutting. “Het weer speelde een grote rol in het gebruik van de beschutting”, vertelt Lisanne Stadig. “Bij toenemende wind, regen of lage temperaturen waren er minder dieren buiten.”

Op slachtleeftijd bleken de kippen die binnen gehouden worden zwaarder dan de uitloopkippen, maar een verschil in voederopname of voederconversie vond Stadig niet. Ze schrijft dit toe aan het pikken van planten, insecten, slakken, … door de ‘uitloopkippen’, wat niet geregistreerd werd. Hun werkelijke voederopname en -conversie kunnen dus hoger liggen. Het borstvlees van kippen met uitlooptoegang was donkerder en geler dan dat van ‘binnenkippen’. Een blinde smaaktest wees uit dat het vlees van kippen met toegang tot korte-omloophout malser en minder vezelig was in vergelijking met het vlees van binnenkippen en kippen die in de buitenloop schuilden onder afdakjes. Het vlees was ook sappiger dan dat van binnenkippen.

Voor het probleem van puntvervuiling weet de onderzoekster niet meteen een oplossing. De voorkeur van de kippen voor de wilgen zorgt er voor dat er meer stikstof in de bodem gemeten wordt in vergelijking met de buitenloop op gras waar afdakjes dienstdoen als beschutting. “De hogere gehaltes kunnen te wijten zijn aan recyclage van stikstof door bladval, terwijl gras regelmatig werd gemaaid en afgevoerd”, zoekt Lisanne Stadig een verklaring. Over de jaren heen lijkt de stikstof niet te accumuleren. Dichtbij de stallen waren wel indicaties voor uitspoeling van nitraat naar diepere bodemlagen en mogelijk naar het grondwater. De gehalten kalium en fosfor waren hoger dichtbij de kippenstallen, waarschijnlijk door hoge concentraties van deze nutriënten in de uitwerpselen van de kippen. Verder onderzoek moet uitwijzen hoe groot de uitspoeling werkelijk is.

Bron: VILT