Programma 6: Landbouw in de natuurlijke omgeving

Natuurlijke omgevingNet zoals andere menselijke activiteiten maakt de landbouw gebruik van natuurlijke hulpbronnen zoals bodem, water, mineralen en genetische diversiteit. Daarnaast staat de landbouw in interactie met de natuurlijke omgeving in de directe nabijheid van of ver buiten het landbouwbedrijf. Landbouwactiviteiten kunnen zowel een negatieve als een positieve invloed hebben op de omgeving, zoals enerzijds af- en uitspoeling van gewasbeschermingsmiddelen en nitraten naar oppervlakte- en grondwater en anderzijds verhoging van de biodiversiteit door aangepast beheer van de akkerranden. Anderzijds staat ook de landbouw onder invloed van zijn natuurlijke omgeving. Denk hierbij aan de impact van bosranden en grazend wild.

Door onder meer het Vlaamse, federale en Europese beleid oefent de maatschappij de laatste decennia een steeds grotere druk uit om duurzaam met natuurlijke hulpbronnen om te gaan en de negatieve invloed van landbouwactiviteiten op de natuurlijke omgeving te verminderen. Niet alleen moet de Vlaamse landbouwer er vandaag in slagen rendabel te produceren in een geglobaliseerde wereld, de maatschappij verlangt dat dit op een duurzame en dus ook ecologische manier gebeurt.

Onderzoeksvisie

Het beleid zet de krijtlijnen uit waarbinnen de landbouwsector op een maatschappelijk verantwoorde manier kan werken. ILVO wil het beleid en de sector hierin ondersteunen door het ontwikkelen van indicatoren, meetinstrumenten en modellen om de duurzaamheid van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de impact van landbouwactiviteiten op de natuurlijke omgeving en vice versa te meten, te evalueren en op te volgen.

Daarnaast wil ILVO technieken aanreiken voor een rendabele bedrijfsvoering met een minimale belasting van de hulpbronnen en met respect voor de natuurlijke omgeving waarin wordt gewerkt.

Kenmerkend in dit programma is de noodzaak voor een visie op langere termijn – zelfs over decennia - en op een schaal die ruimer is dan het landbouwbedrijf. Zo vraagt verbetering van de bodemvruchtbaarheid jarenlange inspanningen en kunnen emissies naar het oppervlaktewater een invloed hebben op een volledig stroombekken.

ILVO en het onderzoek in dit programma

Bij op gele GanzebloemILVO bouwde in de loop van de jaren expertise op in diverse domeinen. Voorbeelden daarvan zijn de ontwikkeling van milieu-indicatoren, onderzoek naar emissies uit stalsystemen, onderzoek naar agro-biodiversiteit en de wilde verwanten van gewassen, de bewaring van plantencollecties als basis voor (toekomstige) veredeling, de optimalisering van nutriëntenstromen in plantaardige en dierlijke productiesystemen, het behoud en de verbetering van de bodemkwaliteit en de vaststelling en begroting van wildschade aan landbouwgewassen. Vertrekkende van deze expertises wordt het onderzoek naar een rendabele en ecologisch duurzame landbouw verder uitgebouwd. Naast de reeds genoemde disciplines, gaat ook aandacht uit naar uitdagingen die naar alle verwachtingen in de toekomst aan belang zullen winnen zoals rationeel gebruik van water.

Samenwerking met andere onderzoeksinstellingen biedt kansen om een gebalanceerde wetenschappelijke bijdrage te leveren tot het verkleinen van het spanningsveld tussen landbouw en natuur- en milieubescherming. Daarvoor is ook overleg met en tussen de verschillende bevoegde beleidsdomeinen belangrijk.

Onderzoeksthema’s

  1. Ontwikkelen van meetinstrumenten
    koeienOm een doelgericht beleid uit te stippelen en het beleid en de inspanningen van de sector te evalueren, moeten betrouwbare instrumenten het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de wederzijdse invloed van landbouwactiviteiten op de natuurlijke omgeving kunnen meten en opvolgen.

    ILVO ontwikkelt indicatoren om een bepaalde situatie nauwkeurig in te schatten. Indicatoren laten toe maatregelen te evalueren op hun doeltreffendheid en geven een signaal af over het systeem dat wordt onderzocht. Op basis van dit signaal kunnen beslissingen worden genomen en kan een bestaand management of een bestaande techniek worden bijgestuurd. Naast indicatoren ontwikkelt ILVO meettechnieken en gestandaardiseerde procedures om bepaalde effecten en emissies exact te meten en op te volgen. Hierbij gaat de aandacht ook naar verkorte meetmethoden in het kader van monitoring of controleopdrachten. Tot slot zijn er de modellen die toelaten om positieve of negatieve effecten van bepaalde acties in te schatten. Een voorbeeld is het EMAV-model dat toelaat om op basis van dierenaantallen de ammoniakemissie in Vlaanderen te berekenen zowel op bedrijfsniveau als per oppervlakteeenheid en per gemeente. Het model is ook specifiek ontwikkeld voor beleidstoepassingen waarbij detailberekeningen en simulaties kunnen worden gemaakt in functie van diverse variabelen zoals dierklasse en emissiestadium (stal, uitrijden, opslag, verwerking, …).
  2. Bescherming en optimaal gebruik van de natuurlijke hulpbronnen
    klaverOm rendabel te kunnen produceren en om ook in de toekomst landbouw mogelijk te maken is het nodig de natuurlijke hulpbronnen optimaal in te zetten en te beschermen. Onder het optimaal inzetten van natuurlijke hulpbronnen verstaat men het streven naar een minimale belasting van de hulpbronnen voor het behalen van een bepaalde productie-eenheid of economisch resultaat. Het sluiten van kringlopen en hergebruik van hulpbronnen sluit hierbij aan. Met de bescherming van natuurlijke hulpbronnen wordt onder meer het in stand houden van het genetisch patrimonium van landbouwgewassen en landbouwhuisdieren bedoeld of de verbetering van de bodemkwaliteit zowel chemisch, biologisch als fysisch.

    ILVO onderzoekt scenario’s of technieken om de natuurlijke hulpbronnen optimaal te gebruiken en te beschermen en streeft hierbij een evenwicht na. Bepaalde ingrepen kunnen immers positief scoren voor de ene milieudoelstelling, maar een negatief resultaat opleveren voor een andere doelstelling. Denk hierbij aan de koolstof-stikstofproblematiek. Alle aspecten van een dergelijke evenwicht moeten zo volledig mogelijk worden gekwantificeerd.

    Dit onderzoeksthema is specifiek gericht op de natuurlijke hulpbronnen die in de landbouw worden ingezet. Rationeel energiegebruik wordt behandeld in programma 5. Duurzaamheid is een leidraad doorheen heel ILVO2020. Dit onderzoeksthema heeft daarom raakvlakken met zowat alle andere programma’s. In programma 6 ligt de focus echter op de hulpbron zelf terwijl de focus van andere programma’s eerder ligt op de duurzame inzet van natuurlijke hulpbronnen bij een specifieke teelt of diersoort.
  3. Landbouw in relatie tot de natuurlijke omgeving
    Landbouwactiviteiten kunnen de natuurlijke omgeving verstoren. Hierbij wordt het natuurlijk karakter van de omgeving, de zogenaamde achtergrondwaarden, gewijzigd met potentieel nadelige effecten tot gevolg. Denk hierbij aan eutrofiëring, vermesting en de verspreiding van contaminanten. De aard en oorsprong van deze nadelige effecten worden onderzocht en technieken worden aangereikt om deze effecten zo goed mogelijk te voorkomen of te beperken. Daartegenover staat dat de landbouw ook een positieve impact kan hebben op de natuurlijke omgeving, bijvoorbeeld door het leveren van zogenaamde groene en blauwe diensten. Met groene diensten kan de landbouwer bijdragen aan landschapsbeheer, natuurbehoud of biodiversiteit in het belang van de instandhouding en het beheer van de kwaliteit van het landelijk gebied. Met blauwe diensten werkt de landbouw op een actieve wijze mee aan een duurzaam waterbeheer. ILVO identificeert de meest interessante opportuniteiten door te onderzoeken welke diensten en maatregelen het meest kunnen bijbrengen aan de natuurlijke omgeving en het best passen binnen een rendabele bedrijfsvoering. Hierbij worden ook technieken aangereikt om deze bijdrage te kunnen realiseren. Tot slot heeft ook de natuurlijke omgeving een impact op de landbouw. Het onderzoek spitst zich toe op de impact van milieu- en natuurmaatregelen, zoals de Europese Vogelrichtlijn en van natuurlijke elementen in het landschap op de rendabiliteit van de landbouwbedrijfsvoering. Het onderzoek gaat na in hoeverre verschillende maatschappelijke doelstellingen met elkaar verenigbaar zijn.

    landbouw    


    Dit onderzoeksthema heeft raakvlakken met programma 8. Terwijl in programma 6 de natuurlijke omgeving centraal staat, beschouwt programma 8 ook maatschappelijke en ruimtelijke aspecten van de interactie tussen landbouw en het landelijk gebied en de interactie tussen verschillende ruimtegebruikers.

GA