Programma 1: Duurzame plantaardige productie

KlaverDe Vlaamse land- en tuinbouw wordt gekenmerkt door bedrijven met een relatief kleine gemiddelde bedrijfsomvang. Ze zijn gelegen in de rand van verstedelijkte en/of natuurgebieden en moeten daar concurreren met andere gebruikers voor de schaarse ruimte. De noodzaak om de schaarse productiefactor ‘grond’ zo efficiënt mogelijk te gebruiken heeft tot intensieve plantenproductie geleid. Dit heeft gevolgen voor de productiekosten en voor hun omgeving, het leefmilieu.

In deze omstandigheden heeft de Vlaamse landbouwer en tuinder een grote expertise opgebouwd in het rendabel telen van gewassen die zeer goed zijn aangepast aan onze bodem en klimaat.

De toenemende ruimtelijke. beperkingen, de stijgende globalisering en de steeds strenger wordende reglementering inzake milieu- en gewasbescherming zijn uitdagingen waarmee de duurzame plantenproductie in Vlaanderen wordt geconfronteerd.

Onderzoeksvisie

Met het landbouwkundig onderzoek wordt een veranderingsproces bij producenten en consumenten naar een meer duurzame plantaardige productie gestimuleerd en onderbouwd.

ILVO levert hiertoe een belangrijke bijdrage met onderzoek naar verder optimaliseren van het gebruik van productiefactoren zoals bodem, water, energie, arbeid en teelttechniek (input). Het optimum wordt bepaald in functie van de meest duurzame balans tussen deze input en de output. Tot de output behoort een consument- of marktgerichte valorisatie van de plantaardige producten. Voor de berekening van de balans worden ook economische, ecologische en maatschappelijke kosten en baten van nevenproducten en -effecten in aanmerking genomen.

Bij dit onderzoek wordt - al dan niet modelmatig - bepaald wat de impact is van een set van teeltmaatregelen op het ecosysteem, het groeiproces en het eindproduct.

ILVO en het onderzoek in dit programma

landschapOmwille van de schaalvergroting van de bedrijven en de verdere professionalisering van de producenten zal de vraag zowel naar gecoördineerd als naar bedrijfsspecifiek onderzoek toenemen. Plantaardige producten worden bovendien meer en meer gevraagd en aangewend voor nieuwe toepassingen (programma 2).

De mondialisering, de steeds wijzigende Europese landbouwpolitiek, landbouwregelgeving en de evolutie inzake nieuwe gewassen en gebruik van bestaande gewassen zijn aandachtspunten in het onderzoek naar duurzame plantaardige productie.

ILVO beschikt over expertise in de verschillende schakels van de plantaardige productieketen, van gewasveredeling tot gewasbescherming. Het kan steunen op een rijke traditie in welbepaalde gewasgroepen. Denk hierbij aan sierteeltgewassen en voedergewassen. ILVO is dan ook bijzonder goed gewapend om verwachte onderzoeksvragen te beantwoorden. Om diepgang in het onderzoek te verzekeren zullen strategische keuzes moeten gemaakt worden tussen de gewasgroepen en gewassen.

Onderzoeksthema’s

  1. Gewasverbetering en -diversificatie
    preiOm te voldoen aan de wensen van de markt en de consument moet de teler kunnen beschikken over de meest geschikte gewassen en cultivars die daarenboven optimaal de beperkte productiefactoren benutten.

    Dit onderzoeksthema gebruikt aangepaste (kruisings- en selectie)technieken en verantwoorde cel- en gentechnologie voor het verkennen van de genetische diversiteit en het creëren van nieuw en beter uitgangsmateriaal (prebreeding en cultivars) dat naast nuttige opbrengst en kwaliteit ook weerstand tegen biotische en abiotische stress. Onderzoek richt zich tevens op de introductie van alternatieve teelten en teelten met alternatieve toepassingen. Dit thema heeft raakvlakken met programma 2 (vernieuwing van producten), programma 5 (beheersing van stress ten gevolge van klimaatwijziging) en programma 6 (in stand houden van het genetisch patrimonium van landbouwgewassen).
  2. Teeltsystemen en -technieken
    grasHet gebruik van verschillende productiefactoren moet verder geoptimaliseerd worden om tot het gewenste teeltresultaat te komen, zowel wat opbrengst als kwaliteit betreft, met een minimale impact op het leefmilieu.

    Door een weloverwogen beheer van de factoren plant, klimaat, bodem of substraat, nutriënten, techniek en arbeid wordt getracht het complexe groeiproces beter te begrijpen en te beheersen. Dit onderzoek gebeurt op het niveau van de plant, het gewas en het ecosysteem. Dit thema heeft raakvlakken met programma 5 (aanpassing van teelttechnische aspecten ten gevolge van klimaatwijziging) en programma 6 (optimaal gebruik van natuurlijke hulpbronnen), maar onderscheidt zich door een grotere focus op de specifieke teelt.
  3. Detectie en beheersing van ziekten en plagen
    ziekten en plagenZiekten en plagen zijn limiterende factoren voor een kwalitatief en kwantitatief hoogstaande plantaardige productie. Gewasbescherming is dan ook noodzakelijk. Deze moet niet alleen effectief zijn, ze moet ook voldoen aan soms tegenstrijdige economische, ecologische en maatschappelijke belangen.

    Dit onderzoeksthema groepeert diverse aspecten van de gewasbescherming, waarbij gestreefd wordt naar een evenwicht tussen de eerder vermelde belangen. Het onderzoek situeert zich binnen de ontwikkeling en validatie van detectie- en diagnostische technieken, biotoetsen en pest risk assessments, de studie van de biologie, de diversiteit en verspreiding van pathogenen, de evaluatie van geïntegreerde of alternatieve beheersingsstrategieën en het optimaliseren van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Quarantaine en andere gereglementeerde organismen vormen een aandachtspunt in dit onderzoek.
  4. Oogst en naoogst
    aardappelenDe oogst en naoogstbehandeling zijn belangrijke schakels bij duurzame plantaardige productie. Hierbij moet niet alleen rekening worden gehouden met economische en energetische factoren, maar ook met arbeidsveiligheid, arbeidscomfort en productkwaliteit.

    Dit thema groepeert het onderzoek rond de verschillende processen van de oogst tot de bewaring. De belangrijkste aandachtspunten zijn de interacties tussen machines en product, de bewaartechnologie en de impact hiervan op de opbrengst, de verwerking en het eindproduct. De impact op het eindproduct kan in sommige gevallen geëvalueerd worden met methoden ontwikkeld in het kader van programma 7.
  5. Kwaliteit
    MetingenDe in- en uitwendige kwaliteit van land- en tuinbouwgewassen en hun afgeleide producten worden steeds belangrijker als gevolg van de intensivering van de bedrijfsvoering en de hogere eisen van de consument.

    Het definiëren en het objectief meten van kwaliteitsparameters moet worden uitgewerkt of verder verfijnd. Hierbij wordt aandacht besteed aan factoren zoals samenstelling, gezondheid, houdbaarheid, stressbestendigheid, authenticiteit, vorm en kleur. Dit onderzoek heeft raakvlakken met programma 7. Het onderscheidt zich door het gebruik van beeldanalyse en de zoektocht naar genetische merkers die gekoppeld zijn aan de aanwezigheid van zeer specifieke gezondheidsgerelateerde stoffen.