Programma 4: Duurzame exploitatie van mariene rijkdommen

vissenIn zijn streven naar welvaart heeft de mens de natuur ingrijpend gewijzigd. De verschillende vormen van exploitatie die geleid hebben tot een omgeving ten dienste van de mens zijn aan land duidelijk zichtbaar en ruimtelijk sterk van elkaar gescheiden. In zee zijn menselijke activiteiten, en zeker de gevolgen ervan, meer aan het oog onttrokken. Bovendien is het marien milieu gekenmerkt door een complex en dynamisch karakter en hebben de verschillende gebruikers van de zee een sterke invloed op elkaar en op dat milieu.

De exploitatie van mariene rijkdommen bevat alle antropogene activiteiten, zoals de vangst van vis, schaal- en weekdieren, het oogsten van algen en macrowieren, de extractie van mariene aggregaten, de ontginning van andere grondstoffen zoals aardgas en -olie, het winnen van windenergie en het verplaatsen van sedimenten onder meer voor baggerwerken, pijpleidingen en windmolens. De uitbating van de mariene rijkdommen wordt van oudsher gestuurd door economische wetmatigheden die vooral werkzaam zijn op korte termijn en de evolutie naar duurzaamheid dan ook bemoeilijken. Een duurzame exploitatie van de mariene rijkdommen impliceert namelijk het streven naar een minimale impact op het mariene ecosysteem, waarbij verstoring van visbestanden en andere mariene organismen, fysieke schade aan de zeebodem en aanverwante structuren (het habitat) en verstoring van het mariene voedselnetwerk tot een ecologisch verantwoord minimum worden herleid.

Het voedselweb (vis, kreeftachtigen, schelpdieren en algen) en het mariene habitat (sediment en water) bieden een hoge diversiteit aan natuurlijke bronnen. Er bestaat algemene consensus over het feit dat de exploitatie van mariene rijkdommen duurzaam moet zijn en dat de economische, ecologische en sociale deelaspecten van de exploitatie in evenwicht dienen te zijn. Enkel zo kan een antwoord worden geboden op uitdagingen zoals het herstel van fauna en flora, het terugdringen van de uitbatingkosten van bedrijven, het verhogen van de toegevoegde waarde van visserijproducten en de stijgende bewustwording van de consument.

Onderzoeksvisie

voedselwebHet onderzoek dat kadert binnen een duurzame exploitatie van de zee mag zich niet beperken tot de visserij sensu stricto, maar vereist een multidisciplinaire aanpak. ILVO kiest voor een ecosysteembenadering van het visserij- en milieubeheer waarbij het milieuonderzoek en het biologisch, technisch en socio-economisch visserijonderzoek worden geïntegreerd.

Ondersteunend wetenschappelijk onderzoek is noodzakelijk voor het vormen van een beleid dat moet leiden naar een evenwicht tussen de noden van de mens en respect voor het leven in zee. De ruggengraat voor een evenwichtig programma en voor een langetermijnvisie en –strategie wordt gevormd door het uitbouwen van tijdreeksen betreffende de biologische en (bio)chemische toestand van het mariene ecosysteem, de toestand van de visbestanden en het opvolgen van de verschillende exploitatievormen. Door het internationaal karakter van mariene activiteiten enerzijds en de sterke betrokkenheid van kustgemeenschappen bij de zee anderzijds behandelt het mariene onderzoek zowel regionale, nationale als Europese vraagstukken.

ILVO en het onderzoek in dit programma

mosselkweekDe vraag naar geïntegreerd advies over de visserij en andere ontginningen in zee is nog nooit zo groot geweest. Ook vanuit de publieke opinie kan van oudsher worden gerekend op een grote belangstelling voor wat zich afspeelt op zee. De toestand van de visbestanden en het mariene ecosysteem en de moeilijkheden in de visserijsector tonen aan dat het beleid in het verleden onvoldoende antwoord kon bieden op de uitdagingen, wat recent nog werd erkend in het groenboek van de Europese Commissie en in de beleidsvisie van de Europese Mariene Strategie. Het laatste decennium heeft het beleid wel een snelle evolutie doorgemaakt, met als doel een horizontaal en sectoroverschrijdend geïntegreerd beheer van de zee uit te bouwen.

Het wetenschappelijk onderzoek dat dit beleid ondersteunt doet ondertussen grote inspanningen om de nodige methodologie te ontwikkelen en voldoende ondersteunende data te produceren. Deze trend zal zich ongetwijfeld verder zetten gedurende het volgende decennium. De intensieve exploitatie van het mariene voedselweb en het mariene habitat leiden bovendien tot nieuwe multidisciplinaire onderzoeksvragen. Verschillende overheden promoten gefundeerd wetenschappelijk onderzoek voor het visserij- en milieubeleid en voorzien daarvoor financiële ondersteuning.

In Vlaanderen is ILVO de uitgelezen partner voor dergelijk marien onderzoek. Als enige Vlaamse instelling groepeert ILVO expertise in de diverse domeinen van deze materie. Tevens kan ILVO rekenen op een degelijk partnerschap met de sector, andere Vlaamse onderzoeksinstellingen en diverse betrokken partijen. Door het grensoverschrijdend karakter van het onderzoek, eigen aan de exploitatie van mariene rijkdommen, onderneemt ILVO strategische allianties met gelijkaardige buitenlandse instellingen en participeert ILVO in grote internationale netwerken zoals ICES, OSPAR, EAS en STECF.

Onderzoeksthema’s

  1. Bepalen van de impact
    De exploitatie van de mariene rijkdommen zoals visserij, zandwinning, toerisme, energiewinning, kustbescherming, leidt onvermijdelijk tot een aantasting van de biologische en geomorfologische diversiteit van dit ecosysteem. De impact van de visserij op de visbestanden vormt hier slechts één aspect van. Om het mariene milieu te beschermen moet de menselijke impact op de mariene biodiversiteit in zijn geheel worden afgewogen tegenover de natuurlijke variatie in het ecosysteem. Dit ruim kader omvat ecosysteemstudies, waarbij continuïteit van het lange termijnonderzoek naar de biologische, chemische en biochemische kwaliteit van het mariene milieu, zowel van water, van sediment, van lucht als van levende organismen, een absolute noodzaak is.

    Het opvolgen van de visbestanden en het geven van visserijadviezen behoren tot de kerntaken van ILVO. Door fundamenteel en toegepast onderzoek wordt de methodologie verder ontwikkeld om de adviesvorming te verbeteren als voorbereiding op de uitdagingen van de toekomst. Ook de studie van het vistuig en een beter inzicht in de werking van diverse visserijmethoden zijn nodig om de impact van de visserij op het milieu te begrijpen en te voorkomen.
  2. Vermindering van de impact
    Een verminderde antropogene druk op het mariene milieu zorgt voor een betere structurele biotische en abiotische biodiversiteit. Dit draagt bij tot een maximale veerkracht en stabiliteit van het mariene ecosysteem, een optimale functionele diversiteit met gezonde populaties en een hoge productiviteit, niet alleen van doelsoorten met een hoge marktwaarde, als positief gevolg. Om de totale impact op het mariene ecosysteem te beperken, moet rekening gehouden worden met het cumulatief effect van alle menselijke activiteiten, onder meer verontreiniging, eutrofiëring, veranderingen in of verlies aan habitatcomplexiteit, genetische veranderingen en introductie van uitheemse soorten en ziekten. Enkel zo kan een duurzame exploitatie van zee en kust worden verkregen.

    ILVO verricht onderzoek naar het vangstpotentieel en de -capaciteit van de Vlaamse visserijsector, naar populatiedynamica en genetische diversiteit, technische aanpassingen aan het huidige vistuig, alternatieve visserijmethoden en de ontwikkeling van een duurzame maricultuur. Studies op lange termijn naar de effecten van de exploitatie van niet-levende mariene rijkdommen moeten aantonen hoe het verlies aan geschikt habitat voor de levende rijkdommen geminimaliseerd kan worden en hoe dit habitat kan worden hersteld. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van ecologisch zinvolle criteria en streefwaarden om indicatoren te ontwikkelen die eenvoudig te implementeren zijn in het mariene beleid.
  3. Optimale benutting
    Om de levende en niet-levende mariene hulpbronnen ecologisch verantwoord te ontginnen, moeten een aantal basisregels worden nagestreefd: (1) de exploitatie mag de natuurlijke aangroei van de levende rijkdommen niet overschrijden; (2) de ontginning van niet-levende, niet-hernieuwbare bronnen moet binnen duidelijke grenzen worden gehouden; (3) het ecosysteem moet de verstoringen ten gevolge van iedere vorm van exploitatie kunnen opvangen.

    ILVO streeft naar een ecosysteembenadering dat het medium bij uitstek vormt om de impact van elke vorm van exploitatie op het mariene milieu en vice versa in te schatten. Door het concept van mariene ruimtelijke planning verder uit te werken kan de adviesvorming rond de exploitatie van de mariene rijkdommen in de ruimte en de tijd beter op elkaar worden afgestemd. Verschillende aspecten zoals ‘bouwen mét de natuur’ en ‘beneficial use van mariene rijkdommen’ verdienen de nodige aandacht binnen het onderzoek.