Harde cijfers - Arbeidsveiligheid

Op Europees niveau heeft de land- en tuinbouwsector na de visserij-industrie, de bouw en de zorgsector het grootste aantal ongevallen per jaar.

In de Belgische land- en tuinbouw gebeuren er gemiddeld 680 ongevallen per jaar, waaronder acht met dodelijke afloop. Ermee rekening houdend dat een groot deel van land- en tuinbouwers zelfstandigen zijn, worden de meeste ongevallen in deze sector niet opgenomen in de statistieken. Dit suggereert dat de werkelijke ongevallenfrequentie hoger is dan aanvankelijk geraamd.

oorzaken ongevallen

Figuur 1: Oorzaken van ongevallen in de Belgische land- en tuinbouw (NIS: Nationaal Instituut voor Statistiek, 1995-2000)

De vijf belangrijkste oorzaken van ongevallen, namelijk dieren, valpartijen (vanop een hoogte en op de begane grond),machines en tractoren vertegenwoordigen meer dan 75 % van de ongevallen in de land- en tuinbouwsector. Merk op dat tractoren de belangrijkste oorzaak van dodelijke en/of zware ongevallen zijn en bijgevolg verhoudingsgewijs meer bijdragen aan de ernstgraad van de ongevallen.

De gevolgen van een ongeval hebben niet alleen ernstige financiële gevolgen voor de onderneming (gezondheidszorg, verzekeringen, vervanging van mankracht en materieel, ...), maar ook fysische en gevoelsmatige, zowel voor het slachtoffer als voor zijn omgeving.
Bovendien zijn leefruimtes en werkplekken vaak overlappend, zodat de hele familie mogelijk blootgesteld wordt aan risico's in verband met agrarische activiteiten (vaak zijn kinderen het slachtoffer van dergelijke ongevallen).

gevolgen ongevallen

Figuur 2: Gevolgen van arbeidsongevallen in de Belgische landbouw (NIS, 1995-2000)

Het is gebleken dat de grote meerderheid van de ongevallen (ongeveer 50 %) een tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft. Dit betekent dat de landbouwer beroep moet doen op externe personen, wat een hogere uitgavepost met zich meebrengt. Ook mag men zeker de psychologische gevolgen van het ongeval niet onderschatten.
In figuur 2 staat aangegeven dat slechts 13% van de ongevallen niet resulteert in een arbeidsongeschiktheid. In dit geval zijn er alleen materiële gevolgen, zoals schade aan gebouwen, defecten aan machines of verlies van een gedeelte van de veestapel.
Het is tevens belangrijk op te merken dat bijna 11 % van de slachtoffers van ongevallen blijvend (gedeeltelijke of volledige) arbeidsongeschikt is. Wat kan resulteren in de stopzetting van de landbouwactiviteiten en in een ongewilde overname of stopzetting van het bedrijf.

geslacht slachtoffers

Figuur 3: Geslacht van de slachtoffers van arbeidsongevallen in de Belgische landbouw (NIS, 1995-2000)

Uit de gegevens van de landbouwtelling die weergegeven worden in bovenstaande figuur blijkt dat vrouwen slechts betrokken zijn in 13 % van de ongevallen, terwijl ze ongeveer 30 % van de arbeidskrachten vertegenwoordigen. Deze discrepantie kan verklaard worden door de verschillen in taakverdeling tussen de twee geslachten. Zo werken vrouwen minder regelmatig met landbouwmachines. Ongevallen zijn vaak ook het gevolg van een bepaald gedrag. Bovendien werkt 40 % van de vrouwen als tijdelijke arbeidskracht, waardoor ze bijgevolg minder lang risico op ongevallen lopen.

Veiligheid binnen een landbouwbedrijf is een factor van duurzame exploitatie, zowel financieel als in termen van het welzijn van de werknemers en hun gezinnen.

In de landbouwsector wordt er nog niet voldoende aandacht besteedt aan de preventie van arbeidsongevallen. Dit is vaak te wijten aan gebrek aan informatie. PreventAgri is op dit gebied een voorloper in België en doet inspanningen om een groter bewustzijn omtrent preventie van ongevallen te creëren niet alleen in de land- en tuinbouw, maar ook in de groene sector in het algemeen.