Pers en media

VILT - donderdag 1 februari 2018

Lager eiwitrantsoen kan ammoniakemissie quasi halveren

Een lager eiwitrantsoen bij vleesvee kan de uitstoot van ammoniak met liefst 40 procent verlagen. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), in opdracht van Boerenbond en de Vlaamse overheid. Vervolgonderzoek moet nog een en ander uitwijzen, maar Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege noemt de resultaten alvast veelbelovend. “Als deze voederstrategie opgenomen wordt in de PAS-lijst, biedt dat opnieuw perspectief voor vleesveehouders met code oranje”, vat Boerenbond-voorzitter Sonja De Becker samen.

PASOm te voldoen aan de Europese Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992) duidde Vlaanderen in 2014 62 speciale beschermingszones (SBZ) aan, die samen het 166.000 ha Natura 2000-gebied vormen. In die zones gelden speciale instandhoudingsdoelstellingen (IHD) voor een aantal beschermde habitattypes en dier- en vogelsoorten. Eén van de gevolgen van het afbakenen van de SBZ, was dat de hervergunning van veel veehouderijen in de buurt ervan op de helling kwam te staan. Het probleem is de ammoniakemissie uit de stallen, die neerslaat als stikstof in de nabije omgeving, zo de bodem verrijkt en het halen van de natuurdoelen in de weg staat.

Een deel bedrijven (“code rood”) kreeg drie jaar geleden dan ook de boodschap dat ze hun activiteiten na het aflopen van hun huidige milieuvergunning niet op dezelfde plaats konden voortzetten. Maar voor een nog groter deel bedrijven (“code oranje”) bleef de toekomst onzeker: zij komen wel in aanmerking voor een hervergunning, op voorwaarde dat ze hun stalemissie kunnen reduceren door het toepassen van erkende ammoniakreducerende maatregelen.

Een bijkomend probleem is echter dat ongeveer een derde van de bedrijven met code oranje vleesveebedrijven zijn, en net voor die bedrijven zijn er weinig reductiemaatregelen bekend. Op de PAS-lijst staat slechts één maatregel die voor hen van toepassing is: beweiden met tijdelijke leegstand en een lege mestopslag in de stal. “Die maatregel is bovendien onvoldoende afgestemd op de praktijk, bijvoorbeeld bij het afmesten van stieren. We hebben meer reductiemaatregelen op maat nodig om het voortbestaan van onze familiale vleesvee- en gemengde bedrijven te verzekeren”, legt De Becker uit.

Samen met de Vlaamse overheid financierde Boerenbond daarom onderzoek van ILVO. Centraal stond deze vraag: kan de emissie van ammoniak uit vleesveestallen verminderd worden door aanpassingen in het stalmanagement of de voederrantsoenering? Om praktijkrelevante maatregelen te kunnen testen, werd de bestaande onderzoeksstal omgebouwd. Ze kreeg vier identieke hokken met mechanische ventilatie waarin bijna voortdurend ammoniakconcentraties worden gemeten per hok. Ook werd een speciale PAS-werkgroep opgericht, met onderzoekers uit verschillende disciplines.

Na twee jaar zijn de eerste resultaten bekend, en ze zijn veelbelovend: door het verminderen van het eiwitgehalte in het voeder met 2 procent (tot 11,5 à 12,7% ruw eiwit), kan de uitstoot van ammoniak uit de vleesveestal gereduceerd worden met liefst 40 procent. Bij momenten liep de reductie zelfs op tot 50 procent. “Dit effect is groot en bovendien snel”, klinkt het. Daarenboven levert het een besparing op in voederkosten, want eiwit is duur.

Een aantal zaken moet echter nog verder onderzocht worden. Zo is het effect van de eiwitverlaging op de technische prestaties van de dieren nog niet gekend. “Gedurende de korte looptijd van het onderzoek (15 weken) werd geen effect gevonden, maar op lange termijn zal bijna automatisch een tekort aan stikstof in de pens ontstaan”, legt onderzoeker Karen Goossens uit. Ook de praktische uitvoerbaarheid en vooral de controleerbaarheid van deze strategie in het kader van de PAS, moet verder onderzocht worden. “Spelen met de eiwitvoorziening vergt van de veehouder immers striktere rantsoenberekeningen en opvolging”, voegt onderzoeker Sam De Campeneere toe.

Als deze vragen opgelost raken, is de maatregel een grote kanshebber voor de PAS-lijst. Dat potentieel erkent ook minister Schauvliege. “Deze resultaten zijn veelbelovend, omdat ze het probleem bij de bron aanpakken (eiwitrijk voeder). Om de strategie op de PAS-lijst te krijgen, hebben we nog nood aan een oplossing voor de controleerbaarheid en borging. Maar ik vertrouw erop dat ILVO de resultaten zal verstevigen tot een spijkerharde maatregel, waarmee we de emissies van de rundveehouderij effectief kunnen verminderen.”

Behalve het effect van eiwitreductie werd ook het effect van stal- en reinigingsmanagement onderzocht, maar de resultaten daarvan zijn minder veelbelovend. Noch het frequenter reinigen van het uitloopgedeelte, noch het frequenter instrooien ervan had effect. Een piste die wel verder onderzocht zal worden, is het gebruik van alternatieve strooisels zoals vlas-lemen. Volgens labo-analyses heeft dit potentieel, maar in de stalproeven kon dat potentieel voorlopig niet gevalideerd worden.

Een laatste aspect dat onderzocht werd, was het effect van leegstand zonder reiniging van de mestopslag. Beweiden met tijdelijke leegstand en een lege mestopslag in de stal is zoals gezegd voorlopig de enige maatregel die vleesveehouders kunnen nemen om hun ammoniakemissie te reduceren. Maar uit het onderzoek van ILVO blijkt dat het niet nodig is om de mestopslag tijdens de weideperiode te reinigen. “De mestopslag onaangeroerd laten in een lege stal geeft nauwelijks aanleiding tot hogere emissies”, klinkt het. De Vlaamse overheid heeft daarom al beslist de voorwaarde te schrappen: vanaf nu zal ‘beweiden in combinatie met leegstand van de stal’ volstaan. “Dit geeft de rundveehouder meer flexibiliteit in het aanwenden van de mest”, klinkt het.

Bron: VILT