Pers en media

ILVO persbericht - maandag 9 oktober 2017

Nieuwe dienstverlening op ILVO: Biestmelk paraTBC-vrij maken vóór gebruik door het kalf

Melkvee- en vleesveehouders kunnen bij ILVO de biestmelk van hun pas gekalfde koeien voortaan laten behandelen (laten centrifugeren volgens een specifiek proces) om de aanwezige MAP bacteriën (Mycobacterium avium subsp. Paratuberculosis) te verwijderen zonder dat de voor het kalf essentiële voedingsstoffen verdwijnen. De nieuwe ILVO dienstverlening volgt op een grondige studie rond paratuberculose. DGZ en MCC werken mee om de ingevroren melk binnen scherpe termijnen van en naar de Food Pilot in ILVO te krijgen. Paratuberculose bij runderen is een ongeneeslijke darmziekte die lang onzichtbaar blijft en waarvan de kalveren de besmetting vaak oplopen via de eerste moedermelk.

Besmettingsroute, ziekteverloop en impact van paratuberculose in het rund

Bij herkauwers veroorzaakt de bacterie Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis (kortweg MAP) de besmettelijke en ongeneeslijke darminfectie paratuberculose. Kalveren tot ongeveer één jaar oud krijgen MAP in hun systeem via omgevingsfactoren (feces) maar ook –en heel belangrijk – via besmette (biest)melk.
Na de initiële besmetting van het kalf volgt er een lange subklinische fase van twee tot tien jaar, zonder waarneembare symptomen. Het besmette dier scheidt dàn reeds MAP uit in haar melk en mest. Eens de klinische fase optreedt zie je zichtbare aftakeling, een (verdere) daling van melkgift, chronische diarree en vermagering met de dood tot gevolg. In deze fase scheiden de dieren continu MAP-bacteriën uit. Er bestaat momenteel géén adequate behandeling voor de ziekte en ook de diagnose is niet eenvoudig.
De economische impact voor besmette bedrijven is meervoudig: een besmette koe geeft +- 5 kg melk minder per dag. ParaTBC leidt ook tot vervroegde afvoer van de dieren en een lagere slachtwaarde. Een Nederlands onderzoek berekende dat een besmet bedrijf met 50 melkkoeien ongeveer 6000 euro per jaar verliest. Voor de melkverwerkende sector en de melkconsumenten – ook van rauwmelkse producten – is de beheersing van paraTBC belangrijk qua voedselveiligheid. Er zijn aanwijzingen van een verband tussen MAP bij koeien en de ziekte van Chron bij de mens.

Uit recente Belgische cijfers van het vrijwillig paratbc programma van DGZ, waaraan ongeveer 90% van de melkveehouders deelneemt, blijkt dat een dikke helft van de melkveehouderijen serologisch negatief scoorden op alle stalen, dus vrij van paratuberculose. Op de andere bedrijven werd ten minste 1 seropositief dier (dier met antistoffen) gevonden. Van alle onderzochte koeien werd 1,9% serologisch positief gevonden (www.dgz.be).

Onderzoeksproject ontwikkelt methode MAP-vrije biestmelk in de Food Pilot

ILVO heeft via een IWT project (110784, met DGZ) een methode ontwikkeld om de biestmelk te decontamineren, terwijl alle voor het kalf belangrijke componenten er in blijven. De MAP-bacteriën blijken via zorgvuldige centrifugatie verwijderbaar uit de biest.

Biestmelk is levensnoodzakelijk voor het kalf, als bron van bioactieve eiwitten, waaronder immunoglobuline G (IgG). Doordat de placenta van een koe ondoordringbaar is voor IgG’s, heeft een kalf bij geboorte weinig tot geen IgG’s in zijn bloed. Het kalf is in staat om tot 24u na de geboorte maternale IgG’s, die aanwezig zijn in de biestmelk, op te nemen via de dunne darm. Zo bevat het bloedserum van het kalf meer dan 10 mg IgG per ml 48u na zijn geboorte, en dat beschermt tegen ziekteverwekkers.

Centrifugatie is de methode die de ILVO-onderzoekers voorstellen voor biestmelkbehandeling in de Food Pilot. MAP-cellen sedimenteren sneller dan de IgG’s en andere eiwitten en zullen bijgevolg sneller uit de biestmelk verdwijnen als je die centrifugeert. In de melkverwerking kennen ze centrifugatie als basistechniek van ontromers en klaarders. In het MAP/biestmelkonderzoek is bepaald welke tijd-snelheid combinatie in staat is om MAP te doen verdwijnen uit de biestmelk met behoud van IgG’s en wat de invloed is van verdunnen en/of ontromen op de MAP- en eiwitaanwezigheid. Daarnaast weet ILVO hoe je de restfractie via verhitting inactiveert en veilig terug toevoegt, om geklaarde, volwaardige en MAP-gezuiverde biestmelk te krijgen. Alles zit dus in een procesprotocol.

Hoe efficiënt?

Biestmelk van klinische runderen bevat ongeveer 250 MAP cellen/ml. Biestmelk van subklinische runderen ongeveer 25 MAP cellen/ml. Centrifugeren van biestmelk volgens de ILVO-methode resulteert in meer dan 95% reductie van de MAP cellen. Doordat er twee centrifugatiestappen na elkaar komen is de reductie nog groter is en voldoende is om de MAP cellen uit biestmelk van klinische koeien te verwijderen. Ook voor biestmelk van subklinische koeien is een verwijdering van meer dan 98% van de MAP-cellen zeker voldoende.

Daarnaast is bewezen dat ook andere hinderlijke bacteriën mee worden verminderd gedurende de behandeling: een tienvoudige reductie in aanwezige Salmonella’s en E. coli’s en een aanzienlijke reductie van Mycoplasma bovis.

Wat betreft diergezondheid, groei, ontwikkeling en IgG gehalte in bloed zijn er geen grote verschillen op te merken tussen de dieren die onbehandelde biestmelk kregen en de dieren die behandelde biestmelk kregen.

Advies en praktische werkwijze

Veehouders met een laagbesmet bedrijf laten hun biestmelk na invriezen best behandelen OP ILVO. Dat kan zeker een vermindering in MAP-aanwezigheid opleveren. Wie met een hoogbesmet bedrijf zit heeft eerder baat bij het laten behandelen van de biestmelk op een centrale plaats. De Food Pilot biedt deze behandeling vanaf heden aan in samenwerking met DGZ en MCC Vlaanderen De kostprijs voor de behandeling van biestmelk op ILVO is €5,5 per liter (excl. BTW) bij persoonlijke aflevering bij het ILVO en €7 per liter (excl. BTW) bij transport door MCC Vlaanderen en Dierengezondheid Vlaanderen (DGZ). Hoeveelheid: Minimum 30L colostrum, maximum 50L.

Veehouders kunnen de bevroren biestmelk afleveren aan de Food Pilot na telefonische afspraak. Dat kan ook aan de loketten van DGZ en MCC Vlaanderen, die de biestmelk transporteren naar de Food Pilot (de dag zelf of erna). Bij afgifte van de biestmelk aan een loket van DGZ of MCC worden de recipiënten gelabeld en worden de gegevens van de leverancier genoteerd alsook de plaats van afgifte. De biestmelk wordt binnen de 15 werkdagen behandeld en opnieuw ingevroren in steriele flessen van 1L. Vervolgens wordt de veehouder telefonisch verwittigd dat de biestmelk afgehaald kan worden bij de Food Pilot of aan het loket (ophaling aan het loket dient te gebeuren binnen de 5 werkdagen na verwittigen).

Geïnteresseerde veehouders kunnen recipiënten verkrijgen aan het ILVO, waar de te behandelen biestmelk in opgeslagen wordt. Na de behandeling zullen er verse recipiënten meegegeven worden om de volgende biestmelk in te bewaren.

Info en contact

Food Pilot: Katleen Coudijzer (09/272.30.19 – katleen.coudijzer@ilvo.vlaanderen.be)
Bekijk ook het filmpje 'Beheersing van Paratuberculose bij melkvee'