Programma 5: Landbouw en visserij in een wijzigend klimaat

zeeOnze maatschappij - en zeker ook de landbouw en visserij - wordt in de 21ste eeuw geconfronteerd met twee enorme uitdagingen. De eerste is de onvermijdelijke uitputting van fossiele brandstoffen waardoor traditionele energiebronnen steeds duurder en de nood aan energiebesparing en alternatieve energieopwekking steeds nijpender worden. De tweede, mogelijk nog grotere uitdaging, is de global warming waarvoor de oorzaak in grote mate wordt gezocht bij de emissie van broeikasgassen zoals koolstofdioxide, dat vaak gerelateerd is aan brandstofgebruik, maar ook van de zogenaamde ‘landbouwgassen’ methaan en lachgas. De sector moet dan ook zijn energiegebruik en zijn emissies zoveel mogelijk verminderen en zich aanpassen aan deze klimaatverandering.

De klimaatverandering en de energieproblematiek vertonen vele raakpunten met elkaar en vormen samen sinds jaren voorwerp van het wereldwijde maatschappelijke debat. Dit resulteerde in belangrijke internationale afspraken zoals het Kyoto Protocol (1997) waarbij Europa van meet af aan een voortrekkersrol op zich nam. Eind 2008 aanvaardde het Europees Parlement drie ambitieuze doelstellingen voor 2020: een vermindering met 20% ten opzichte van 2005 van (1) de broeikasgasemissies, (2) het energieverbruik en (3) een aandeel van 20% hernieuwbare energie in de totale energieproductie. Dit zijn de zogenaamde 20 20 20-doelstellingen. Deze vertalen zich op Vlaams niveau in klimaatplannen (VKP) met sectorgerichte acties onder meer op vlak van emissiereductie in de veestapel in afstemming met het mestbeleid, het energiegebruik in de glastuinbouw en de productie van hernieuwbare energie.

Klimaatverandering is in se een mondiaal gebeuren dat zich ook regionaal meer en meer manifesteert via verstoringen in de vertrouwde temperatuur- en neerslagpatronen. Op het land kan dit leiden tot wijzigingen in het groeiseizoen of in het verspreidingsgebied van ziekten en plagen. In mariene ecosystemen zorgen de directe en indirecte gevolgen van de klimaatverandering, voornamelijk de hogere watertemperatuur, voor verschuivingen van het verspreidingsgebied en verandering van de relatieve densiteiten van bepaalde vissoorten. De klimaatwijzigingen kunnen echter ook aanleiding geven tot nieuwe mogelijkheden voor landbouw en visserij. Zo kan de productie van gewassen of dieren, die aangepast zijn aan warmere klimaten, op termijn rendabel worden in Vlaanderen. Ook op zee kunnen zich dergelijke kansen voordoen door de aanvoer van nieuwe vissoorten, maar de gevolgen kunnen ook desastreus zijn omdat zogenaamde invasieve soorten de bestaande voedselketens volledig kunnen verstoren.

Een belangrijke opportuniteit voor de sector is de verdere uitbouw van zijn rol als producent van hernieuwbare energie. Met deze piste kan de sector tegelijk twee zaken dienen, namelijk enerzijds remediërend optreden ten aanzien van de klimaatproblematiek en anderzijds een deel van het antwoord bieden op het energievraagstuk. Dit zou ook het maatschappelijk draagvlak van de sector sterk verbreden en tegelijk een enorme sprong voorwaarts betekenen op het vlak van duurzaamheid.

Onderzoeksvisie

ILVO wil het beleid en de sector helpen om adequaat te kunnen inspelen op de hiervoor geschetste maatschappelijke uitdagingen. Bedreigingen en kansen kunnen worden geïdentificeerd, naar de praktijk worden vertaald en de uitvoering begeleid. Voor de ondersteuning van het beleid en de sector oriënteert ILVO zijn onderzoek in dit programma op twee sporen. Het eerste spoor moet technologieën en systemen aanbrengen die toelaten om de impact van landbouw en visserij op het klimaat te reduceren. Dit wordt mitigatie genoemd. Hiertoe behoren ook de aspecten van hernieuwbare energie. Het tweede spoor moet de mogelijkheden onderzoeken tot aanpassing van de Vlaamse landbouw en visserij aan het wijzigend klimaat, adaptatie genoemd. Om dit tweesporenonderzoek te kunnen uitvoeren, moeten de nodige instrumenten worden ontwikkeld om de wederzijdse impactmechanismen van de klimaatwijziging op landbouw en visserij te doorgronden, te meten en te voorspellen. Op basis van deze kennis moet het onderzoek ook resulteren in beleidsadviezen en toekomstgerichte oplossingen voor de sector. Bijgaande figuur geeft schematisch de drie onderzoeksthema’s weer van programma 5. Bij ieder thema worden telkens ook enkele kernbegrippen vermeld die hierna verder worden toegelicht.

De drie onderzoeksthema’s van het programma “Landbouw en visserij en een wijzigend klimaat”, met vermelding van enkele kernbegrippen (BKG = broeikasgas).

ILVO en het onderzoek in dit programma

Uiteraard is Vlaanderen binnen deze context een kleine speler, zeker in vergelijking met de grotere Europese landen. Echter daardoor kan onze regio ook antwoorden en oplossingen vinden in alternatieve pistes en nicheproducten die op grotere schaal minder zinvol zijn. Mede daarom wil ILVO vertrekken vanuit de resultaten van buitenlands onderzoek en dit vertalen naar de specifieke Vlaamse omstandigheden. Het onderzoek wordt vanuit een ketenbenadering worden aangepakt, waardoor er nood is aan een multidisciplinaire aanpak en organisatie. Denk bijvoorbeeld aan een valorisatiepiste voor biomassa.

In verschillende materies beschikt ILVO over expertise die ook in wijzigende condities kan worden ingezet. Dit geldt ondermeer voor de beschikbare kennis rond gewassen, ziekten en plagen, productiesystemen en mariene rijkdommen. Het ILVO-onderzoek moet zich echter ook richten op nieuwe en specifieke noden zoals rationeel energiegebruik en broeikasgasreductie, om de wisselwerking tussen het klimaat en de landbouw en visserij beter te kunnen inschatten. Het verder ontwikkelen van onderzoek naar de verschillende aspecten van mitigatie- en adaptatieprocessen kan gebruik maken van de aanwezige expertise onder andere inzake landbouw en visserijmachines, stallenbouw, ammoniakemissie, plantengenetica en veredeling, plantenziekten en -plagen, dierlijk metabolisme, mariene ecosystemen, systeemanalyse, procesmodellering en transitie naar meer duurzame landbouwsystemen. Daarnaast moet onze multi- en interdisciplinaire aanpak ook verder vorm krijgen in diverse externe samenwerkingsverbanden.

Kenmerkend voor programma 5 zijn de vele bruggetjes met vrijwel alle andere programma’s van ILVO2020. Dit blijkt duidelijk uit de verdere beschrijving van de onderzoeksthema’s waarin aspecten aan bod komen als biomassaproductie, plantenziekten, innovatieve technieken, dierlijke voeding, zeevisserij, natuurlijke hulpbronnen, competitiviteit en maatschappelijk draagvlak.

Onderzoeksthema’s

  1. Ontwikkelen van meetinstrumenten en monitoring
    gewasOm de interactie tussen de landbouw- en visserijactiviteiten en het klimaat te meten, te evalueren en op te volgen, is er nood aan betrouwbare informatie.

    Het ontwikkelen van meetinstrumenten is een essentieel vertrekpunt van dit programma en is gericht op drie aspecten. Ten eerste worden passende indicatoren gezocht als signaalgevers van de status van een systeem. Daaraan gekoppeld worden gestandaardiseerde meettechnieken en procedures ontwikkeld om emissies en effecten exact te meten en op te volgen. De aandacht gaat hierbij ook uit naar eenvoudige kengetallen en verkorte meetmethoden die bijvoorbeeld zouden kunnen worden ingezet voor monitoring of controleopdrachten. Ten slotte worden ook modellen ontwikkeld die toelaten om de effecten van bepaalde acties en beleidsplannen te voorspellen.

    Het zeevisserijonderzoek naar klimaatverandering focust op het identificeren, kwantificeren en analyseren van de directe en indirecte gevolgen op mariene ecosystemen, voedselketens en levende rijkdommen. Deze inzichten dienen als basis voor het inschatten van de gevolgen voor de vloot en de bevoorrading van visserij- en aquacultuurproducten op de Europese markten.
  2. Beperken van de impact op het klimaat
    Landbouw en visserij hebben zowel een directe als indirecte impact op het klimaat. De directe impact uit zich voornamelijk door emissies van broeikasgassen. Achterliggende mechanismen van de emissie van broeikasgassen worden bestudeerd met het oog op de ontwikkeling van aangepaste landbouw- en visserijtechnieken. Hierbij komen onder meer brongerichte technieken zoals voedingstechnieken, procesmatige technieken zoals ventilatietechnieken en end-of-pipeline-technieken zoals luchtzuivering, aan bod.

    Landbouw- en visserijactiviteiten gaan uiteraard ook gepaard met energieverbruik waardoor ze ook indirect aanleiding geven tot CO2-emissies. Deze indirecte impact van de landbouw en visserij kan worden verminderd door rationeel energiegebruik en hernieuwbare energiewinning. Daartoe zullen de grootste energiegebruikers eerst belicht worden, met name de glastuinbouw, de intensieve veehouderij en de sleepnetvisserij. Het onderzoek rond hernieuwbare energie omvat de toepasbaarheid van industriële groene technologieën in de landbouw en visserij en de energiewinning uit biomassa. Er zal zeker ook aandacht gaan naar aquacultuur.

    Inzake mitigatie zal er voluit worden ingezet op technologische innovatie. Innovatie werkt immers niet alleen probleemoplossend, maar biedt de sector ook kansen om te evolueren tot een duurzame en maatschappelijk verankerde bedrijfsactiviteit. Zo is er nog veel voordeel te halen uit de benutting van interne restwarmte uit stallen en serres en externe restwarmte afkomstig van de industrie. Een meer systematische valorisatie van deze massale hoeveelheden verloren energie zou baanbrekend zijn.

    Vanuit maatschappelijk oogpunt wordt er ook aan de bewustwording van landbouwers en vissers gewerkt, onder meer door het gebruik van duurzaamheidsindicatoren in discussiegroepen en door de studie van samenwerkings- en veranderingsprocessen. Hierbij wordt onder meer gedacht aan de glastuinbouwclusters.
    koolzaad
     
  3. Adaptatie aan een wijzigend klimaat
    Wereldwijd bestaat er een grote consensus dat de klimaatverandering die we momenteel ondergaan niet volledig gestopt kan worden door menselijk ingrijpen. Adaptatie van sommige productiesystemen en -methoden is dan ook noodzakelijk om de leefbaarheid van de Vlaamse landbouw en visserij te waarborgen. Hiervoor doet ILVO proactief sociaal-economisch als technologisch onderzoek om tot succesvolle adaptaties te komen.

    ILVO ontwikkelt technologie in de vorm van nieuwe gewassen en/of rassen met een hogere tolerantie voor biotische en abiotische stressfactoren. Onderzoek naar teelttechnische aspecten, zoals gewasdiversificatie, gewasrotaties en zaai- en oogstdata die aangepast zijn aan de nieuwe klimaatsomstandigheden reikt de teler gepaste alternatieven aan. In de dierlijke sector wordt aangepast bedrijfsmanagement ontwikkeld voor bevordering van het dierenwelzijn. Onderzoek naar voedersamenstelling speelt in op veranderingen in het metabolisme bij landbouwhuisdieren en op eventuele gevolgen voor de vruchtbaarheid, zonder de kwaliteit van het eindproduct en de rendabiliteit uit het oog te verliezen.

    Voor de Vlaamse visserijsector wil ILVO een langetermijnstrategie helpen ontwikkelen om op een dynamische en adequate manier om te gaan met de wijzigende (klimaat)omstandigheden. Hiervoor wordt er onderzoek verricht naar het bevissen van andere doelsoorten, aangepaste visserijmethoden, arbeidsveiligheid aan boord en diversificatie op vlootniveau.